De sluwe vos

Toen ik thuiskwam van mijn zondagochtendloopje stak een vos over het pad tussen het bos en het moeras. Ik had hem eerder op de ochtend ook al gezien, toen zat hij in het moeras, maar ik was er niet helemaal zeker van of het inderdaad een vos was.

Hoewel ik van plan was de hele dag aan schrijven te besteden, ging ik toch mijn camera halen. In het moeras wist ik de vos tot dichtbij te naderen. Ik geloof dat het een vrouwtje was, maar dat denk ik eigenlijk alleen maar omdat ze bijna voortdurend met haar uiterlijk bezig was, haar vacht likte, tot ze opgemaakt en wel ging poseren.

Poserende vos
Poserende vos

Ik was verrast dat ze niet bang was. Aan de andere kant, we hebben ook wel eens bezoek gehad van een vos toen we midden in het centrum van Turku op het terras van café Koulu zaten. Kennelijk zijn vossen helemaal niet zo schuw.

Ik moest denken aan de eerste keer dat ik een vos zag. Dat was in het bosje ‘aan de andere kant van de snelweg’. Toen woonden we in een boerderijtje op de broekstraat in Nijmegen, dat lag ingebed in een boomgaard die in mijn herinneringen altijd bloeide, roze en wit. Het bosje aan de andere kant van de snelweg lag op de hoek van de Bijsterhuizenstraat en de Elsenpas. Mijn broer Daan en ik waren nog klein maar dapper genoeg om daarheen te gaan om in het bos te spelen. Er was daar een hut. Op een dag zagen we een vos door het bos sluipen. Zijn gang had iets geheimzinnigs. Dat geheimzinnige moest dus ‘sluwheid’ zijn, dacht ik, want dat vossen sluw waren wist ik wel, maar wat dat precies betekende wist ik nog niet

Wintertijd

Ik stond vroeger op dan strikt noodzakelijk. Om vijf uur zomertijd was ik wakker geworden, ik overdacht mijn schrijven en dat van anderen en de stroom werd zo sterk dat het me niet meer lukte om weer in slaap te vallen. Zes uur zomertijd stond ik uiteindelijk op. Ik pakte een Knausgård en ging op de bank liggen lezen, met de gedachte dat ik nog zou kunnen indutten en dan zou ik dat laten gebeuren. Om zeven uur zomertijd kookte ik pap en zette ik koffie, en nog een uur later begon het beetje bij beetje licht te worden, hoewel de zon pas om negen uur zomertijd op zal komen.

Er hangt een dikke mist boven het moeras, zie ik vanuit het keukenraam. Buiten heerst grijs en groen en bruin. Het schommelt deze dagen rondom het vriespunt maar er ligt geen sneeuw. Ik verwacht dat de mist opeens zal verdwijnen, dat de zon doorbreekt net zoals ze gisteren deed. Ze trok lange strepen over het moeras, strepen van licht en strepen van donker. Aan het meer projecteerde ze haar warme kleur op de berkenstammen. Ik voelde een geluksgevoel opzetten, onstuitbaar sterk, en ik vroeg me af hoe dat kon. Kennelijk was er een proces in gang gezet dat bepaalde stofjes losliet in mijn brein en in mijn bloed. Ik kon het voelen stromen. Speelde het zonlicht op de berkenstammen dan een rol in de evolutie? Had het invloed op voortplanting, of beschermde het tegen ziekten? Toen moest ik denken aan wat ik op internet las, een man die euthanasie zal worden verleend omdat hij chronisch ongelukkig is. Onvoorstelbaar vond ik dat. Zou hij niet eens langs moeten komen om te wachten tot de zon haar ochtendlicht op de berkenstammen projecteert? Mijn geluksgevoel, dat vertrouwd voelt, maar nooit vanzelfsprekend, is geen talent maar een gift. Iets waarvoor je alleen maar dankbaar kunt zijn.

Maar misschien breekt de zon vandaag wel niet door, misschien blijft de mist de hele dag hangen. Dat roept andere gevoelens op. Geen trieste gevoelens, maar een schijn van verdriet dat gelukkig maakt.

Ik werp een blik op de klok en realiseer me dat ik hem nog niet heb omgezet. De gedachte om dat alsnog te doen, lijkt me zo banaal en onnozel, dat ik het maar even uitstel. Als er iets bestaat dat heilig is, dan moet dat de tijd wel zijn.

Dienst

Zaterdagochtend stond ik iets voor negenen onder de douche in het ziekenhuis. Net als op doordeweekse ochtenden was ik hardlopend naar mijn werk gekomen. Maar eenmaal binnen, is het op zaterdag anders. Je bent de enige in de kleedkamer. Ik droogde mij af en keek in de spiegel. Hoewel het nergens voor nodig was, had ik mijn handdoek om mijn middel gebonden. In de spiegel zag ik geen dokter die zich klaar maakte voor zijn dienst op de eerste hulp, maar een bokser in de catacomben. En zo voelde het ook. Je weet nooit wat je tijdens de dienst te wachten staat. Het kan de hele dag rustig blijven, maar je kunt ook direct in een reanimatiesetting terechtkomen. Dan gaat het om leven en dood.

Zaterdag was redelijk te doen, het was druk genoeg om de dag voorbij te laten vliegen, maar het werd geen gekkenhuis. Op het einde moest ik een alcoholist vertellen dat hij kanker had. Verschrikkelijk vind ik dat. Ziektes hebben de laffe neiging zich aan de zwakkeren te vergrijpen. Gelukkig kon ik niet veel later hardlopend naar huis. Na twaalf uur leed doen die paar kilometers in de buitenlucht me goed.

Zondag stond in het teken van rust. Ik had de dag vrij, maar moest in de nacht werken. Zo’n dag leg ik mezelf niets op. ik fietste naar het centrum, zeven kilometer langs bossen, meren, moerassen en de rivier, en ik dacht erover na hoe ik de ideale wereld zag. Als een dag als deze, dacht ik. Ik wens iedereen zo’n fietstochtje toe, de kalmte die ik op dat moment voelde, een gezond lichaam. Had iedereen dat maar. Even later dacht ik dat dat juist het probleem was, we gebruiken teveel ons eigen leven als maatstaf. Er zijn natuurlijk een hele hoop verschillende manieren om het leven invulling te geven. Maar toch, dacht ik toen, er schuilt toch niets verkeerds in dat ik andere mensen toewens om zich net zo gelukkig en in evenwicht te voelen als ik me voel? Het is een soort van dankbaarheid, maar het heeft verder niets te betekenen.

De nacht was pittig. Lastige gevallen, de hele tijd door. Om zeven uur ‘s ochtends was ik zo moe dat ik haast niet meer kon. Een half uurtje gedut, en toen de boel afgerond. Ik kon naar huis en sliep twee uurtjes. Verbijsterend hoezeer je daarvan opknapt. Daarna weer zo’n dag dat niets hoefde. Ik fietste naar de stad, kocht lijstjes voor wat foto’s en ben niet naar de kapper geweest, al was het beter geweest van wel. Er rust een vloek op mijn kappers. Ze gaan failliet, sluiten hun zaak of er breekt een luizenplaag uit. Mijn laatste kapper was met zijn hele gebouw verdwenen. Er werd gebouwd, waarschijnlijk komt een begrafenisondernemer op zijn plek. Geen zin om op zoek te gaan naar een nieuwe, hoewel mijn haar al voor mijn ogen valt. Zo’n dag dus. En toch, volmaakt gelukkig.

Turku by night

Turun tuomiokirkko
Turun tuomiokirkko, the Turku Cathedral, built in the end of the 13th century.
Kirjastosilta (library bridge)
Suomen joutsen, built in 1902 in in St. Nazaire, France. Previously named Laënnec (after the doctor René Laennec who invented the stethoscope) up to 1922, then Oldenburg and since 1930 named Suomen Joutsen (Finnish Swan).
Aura river
Tehtaankatu – Factory street

De Kemirivier

De rivier stroomt en kolkt met donkere golven, onrustig, alsof ze veel sneller gaat dan ze eigenlijk zou willen. Sinds ze open brak, een goede week geleden, draagt ze ijsbrokken mee, platen en schotsen, afscheidskusjes van de winter. Stroomafwaarts worden ze opgelikt door de zon, die dagelijks aan kracht wint en van de vroege ochtend tot laat in de avond aan de hemel staat.

Naarmate de rivier tot wasdom komt, wordt ze wilder, en daarin verschilt ze van de mens, die trager wordt, rigide, zijn hart verzwakkend. Ik sta aan de oever en tel haar golven. Ik zou me met haar willen verenigen, me in haar baden en misschien laten meesleuren met haar driften, met haar woelen en worstelen, mijn noodkreet ongehoord, in haar woede gesmoord, ik zou mijn buik op een ijsplaat drukken en de zon op mijn rug voelen schroeien.

Pilkintä
Pilkintä op de Kemirivier

Alles is in beweging, niet alleen het water, maar ook het bos en de luchten, nadat alles zo lang heeft stilgestaan, gestold, in ijs of in ijzer gegoten. Nu mengt het luidruchtig gewoel van de rivier zich met het geraas van een vrachtwagen over de oude stalen brug, verlicht door het geschreeuw van meeuwen, sternen en uit de berken het getjilp van vogels, die ondanks alles zijn teruggekeerd. De berken zijn nog kaal, maar het bos kleurt groen van de pijnbomen, die in de winter zwart waren, met wit aangekleed. Het is nauwelijks voor te stellen dat je een week of twee geleden nog veilig over het ijs kon gaan. De vissers boorden hun gaten en hesen om de haverklap met hun korte pilkki-hengel vissen uit de diepte.

Zo wordt haar lichaam gevormd en gekneed door de tijd, het jaar en zijn seizoenen, net als ik, bemerk ik als ik bij thuiskomst in de spiegel zie dat de golven van de rivier zich in mijn voorhoofd aftekenen. Iedere keer als de rivier open breekt zullen zich nieuwe rimpels vormen en zullen de oude dieper worden. Ooit zal ik door de stroom worden meegesleurd, oplossen in het niets, en dat is een gedachte die me hoopvol stemt.

De wreedheid van april

April is the cruellest month, breeding

Lilacs out of the dead land, mixing

Memory and desire, stirring

Dull roots with spring rain.

From: The Waste Land, T.S.Eliot

Bij Rovaniemi is het ijs op de Kemirivier nog dik genoeg om overheen te lopen, maar de zomer staat voor de deur. In de stad en op de zuidelijke hellingen van de heuvels is de sneeuw grotendeels verdwenen. De dagen lengen rap, over zeven weken zal de zon beginnen aan haar toer van dertig rondjes aaneen boven de horizon.

Een week of twee geleden hoorde ik een klank die deed denken aan koperen kerkklokken en zilveren trompetten. Onmiskenbaar: de zangzwaan was terug. En er zijn meer vogels, je hoort ze overal sjilpen en kwetteren. Kort geleden was de specht nog de enige vogel die ik hoorde als ik ’s ochtends naar mijn werk liep. Aan de straat langs de rivier hakten ze in op de zinken kappen van de straatlantaarns, de speelse percussie wekte de serene witheid tot leven. De spechten zaten in vier of vijf straatlantaarns en hielden zich stil tot je onder ze doorliep. Ochtend na ochtend klonk hetzelfde galmende spel, ze moesten zich kosteloos hebben vermaakt om de mensen die onder hen voorbij kwamen en verwonderd opkeken.

De wegen en paden die tot voor kort nog als gefreesde groeven door het landschap liepen, zijn inmiddels vrij van sneeuw. Op verschillende plekken in het land hebben ze te maken met overstromingen, een krachtige lenteschoonmaak. De beren zijn al ontwaakt en de mens lacht, meer dan anders.  Maar de bloesem, de bloemen en het groen laten nog even op zich wachten. Iedere dag ziet er anders uit, alles is onderhevig aan verandering. Waar de winter eindeloos duurt, is de lente vluchtig. Daarin schuilt zowel wel de schoonheid als de wreedheid  van april.

Moon and melted river at Vanttauskoski

Eenvoud

Je hebt twee soorten mensen: zij die naar het Zuiden kijken en zij die naar het Noorden kijken, bedenk ik me als ik vrijdagavond mijn rondje loop.  Zij die naar het Zuiden kijken verlangen naar licht en comfort. Ze geloven in ontwikkeling en vooruitgang. Perfectie wordt bereikt door de wereld van haar ongemakken te ontdoen.

De tweede soort vormt een minderheid. Wij verlangen naar eenvoud, we geloven dat evenwicht te bereiken is door al het overbodige af te werpen, zoals het rendier zich in de late winter van zijn gewei ontdoet, en daarom dool ik over de donkere wegen buiten de stad. Op zoek naar eenvoud. Het is zo’n twintig graden onder nul, wat zacht aanvoelt na een paar dagen min vijfendertig. Hoewel de kou brandde in het gezicht, liep ik ook toen mijn rondjes en net als op andere dagen wandelde ik tussen huis en werk, via de brug over de brede Kemirivier, waar Biegkegaellies, de god van de winterwinden, de kou nog een extra zetje geeft.

Met heldendom heeft dat trouwens niets te maken. Lopen is slechts een manier om te vergeten. Het maakt niet uit of je records breekt, of je dagenlang achter elkaar loopt of in extreme kou. Het is een ontsnapping aan de wereld zoals zij tegen wil en dank geworden is. Het doet me goed, die kou, de eenzaamheid en de duisternis. Tijdens het lopen vormt zich een ijsbaard als de wasem bevriest en zich in mijn stoppels haakt. IJskristallen in de wimpers prikken in mijn oog. Aan de linkerzijde van de weg slaapt een heuvel, bewegingloos en wit. Schijnbaar dood, maar ik weet dat hij leeft. Hij heeft zijn hoofd gebogen, verborgen tussen zijn armen. Stiekem lacht hij in zijn elleboogholte. Onder de sneeuwlaag groeien de rendiermossen alsof er niets aan de hand is. Zo maakt de heuvel zich in de koudste en donkerste periode van het jaar op voor de kleurensymfonie van de zomer, die korter maar ook zoveel intenser is dan in het Zuiden.

Eenmaal thuis duik ik weg in Neljän Tuulen Tie (De weg van vier winden), de prachtig geschreven roman van Yrjö Kokko over een Samifamilie (‘Lappen’) en over het verdwijnen van de traditionele levensvorm.

Neljän Tuulen Tie van Yrjö Kokko (5e druk, 1951)
Neljän Tuulen Tie van Yrjö Kokko (5e druk, 1951)

Ik vereenzelvig me met Jouni, de jongen die opgroeit als herder en later, in de oorlog, met de Zuidelijke beschaving in aanraking komt. Hoewel hij ook daar gedijt, keert hij terug naar het open Lapse bergland, waar de vier winden heersen. Als Ahku, de vrouw die Jouni als haar eigen kind heeft grootgebracht, komt te overlijden, is het niet eens verdrietig, want dood hoort bij het leven. Ze is met een emmertje naar de kudde gegaan om een rendier te melken. De emmer valt uit haar handen en als ze die wil oprapen komt ze niet meer overeind. Ze sterft in de bergen. De dood van de moeder van het Samidorp markeert het einde van een tijdperk.

De mensen die naar het Noorden kijken zijn niet bang voor de dood. Misschien zijn we er zelfs wel naar op zoek, want uiteindelijk is dood de ultieme eenvoud.

ADRVG foto’s

Een rendier en in de verte Laura op de Maaninkanvaaratie

Een rendier en in de verte Laura op de Maaninkavaarantie
IMG_2479 (2)
Karhuperäntie, 35km rondje om het Posiomeer
IMG_2047
Duurloop over de Särkeläntie (44km)
Zangzwanenpaar op het Posiomeer
Zangzwanenpaar op het Posiomeer
Sarvisaari - begraafplaats op een eiland
Sarvisaari – begraafplaats op een eiland
Het graf van Milda Rantanen en haar drie kinderen
Het graf van Milda Rantanen en haar drie kinderen
Aurora borealis
Aurora borealis
Pestvogels in de lijsterbes
Pestvogels in de lijsterbes
Oever van het meer in de mist
Oever van het meer in de mist
rustmoment op het meer
Rustmoment op het meer
Laura op de loipe naar Kirintövaara
Laura op de loipe naar Kirintövaara
De Lapse reuzen op de Kirintövaara
De Lapse reuzen op de Kirintövaara
Winterselfie
Winterselfie
Lapse reuzen op Riisitunturi
Lapse reuzen op Riisitunturi
Pilkintävisser op het Posiomeer met stepslee
Pilkintävisser op het Posiomeer met stepslee
Verbinding tussen twee meren bij Ahvensalmi is al open
Verbinding tussen twee meren bij Ahvensalmi is al open
Zangzwanen in de avondzon
Zangzwanen in de avondzon
Zangzwanenpaar op Kirintöjärvi
Zangzwanenpaar op Kirintöjärvi
Zangzwanenpaar op Kirintöjärvi
Zangzwanenpaar op Kirintöjärvi
De weg naar Maaninkavaara, bezien vanaf Niirokumpu
De weg naar Maaninkavaara, bezien vanaf Niirokumpu
Het eind van de Maaninkavaarantie
Het eind van de Maaninkavaarantie
Uitzicht vanaf Kotivaara naar het noorden
Het Noorden zoals bezien vanaf Kotivaara
Boom in ijzel verpakt
Boom in ijzel verpakt
Rendier bij boerderijtje op de Karhunperäntie
Rendier bij boerderijtje op de Karhuperäntie
Noorderlicht
Noorderlicht