Strijd (6): Tijd, ik heb u lief

In een dik boek ‘van hogerhand’ vind ik een aanwijzing voor  de strijd die ik in Berlijn moet gaan leveren. Heb je vijanden lief.

Tegen wie, vraag ik me af, moet ik in Berlijn strijd leveren, wie is mijn vijand? Als Raymon me na 35 kilometer inhaalt is dat mooi voor hem, jammer voor mij, maar niet het ergste wat me kan overkomen. Erger zal het zijn, als ik bijgehaald wordt door de Tijd, die met regelmatige passen haar eigen tempo bepaalt. Tik-tik-tik-tik, hier komt de Tijd. Minuten sluipen voorbij, seconden lijken voorbij te vliegen. Als ik Tijd, mijn ware vijand, kan liefhebben, zal onze strijd in een vriendschap eindigen.

De Tijd is niet wat zij geweest is, de kranten staan er vol van. Als ik in Amsterdam ben, mijn oude studentenstad, besluit ik er enkele dagen door te brengen. Door te trainen op dezelfde plekken als vroeger en op zoek te gaan naar veranderingen laat ik het Verleden herleven.

Zondagavond. Als de meeste strijden gestreden zijn* zoek ik met een lange duurloop vrede in het Amsterdamse Bos. Het is zonnig en warm, met ontbloot bovenlijf loop ik met mijn oud-huisgenoot Thomas door het bos en langs de bosbaan.

Maandagochtend. Langs het rustig kabbelend wateroppervlak van de meanderende rivier vergeet ik de verkeerschaos langs de route van tramlijn 3. Een bootje dobbert langs de kant, twee discussiërende roeiers, de roeispanen iets boven het water uitgestrekt als de vleugels van de reiger die een eindje verderop haar plekje vindt. Op deze weg wordt in oktober om de Nederlandse marathontitel gestreden. Via Ouderkerk aan de Amstel, de Kalfjeslaan en de Amstelveenseweg loop ik terug naar de Overtoom. Een duurloop met blokken in stevig marathontempo.

Maandagavond. Het Westerpark in volle glorie. Het wandelpad gaat deels verscholen onder een weid uitgroeiende berm met wilde bloemen. De leeuw van het oude postbankgebouw is gaan liggen, het giroblauw is vervangen door het wit en oranje van de ING. Verder is alles nog zoals het altijd was.

Dinsdagmiddag. Wandelend door de Kennemerduinen waar de paden van de Brederodeberg zout smaken: het zweet dat met de duintrainingen van Gerard van Lent werd vergoten langs de hellingen van deze heuvel is inmiddels opgedroogd. Als ik na zo’n training thuiskwam plofte ik neer op de bank, vrat me vol met suikerbrood en ander brandstof om pas laat in de middag weer bij te komen.

Woensdagochtend. Op weg naar de inloopbaan van het Olympisch Stadion waar ik mijn baantraining afwerk, blijkt ook het Vondelpark grotendeels onveranderd: nog steeds wordt de Grote Ronde onderbroken door werkzaamheden en het lijken dezelfde mensen die hun droeve rondjes joggen door het park: bezwete koppen, gebogen ruggen, puddingbillen en zwaaiende armen. Het geoefend oog vindt de verschillen: nu hebben de meeste trimmers een bandje om de bovenarm en dopjes in de oren. Aipod. En een stel wulpse billen gevangen in een hardlooprokje.

Woensdagavond. Terug in Heden: Twente, mijn zelfgekozen thuis. De zon hangt laag in het westen, heeft haar felste krachten verbruikt en verleent de glooiende korenvelden hun gouden avondglans. Hier wil ik mijn dagen slijten.  De Toekomst een vraagteken maar vol beloften.

Tijd, ik heb u lief. Ik heb u lief als een ware minnaar, ik bemin u in al uw gedaanten. Laten wij in Berlijn zij aan zij gaan, onafscheidelijk als geliefden.


*Zondag werden de Nederlandse Kampioenschappen baanatletiek gehouden in het Olympisch Stadion te Amsterdam.