Kondigden de weermannen aan het begin van de week een nieuwe winterse depressie aan, twijfel ik achteraf of het niet mijn horoscoop betrof. Oh, de week leek zo goed te beginnen, maar mijn lichaam blijkt niet meer gewend aan de forse hoeveelheden koffie die ik tijdens werktijd pleeg te drinken. Dat realiseer ik me woensdagnacht toen ik opnieuw slecht de slaap kon vatten. Of komt het doordat Marti ten Kate mij die avond op heterdaad betrapt op doordeweeks cafébezoek?
Het bijhouden van een logboek is als een spiegel. Op momenten dat het lopen goed gaat is wat ik opschrijf is een bevestiging van mijn kunnen. Maar deze week is alles even anders. Ik heb een algehele motivatiedip, het leven bestaat deze week uit werken, trainen, eten, slapen (en wakker liggen). Op donderdag ben ik zo moe dat ik besluit een rustige duurloop te doen in plaats van een extensieve tempoduurloop. Halverwege, meer dan 10km van huis, krijg ik pijn aan mijn rechter knieschijf. Met behoorlijk verontrustende pijn loop ik naar huis en de volgende ochtend breek ik noodgedwongen mijn duurloopje na 2 minuten af omdat ik door de pijn niet kan lopen: een extra ingelaste rustdag.
Maar wat een afgang! De overmoedige atleet pakt na een blessure al te enthousiast de trainingen op en raakt na drie weken opnieuw geblesseerd – hoezo gebrek aan inzicht in eigen grenzen!?! Zaterdag ga ik met matige pijn toch lopen volgens mijn oude filosofie dat pijn vaak deels tussen de oren zit. Die avond volgt zelfs een stevige tempoduurloop waarbij de lichte pijn na drie kwartier verdwijnt, juist bij het opvoeren van de intensiteit, om ook niet meer terug te komen.
Zo kan ik deze baalweek afsluiten met een positief gevoel, want ik heb mijn lichaam overwonnen. De symboliek van de zonsopgang bij mijn ochtendduurloopje: een onmiskenbare aankondiging van een nieuwe lente. De wereld krijgt wederom kleur.
Week 5: gewerkt van maandag t/m zondag (totaal 72 uur)
Maandag: 65min duurloop: 30min DI (15km/h) – 35min DII (16km/h).
Dinsdag: ochtend 35min duurloopje (Enschede-Noord / Roombeek).
Avond: Baantraining met Florian Pehrs: 3 series van 3x1200m; pauze 2min, tussen de series 3min rust, 20min uitlopen. Bikkeltraining! Niet te koud, matig windje.
Woensdag: rustdag (13u gewerkt, daarna twee Leffe blond in de kroeg).
Donderdag: training aangepast: duurloop 1u45 rustig langs Buurserzand, pijn aan rechter knieschijf.
Vrijdag: na 2min ochtendduurloop afgebroken. ’s Avonds een paar biertjes in de kroeg. Slecht humeur: is de weg naar Rotterdam geen doodlopende weg? Ibuprofen is trouwens mijn favoriete snoepje.
Zaterdag: ochtend: ondanks matige pijn duurloopje 40min, langs de universiteit en het torentje van Drienerlo. Zonsopgang.
Avond: tempoduurloop in totaal 1u50: 40minDI – 5x (2min vlot-1min rustig) – 5min DI – 3x (8min DIII-4’DI) – 15’DI. Ronde Rutbeek – Enschede-Zuid – Singel – Roombeek.
Zondag: ochtend 70min duurloop DI richting het Haagse Bos, langs de molen van Lonneker, markpunt halverwege de Enschede marathon. Een flinterdun laagje poederachtig sneeuw bedekt de wegen alsof er een zandstorm heeft gewoed.
Baantraining dinsdagavond:
Zoals altijd ga ik inlopend naar de atletiekbaan. Steevast ben ik wat aan de late kant zodat ik het tempo al gelijk opvoer: met 16km/h loop ik de 3,5 km naar de baan. Aangekomen bij de baan tref ik de andere atleten en onder begeleiding van Harry Dijk doen we een sessie techniekoefeningen. Twee atleten zijn net terug van hun trainingsstage in Zuid-Afrika, zongebruind en goedgemutst.
Gelukkig krijgt Florian Pehrs van zijn trainer fiat aan te haken bij mijn zware programma: ‘kijk maar tot hoe ver het gaat’. Dat horend ben ik gerustgesteld: geen enkele zichzelf respecterende atleet zal dan de training afbreken en zijn maatje alleen laten lopen; zolang de trainer hem niet terugfluit zullen we de klus samen klaren.
De eerste 1200metertjes gaan soepel in 78seconden per 400m (18,5 km/h). De tweede serie is al wat aanpoten in een iets hoger tempo en de laatste serie van 3 gaat in rondes van 74sec (19,5 km/h). In het Duits geeft de trainer van Florian aanwijzingen: de laatste twee tempo’s moet hij versnellen in de laatste 200meter. Glimlachend, maar van binnen vol twijfel kijken we elkaar aan: gaat ons dit lukken? Vervolgens maken we er inderdaad tweemaal een heuse eindsprint van met een snelste tijd van 3min39. Dat is nou die welbekende Duitse mentaliteit waarmee het voetbalelftal in de blessuretijd nog de wedstrijd weet te beslissen: Tegen het eind nog even alles uit de kast halen en vooral niet toegeven aan vermoeidheid.
Zoals de traditie vraagt schudden we na de training elkaar de hand en lopen gezamenlijk een paar ronden over de atletiekbaan. De lichtmasten branden nog- de andere atleten zijn al lang klaar met hun kortere programma. ‘Een goedenavond gewenst’ en uitlopen naar huis. Voldaan… Eten en slapen.