- De loipe bij Sieräjärvi, Rovaniemi.
Waar vier wegen samenkomen
Je zwoegt en zeult en de sneeuw vormt een ijslaag onder de latten. Bij wijze van groet halen skiërs hun schouders op, onpas huono keli, want hoe goed je de latten ook waxt, met zoveel verse sneeuw is de loipe te stroef om snelheid te maken. Daarom maak ik vanochtend een uitzonderlijke keuze. In plaats van vijftig kilometer te skiën of de benen uit het lijf te lopen kies ik voor de bank – de bank in de huiskamer. De zachte, bruine bank, waarop je languit kunt liggen en waarop je met een extra kussen in je rug ontspannen kunt lezen. In plaats van door de sneeuw te ploegen trok ik een fleece deken over me heen.
Tommi Kinnunen’s Neljäntienristeys. Nog vijftig bladzijden had ik te gaan, en terwijl de bladzijden langzaam door mijn vingers glijden heb ik het wonderbaarlijke gevoel met een fijne souplesse van een lange heuvel omlaag te glijden. Het perspectief vernauwt en door de viima, de koude wind, prikken tranen in mijn ooghoeken, net als wanneer Onni met zijn dochter op de slee van de helling glijdt en met een harde klap op het bevroren meer terechtkomt.
Letterlijk vertaald betekent de titel ‘kruispunt van vier wegen’, maar is door Sophie Kuiper vertaald naar Waar vier wegen samenkomen. De keuze is logisch, want Kruispunt van vier wegen klinkt droog en geforceerd en zou het boek te kort doen.
Neljäntienristeys is een prachtig geschreven familiegeschiedenis die verschillende generaties bestrijkt, van 1895 tot 1996, en het speelt zich bijna geheel af in een huis bij een kruispunt van vier wegen in Kuusamo, het buurdorp van Posio, waar ik in 2014 en 2015 als arts op het gezondheidscentrum heb gewerkt. In die tijd was Kuusamo voor mij het dorp voor de boodschappen waar Posio te klein en Oulu (op 4 uur rijden) te ver weg voor was. Het is ook het geboortedorp van de schrijver, Tommi Kinnunen, die tegenwoordig overigens in Turku woont.
Het eerste deel van het boek gaat over Maria, een trotse en eigenzinnige vroedvrouw die niet onbevlekt maar wel als alleenstaande moeder door het leven gaat. Het tweede deel gaat over haar dochter Lahja (lahja betekent gift), die zwanger wordt van een man die haar in de steek laat. Daarna volgen we Kaarina, de vrouw van kleinzoon Johannes en het laatste deel van het boek gaat over Onni (wat ‘geluk’ betekent), de man die met Lahja trouwt hoewel ze al een dochtertje heeft.
Het verhaal is opgebouwd uit fragmenten waar vaak jaren, soms zelfs decennia tussen zitten, en aanvankelijk zijn het vooral de gaten tussen de fragmenten die het echte verhaal vertellen. Ondanks of misschien wel dankzij die gaten in de tijd lukt het Kinnunen om de personen uiterst fijngevoelig te portretteren. Neljäntienristeys is een familieverhaal over buitenstaanders die een geheim of een vloek met zich meedragen. Het handelt over autonomie, over schuld en vergiffenis. Bij het lezen dringt zich de vraag op in hoeverre we zelf invloed hebben op onze levensweg. Een gedachte daarover is weergegeven in het volgende fragment:
Volgens Maria is het leven als een gebouw, als een groot huis, met veel kamers en vertrekken en overal deuren. Ieder kiest zijn eigen deur, ieder volgt zijn zelfgekozen route door de keuken, via de veranda en de gang waar nog meer deuren zijn en waarvan geen enkele goed of fout is, want het zijn slechts deuren. Het kan gebeuren dat je in een heel ander vertrek uitkomt dan waar je naar op weg was. Daar is zij nu, ze heeft haar eigen deuren geopend en gesloten, via de vroedvrouwenschool en de kamers van het overleven. En nu realiseert ze zich dat ze per ongeluk haar kleindochter heeft meegebracht, die niet begrijpt hoe ze in deze kamer is terechtgekomen, en die op de drempel van de trouwkerk vraagt waar de man in godsnaam voor nodig is.
In het laatste deel onvouwt zich Onni’s dramatische verhaal dat de eerdere ‘gaten’ opvult. Dit is misschien wel het meest pijnlijke deel en ik zou hier graag meer over vertellen ware het niet dat ik dan teveel van het plot zou onthullen.
Met zijn debuutroman is het in een keer raak voor Tommi Kinnunen. Het boek, dat in 2014 verscheen, heeft belangrijke literaire prijzen gewonnen, is in verschillende talen vertaald en staat nu zelfs op de long list voor de European Literature prize. Onlangs is een theaterversie in première gegaan. De Nederlandse vertaling is door Prometheus uitgegeven. Van Lopotti, het tweede boek van Tommi Kinnunen, zijn in de eerste dagen meer dan tienduizend boeken over de toonbank gegaan en volgens een twitterbericht kon Prometheus de verleiding niet weerstaan om ook de Nederlandse rechten van dat boek te kopen. Lopotti is geen normaal Fins woord maar dialect, het komt uit het Russisch (sloboda) en betekent dorp of nederzetting. Het boek is een vervolg op de familiegeschiedenis van Neljäntienristeys en staat hoog op mijn verlanglijstje want ik heb van verschillende kanten gehoord dat Lopotti nog beter is…
Neljäntienristeys is nu uit en het sneeuwt niet meer. Misschien trek ik er nog even op uit, want uiteindelijk zijn de besneeuwde heuvels net als boeken, alleen is het daar niet het verhaal van Onni maar je eigen levensverhaal dat de gaten opvult en woorden betekenis verleent.
Cones and curves
Eenvoud
Je hebt twee soorten mensen: zij die naar het Zuiden kijken en zij die naar het Noorden kijken, bedenk ik me als ik vrijdagavond mijn rondje loop. Zij die naar het Zuiden kijken verlangen naar licht en comfort. Ze geloven in ontwikkeling en vooruitgang. Perfectie wordt bereikt door de wereld van haar ongemakken te ontdoen.
De tweede soort vormt een minderheid. Wij verlangen naar eenvoud, we geloven dat evenwicht te bereiken is door al het overbodige af te werpen, zoals het rendier zich in de late winter van zijn gewei ontdoet, en daarom dool ik over de donkere wegen buiten de stad. Op zoek naar eenvoud. Het is zo’n twintig graden onder nul, wat zacht aanvoelt na een paar dagen min vijfendertig. Hoewel de kou brandde in het gezicht, liep ik ook toen mijn rondjes en net als op andere dagen wandelde ik tussen huis en werk, via de brug over de brede Kemirivier, waar Biegkegaellies, de god van de winterwinden, de kou nog een extra zetje geeft.
Met heldendom heeft dat trouwens niets te maken. Lopen is slechts een manier om te vergeten. Het maakt niet uit of je records breekt, of je dagenlang achter elkaar loopt of in extreme kou. Het is een ontsnapping aan de wereld zoals zij tegen wil en dank geworden is. Het doet me goed, die kou, de eenzaamheid en de duisternis. Tijdens het lopen vormt zich een ijsbaard als de wasem bevriest en zich in mijn stoppels haakt. IJskristallen in de wimpers prikken in mijn oog. Aan de linkerzijde van de weg slaapt een heuvel, bewegingloos en wit. Schijnbaar dood, maar ik weet dat hij leeft. Hij heeft zijn hoofd gebogen, verborgen tussen zijn armen. Stiekem lacht hij in zijn elleboogholte. Onder de sneeuwlaag groeien de rendiermossen alsof er niets aan de hand is. Zo maakt de heuvel zich in de koudste en donkerste periode van het jaar op voor de kleurensymfonie van de zomer, die korter maar ook zoveel intenser is dan in het Zuiden.
Eenmaal thuis duik ik weg in Neljän Tuulen Tie (De weg van vier winden), de prachtig geschreven roman van Yrjö Kokko over een Samifamilie (‘Lappen’) en over het verdwijnen van de traditionele levensvorm.
Ik vereenzelvig me met Jouni, de jongen die opgroeit als herder en later, in de oorlog, met de Zuidelijke beschaving in aanraking komt. Hoewel hij ook daar gedijt, keert hij terug naar het open Lapse bergland, waar de vier winden heersen. Als Ahku, de vrouw die Jouni als haar eigen kind heeft grootgebracht, komt te overlijden, is het niet eens verdrietig, want dood hoort bij het leven. Ze is met een emmertje naar de kudde gegaan om een rendier te melken. De emmer valt uit haar handen en als ze die wil oprapen komt ze niet meer overeind. Ze sterft in de bergen. De dood van de moeder van het Samidorp markeert het einde van een tijdperk.
De mensen die naar het Noorden kijken zijn niet bang voor de dood. Misschien zijn we er zelfs wel naar op zoek, want uiteindelijk is dood de ultieme eenvoud.
Cold
Image
Langlaufen
Alternatieve training in Posio, Fins Lapland
In de winter wissel ik de hardlooptrainingen af met langlaufen. Deze trainingen zijn minder belastend, maar omdat je ook je armen gebruikt, zijn de trainingen wel veel intensiever. Dat is ontzettend goed voor je aerobe vermogen. Een ideale combinatie dus, daarom zou eigenlijk iedere hardloper in de winter moeten langlaufen.
Lees het interview in PK run magazine hier (even doorbladeren naar p12-13.)
ADRVG foto’s
- Een rendier en in de verte Laura op de Maaninkavaarantie
Het boek is dood (oudejaarssatire)
Het jaar 2016, volgens de Chinese kalender het jaar van de Aap, is door een een aantal boekenorganisaties uitgeroepen tot jaar van het Boek. Alleen al daaruit mag men concluderen dat het slecht gaat met het boek – bar slecht.
Er is bijna geen mens meer die nog boeken leest. Vooral uw smartphone en de televisie zijn hier debet aan, maar ook onnozele hobbies zoals hardlopen, seks en het houden van honden, kinderen of andere huisdieren slurpen tijd. Als u al leest, doet u dat op internet: op basis van headlines kiest u uw nieuwsberichten en als het een longread betreft, leest u die diagonaal door.
Het boek kan u niet meer bekoren, en terecht. In de zomer publiceerde The Guardian een lijst van beste 100 engelstalige romans allertijden, waarop het jongste boek uit het jaar 2000 kwam. De afgelopen vijftien jaar is er blijkbaar geen noemenswaardig boek verschenen. Recensenten houden zich daarom liever bezig met de IKEA-gids, en zelfs als we die buiten beschouwing laten zijn de Bijbel en de Koran nog altijd de meest invloedrijke boeken. De roman doet er niet toe.
Soms koop u toch nog een boek, omdat er op televisie over is gesproken en omdat u hebberig bent. Goede boeken liggen een tijdje op uw nachtkastje en daarna sieren ze uw boekenkast. Misschien heeft u tien bladzijden gelezen voordat u erachter kwam dat u eigenlijk geen zin had in een goed boek. Wat u wel leest zijn de boeken die lezen als een torpedo, als een achtbaan, een dildo of als een film. U moet zich met de hoofdpersoon kunnen identificeren, dus krijgt u een lafhartige slapjanus voorgeschoteld of een vaatdoek die met het leven worstelt. U leest zoals u televisie kijkt en u bent dol op soaps. Wil een boek uw interesse wekken, dan moet het aansluiten bij uw kleinburgerlijke belevingswereld. De schrijver voelt dat haarfijn aan en daarom spelen de meeste boeken zich af bij u in de achtertuin.
Geëngageerde schrijvers hoor je zeggen ‘Ik wil mensen aan het denken zetten,’ maar dat lukt ze niet, die geëngageerden, want u heeft de denkknop al lang uitgezet, als u überhaupt over zo’n knop beschikt. De hedendaagse mens is er een die niet denkt maar wéét, en zelfs dat alleen wanneer hij online is. Geëngageerde schrijvers worden gelezen door geëngageerde lezers die op zoek zijn naar het ja-dat-vind-ik-ookgevoel, zoals de langslaper zich gaarne nestelt in zijn eigen stank. De PVV-stemmer is dol op boeken als ‘Mohammed is een pedofiel’, de dierenliefhebber leest ‘Zo knuffel je een nijlpaard (inclusief fotomateriaal)’, de idealistische socialist leest ‘In hetzelfde schuitje’ en halfzotte nietsnutten kopen de derde editie van ‘Koken voor linkshandigen (met gratis linkshandige ovenwant)’.
Er zijn ook schrijvers die oprecht menen aan een kunstwerk bezig te zijn, maar zodra de uitgever eraan ruikt stuurt hij het kant-en-klare kunstwerk naar een editor die als taak heeft het boek te ontdoen van alle elementen die de vaart uit het verhaal halen, die het mooi maken en zodoende de lezer kunnen afleiden of, nog erger, écht aan het denken kunnen zetten. Zo wordt de boekenmarkt gebombardeerd met boeken van dertien in een dozijn, die qua stijl stuk voor stuk voldoen aan de vuistregels van Ernest Hemingway, die, dat weet u even goed als ik, al meer dan een halve eeuw zo dood is als een pier. De hedendaagse Nederlandse literatuur, het spijt me dat ik het moet zeggen, is een stinkend modderpad waarin niets van elkaar te onderscheiden is.
‘Dit kan en moet anders,’ dacht een aantal zelfbevredigers eerder dit jaar, en zodoende werd de achttienhonderdzesenveertigste uitgeverij uit de grond gestampt: Das Mag Azijn. Ze beloofden de schrijvers meer geld en meer begeleiding om de laatste restjes authenticiteit en literair non-conformisme in te ruilen voor commerciële glans. Om hun boeken aan de man te brengen ging Das Mag Azijn over tot crowdfunding. Kortom: aan de marketing wordt gewerkt. De kaft ziet er piekfijn uit maar het boek zelf ligt te stuiptrekken.
Laat me een poging wagen positief af te sluiten, want de kerst is al voorbij en het nieuwe jaar staat voor de deur. Het boek moet ten eerste worden ontdaan van zijn onzijdigheid. Laten we de benaming ‘het boek’ reserveren voor de zoveelste scheet van Arnon Grunberg, en als het boeken betreft die hoger reiken, te spreken van ‘de boek’, zoals ‘de idee’ zich verhoudt tot ‘het idee’. Dé boek biedt u meer dan een fijngeschreven verhaal met een scheutje dit of dat. De boek mag afleiden en irriteren en desnoods mag hij u echt aan het denken zetten. Het boek mag u in 2016 dan ook in de winkel laten liggen, vraag bij de kassa naar dé boek en als ze u vreemd opkijken zeg dan, liefst in het Chinees, dat 2016 het jaar van de aap is, niet van het boek.
***
(oudejaarssatire)







































