Strijd (3): Excalibur

Vroeger wilde ik een held worden, als kleuter droomde ik ervan mijn schoolvriendinnetje uit een brandend huis te redden, in die dromen droeg ze een witte jurk. Later sneed ik mijn eigen houten wapens uit hout, een zwaard, dolk, pijl en boog: de riddertijd zou vast wederkeren en daarop was ik me aan het voorbereiden. Hoofse verhalen over helden en liefde inspireerden me, ik schoof aan bij de ronde tafel van Koning Arthur, bewonderde zijn zwaard Excalibur, dat hem in staat stelde het land te herenigen.

Een held ben ik nooit geworden, realiseer ik me als ik voetje voor voetje afdaal langs de zoveelste heuvel van het wandelpad langs de kust van Noord-Cornwall. Het is geen hoogtevrees, ik ben ook niet echt bang te vallen, het is misschien eerder een vorm van liefde voor het leven die me weerhoudt risico te nemen.

Na een paar dagen hevige spierpijn went mijn lichaam snel aan de steile hellingen van het kustpad van Devon en Cornwall. Omdat het nog vroeg in de marathonvoorbereiding is kan wat aspecifieke training niet veel kwaad, maar op vrijdag ga ik me eraan storen: geen vijf minuten van mijn geplande duurloop van twee uur kan ik blijven doorlopen, telkens word ik gedwongen voorzichtig af te dalen of mijn benen rust te gunnen na een steile klim.

Tegen de helling, tegen de helling

zal nooit een stroom naar boven springen

Neer langs de helling, neer langs de helling

Zo is de loop van alle dingen.*

Op vrijdag vertrek ik noordwaarts vanaf Sandy Mouth nabij Bude. Hier in Noord-Cornwall vinden de legendes van Koning Arthur hun oorsprong. Hoewel het uitzicht over de klotsende, helder blauwe oceaan, de schapen op de weides en de ruïnes die net als ik wachten op de terugkomst van de ridders veel goedmaken besluit ik na ruim een uur toch maar te kiezen voor een zijpad, dat me zal leiden naar de asfaltwegen landinwaarts. Aan de hellingen gewend ren ik op volle snelheid over de weg die met 15% daalt.

“Wanneer een appel rijp is en valt, waardoor valt hij dan? Door de zwaartekracht, doordat de steel dor wordt, doordat hij indroogt in de zon en zwaar wordt, doordat de wind hem schudt, of is het omdat er een jongen onder de boom staat die hem wil opeten?” Tolstoj concludeert in Oorlog en Vrede, het boek dat ik tijdens deze trainingsstage aan het lezen ben, dat geen van deze dingen de oorzaak is, ze vormen slechts het samenstel van voorwaarden waaronder elk levend, organisch proces zich voltrekt.**

Met training proberen we aan bepaalde van deze voorwaarden te voldoen, proberen we de ideale omstandigheden te creëren en te organiseren zodat op dat ene moment de prestatie als het ware al geleverd is en het resultaat enkel verzilverd hoeft te worden. Iedere atleet kent aan verschillende voorwaarden een bepaalde waarde toe: sommige lijken onmisbaar (zware trainingen of goed slapen) andere zouden mogelijk bijdragen (peace of mind) en weer andere lijken eerder te berusten op bijgeloof (vitaminetabletten).

Als marathonloper ben ik nog steeds dat kind van zo’n twintig jaar geleden, op zoek naar mijn Excalibur, het wapen waarmee ik de strijd in mijn voordeel zal beslechten.

* uit: Copla’s van Hendrik de Vries

** Tolstoj, Oorlog en Vrede, deel drie hoofdstuk I.I (nieuwe vertaling Van Oorschot 2006)