Los van zijn schaduw

Met een flits maken de bewegende beelden plaats voor een stille zwarte leegte. Het leven is uit het toestel geraakt, ook de hoge pieptoon, waarvan zij zich nu pas bewust wordt, is verdwenen. Wat achterblijft is de magische sfeer die de beelden opriepen. Zij sluit haar ogen en laat zich met een plof achterover op het bed vallen. De beelden trekken zich een voor een weer aan haar voorbij. Een bebaarde jonge man, alleen op een kaal landschap, maar niet eenzaam. Verenigd met zijn omgeving volgt de loper de bochtige paden, laat zich leiden door de dorre vlakte achter de duinen. Bewust van de droge begroeiing zonder het te zien. Als hij dichterbij komt ziet zij dat hij gevolgd wordt door een hond.

Pauze – het beeld staat stil. Dat de schaduw het contact met de loper heeft verloren en zich los van haar object uitstrekt over het schelpenpad vormt het bewijs dat hij niet loopt maar zweeft. Lichtgebogen is het rechterbeen vooruit gestrekt en de tenen van de linkervoet wijzen naar de grond waarvan zij zich zojuist hebben losgemaakt. Dunne maar gespierde armen met gebalde vuisten. Zijn dromerige blik is niet te grijpen, lijkt gevestigd op een punt ver achter de kijker.