Winst voor Mappa Mondo

Als winnaars van de Station tot Stationloop 2009 kregen Jaqueline Rustidge en ik de mogelijkheid om een goed doel uit te kiezen waar 1euro per deelnemer van de westrijd aan zou worden besteed. Beiden kozen we voor Mappa Mondo te Wezep, zodat we samen maar liefst 800 euro konden overhandigen aan het opvanghuis voor kinderen met een levensbedreigende ziekte.

Lees het persbericht op Losse Veter en voor een krantenbericht in De Stentor.

De winter van 2010

Weet je nog, die winter van 2010?

De zon liet zich nauwelijks zien, de nachten waren nog nooit zo lang geweest. Tijdens die lange nachten joeg de gure wind over de uitgestrekte heides, over daken van boerderijen en dorpen en sneed zich een weg door de toppen van de naaldbossen op de heuvel. De kraaien kropen opeen en hielden zich stil, hopend dat de winter zich uitgestreden zou terugtrekken. ‘s Nachts kon je door het gehuil van de wind horen dat de wereld klaagde: ‘oef’ en ‘aah’, ze was het niet meer gewend.

Weet je nog, die winter van 2010?

Een Engelsman nam deel aan een hardloopwedstrijd. Stoer als Britten zijn, kleedde hij zich zoals gewoonlijk in korte broek. Maar toen hij eenmaal de wedstrijd liep, in het binnenland, leken zijn oren, zijn vingers en tenen bijna te bevriezen. Maar, dat was nog niet het ergste! Tijdens het rennen joeg de ijzige wind langs zijn benen, omhoog, tot zijn mannelijke trots. Daar kromp iets ineen alsof het een plaats zocht om te schuilen. Dat lichaamsdeel begon af te koelen en steeds meer pijn te doen, tot het opeens ophield. In paniek rende die vriend de kleedkamer in, en passant de wedstrijd winnend. Daar, in de kleedkamer begaf hij zich naar de douches. Onder het stromende warme water begon zij huid te tintelen, over zijn hele lichaam behalve… Angstig keek hij naar beneden, om vervolgens vast te kunnen stellen dat alles er nog hing. Terwijl de bezemwagen nog bezig was afgevroren lichaamsdelen op de weg te verzamelen realiseerde die vriend zich dat hij een gelukkig man was, hoewel bijna geen man meer.

Egmond op komst

Aankomende zondag staat de halve marathon van Egmond aan Zee op de kalender, de grootste klassieker van het Nederlandse lange-afstandslopen. Het is een van de wedstrijden die je eigenlijk helemaal live op televisie zou willen kunnen volgen. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat de NOS in al die jaren de charme van Egmond aan Zee nog niet heeft omarmt. Zie die hardlopers in schaarse kledij tegen de Zuiwesterwind vechten, een kopgroep waarin telkens weer de Nederlanders een hoofdrol voor zich weten op te eisen, hoewel de deelnemende Afrikaanse lopers ook niet de minsten zijn. Het zand is voor iedereen even zacht, de zuidwesterwind even sterk, de afstand even lang. Daar, op het strand, wordt samengewerkt en tegengewerkt.

Egmond aan Zee, iedereen heeft het er over. Rond kerst schepten de topatleten op Twitter al op over hun vorm. Deelnemers volgen nauwgelet de grillen van het weer met een webcam die in de straten van Egmond hangt. Dit jaar zal het water hoog staan, als de westenwind sterk is zal het strand te smal zijn om de duizenden deelnemers door te laten. In dat geval kan op het allerlaatste moment worden geswitcht naar een alternatief parcours door de duinen ten zuiden van Egmond. De wedstrijd zal dan compleet anders zijn, zal betere omstandigheden kennen, maar geen atleet die daarop hoopt. Want de elementen wind en zand zijn datgene waar de lange afstands-atleet naar hunkert in het begin van het nieuwe jaar.

Hoewel Greg van Hest niet in topvorm verkeert zal hij in Egmond lopen, om afscheid te nemen van de wedstrijd waarin hij ooit zegevierde. Andere nationale helden die in Egmond wisten te winnen zijn onder andere Marti ten Kate (drie maal), Kamiel Maase (tweemaal), Luc Krotwaar, Gerard Terbroke en Gerard Mentink, en bij de dames onder andere Carla Beurskens, Marja Wokke en Hilda Kibet. Hugo van den Broek en Michel Butter zijn twee atleten uit de regio die wel eens kunnen gaan verassen in Egmond.

Zelf zal ik er ook lopen, nadat op zaterdagavond de uitreiking van de hardloopverhalenwedstrijd zal hebben plaats gevonden. De uitreiking zelf zal worden verricht door schrijver/hardloper/schrijver Bram Bakker. Zelf heb ik geen verhaal ingestuurd, maar ik vorm samen met Bram Bakker en Barbara Kerkhof de jury.

UPDATE 8 januari

In verband met door gladheid onbegaanbare duinwegen wordt gekozen voor een alternatieve route: heen en terug over het strand. Er wordt een snijdende wind verwacht vanuit het noordoosten, waarbij de gevoelstemperatuur rond -11 graden komt te liggen.

Mensen en dieren

Daar staan ze, een tiental meters van het pad af in het bos. De strepen avondrood die de zon heeft achtergelaten geven nog voldoende licht om ze te kunnen onderscheiden. De stokstijve silhouetten tekenen zich af tegen de felwitte sneeuw, half verborgen tussen de kale bomen. Zojuist stak een ree het pad over, bleef vlak voor me staan en keek me indringend aan, alsof ze me iets wilde zeggen. Net zo plotseling verdween ze het bos in, gevolgd door twee iets kleinere maatjes.

Dat is hardlopen. Als een wild dier ren je door het bos, niet anders dan een ree. Nu ik al een maand lang dagelijks bij schemering door het bos ren, naar mijn werk of naar huis, maar nog geen reeën gezien had, leefde ik in de veronderstelling dat ze zich niet in dit bos ophouden. Begrijpelijk, want als ik een ree was zou ik de Veluwe opzoeken, of de Holterberg.

Maar ik ben geen ree, ik ben een mens. Een mens zoals alle anderen. Vorige week werd een meisje van 23 jaar in brand gestoken en kwam te overlijden. In brand gestoken door een mens. Dat zijn mensen, die steken elkaar blijkbaar in de fik. Misschien heb ik het korte berichtje in het nieuws alleen maar onthouden omdat ze bij mij in de straat woonde. In Zeist, misschien wel één van de rijkste gemeentes van Nederland.

Een paar jaar geleden organiseerde ik in de zomervakantie activiteiten voor kinderen van een asielzoekerscentrum. Dat zijn van die kinderen die met een hele familie hutjemutje op één kamer wonen, onwijs gezellig. Ouders altijd thuis, want die mogen niet werken. Op een ochtend kwamen we ongelegen want er had zich een incident voorgedaan: een man had zichzelf in de fik gezet nadat hij te horen had gekregen dat het asiel werd afgekeurd. Uit pure wanhoop, of misschien in de hoop dat hij hiermee zijn vrouw en kinderen alsnog een kans kon geven, greep hij een jerrycan met benzine en een lucifer. De man overleed en de rest van de familie is ‘gewoon’ terug gestuurd, door het Volk der Nederlanden. Heerlijke mensen.

Omdat ik niet zo goed tegen onrecht kan trek ik me die dingen soms aan. Moet je niet doen, want je kunt er niets aan veranderen. Ja, flyeren voor Groenlinks op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Gezellig! Maar dan bedacht ik me dat ik politiek stond te verkopen alsof ik de eerste de beste marktman was. Hoe harder men schreeuwt hoe meer men verkoopt. In de politiek is men steeds harder gaan schreeuwen, omdat men niets te zeggen heeft. Die marktlui besturen ons land. Flyeren doe ik niet meer, laat die Hollanders zelf maar bedenken waar ze op stemmen.

De krant staat vol berichten om wanhopig van te worden, daarom heb ik geen krant. Dan strik ik mijn veters maar en sla de deur achter me dicht. Een tikkeltje te hard. Wat zal de buurvrouw denken? Binnen is de krant, de radio, internet, actualiteit en politiek. Buiten, op straat, is de wereld onveranderd. Ieder voorjaar komt de wereld tot bloei alsof het feest is. Maar nu ligt er sneeuw en is het steenkoud. Een paar krullen breken af als ik door mijn haar strijk. En bij iedere ademhaling vormt zich een dampwolk alsof ik een fabriek ben.

Ik bedenk me en keer om. Als ik ze zie zal ik ze achtervolgen. Van het pad af, het bos in. Over afgebroken takken springend, kuilen ontwijkend. Gelijke rechten voor mens en dier! De langzaamste zal mijn prooi zijn, met blote handen gevangen. Met mijn vingers druk ik de slagaders dicht tot ze verslapt. Dan sleep ik haar naar mijn hol, scheur de stugge huid los van het vlees dat nog rood en warm is. In de stilte van de nacht zal ik mijn honger stillen met het rauwe vlees van het dier, mijn dorst zal ik lessen met het bloed uit de slagader. Tot de morgen aanbreekt zal ik wachten in de kou. Bij een heldere sterrenhemel val ik in slaap.

Maar nee, ze zijn nergens meer te zien. Omdat het inmiddels zo goed als donker is snel ik terug naar de bewoonde wereld. Pasta en groente in een verwarmde kamer. Een boek van Fitzgerald en een strijkkwartet van Janáček.

A serious runner

Toen ik jaren later terugkwam op de plek waar ik volwassen was geworden zocht ik naar woorden om samen te vatten welke verandering in mij had plaatsgevonden: ‘I have become a serious runner’. In minder dan een jaar tijd was ik een hardloper geworden. Hoewel ik vroeger het pianospel aardig beheerste en graag en veel speelde, had ik me nooit pianist gevoeld als ik niet op het krukje zat en de fantasieën van componisten vertolkte. Zo gauw ik het pianoboek dichtsloeg en het lampje uitknipte was het over. De klep hoefde ik er niet eens voor te sluiten.

Met hardlopen is dat anders. ’s Ochtends gaat de wekker voor de training: vanaf het moment dat ik ontwaak ben ik hardloper. Als ik na de training onder de douche sta was ik de sporen van de training van mijn lijf. Het zweet verdwijnt vermengd met zeep in het riool, wat overblijft ben ik en de hardloper in mij. Of ik nu werk, eet, lees of praat, nog steeds ben ik hardloper. Zelfs als ik op volle kracht tegen de wind in naar huis fiets ben ik hardloper: hardloper op de fiets.

Ik had ook kunnen zeggen ‘I started running’ of ‘I’m just a runner’, maar ik zei ‘I have become a serious runner’. Alsof het me overkomen was, zonder dat ik daar zelf een keuze in had. Alsof ik een Verwandlung had ondergaan: zoals Gregor Samsa op een slechte ochtend wakker werd in reusachtig insektenlichaam, ontdekte ik op morgen dat ik mijn overtollig vet was kwijtgeraakt. In de spiegel keek ik in de ogen van een uitgemergeld gezicht boven een slank lichaam gestoken in strakke tight en snelle schoenen aan de voeten. Dan dringt de vraag zich al snel op of je hardloper bent omdat je hardloopt of dat je maar bent gaan hardlopen omdat je toevallig hardloper bent.

A serious runner. Waarom de toevoeging ‘serieus’? Ik kan me herinneren dat mijn gesprekspartner een spottende opmerking plaatste waarin hij de toevoeging ‘serieus’ nog eens benadrukte. Wat wilde ik ermee zeggen? Als kind nam ik het leven al serieuzer dan anderen. Ik las serieuze boeken en luisterde naar serieuze muziek. Als ik hardloper zou worden, was het niet meer dan logisch dat ik een serieuze hardloper werd. Of betekende het meer, had ik toen al de bedoeling om ooit mee te strijden om de nationale medailles en deelname aan internationale toernooien?

Hoe dan ook, die korte zin is in mijn geheugen blijven hangen, alsof het een bezegeling was van mijn lot. Nu moest ik ook tonen dat het serious business was, dat hardlopen van mij. Hoewel het hardlopen in de loop der jaren inderdaad steeds serieuzer is geworden probeer ik het zelf nu meer en meer te benaderen als een uit-de-hand gelopen passie: run happy.

De Kalfjeslaan

Straatlantaarns, weerspiegeld in de regenplassen op het fietspad, rijgen zich als een kralensnoer aaneen. Langzaam laat ik ze door mijn vingers glijden, zonder ze te tellen, want waar zou ik moeten beginnen? Doordat de maan zich heeft verscholen achter een dik wolkendek lijkt de berm te eindigen in een donkere afgrond. De wereld heeft zich gereduceerd tot één enkele dimensie. Nu is hier, straks is een paar kralen verder. Voor denken is het te vroeg, voor spreken te laat. De woorden zouden in de stilte blijven hangen en bevriezen in de kou. Door de oktoberwind zouden ze worden weggedragen over de polder, te water raken en al dooiend vervloeien met het zwarte slootwater.

De Kalfjeslaan is een oude, rechte weg van het bos naar de rivier. Ouder dan het bos maar jonger dan de rivier. De kaarsrechte weg is genoemd naar de herberg ‘t Kleine Kalf, gelegen aan de rivier, dat in de zeventiende eeuw werd geopend door Jan Claesz Kalf. Nadat het in de tweede helft van de vorige eeuw is gesloopt bleef er alleen een tolhuis over, dat inmiddels is omgebouwd tot een mooi maar onnodig duur restaurant. Het restaurant is zo belicht dat je het van twee meanders stroomopwaarts al kunt zien liggen.

Strijd (13): Twee Vrouwen

Ontwakend uit de trance van mijn loopritme weet ik me plotseling omgeven door motors en een auto. Zou dit de bezemwagen zijn? Red ik het niet meer om binnen sluitingstijd de finish te bereiken? Als mij even later door een Afrikaanse man de pas wordt afgesneden en ik het zachte, regelmatige gehijg van een vrouw hoor kan ik de situatie realistischer inschatten.

Niet één maar twee! Door twee hijgende vrouwen tegelijk word ik verkracht. Het geeft me nieuwe moed, ik voel het ritme aan en beweeg mee. Duizenden jaren evolutie sleuren me uit de trance, ik moet over deze vrouwen waken. Zo gebeurt het dat ik bij de volgende waterpost beide vrouwen een beker water aanbiedt.

Natuurlijk komt er een moment dat je moet kiezen voor de een of de ander. De haas waakt over de eerste vrouw. De tweede moet afhaken. Even blijf ik bij haar, probeer haar op te peppen maar zonder resultaat. Een Darwinistische levensles: kies nooit de vermoeide vrouw maar de fitste. Ik kon niet kiezen, liep vertwijfeld tussen hen in verloor met beiden het contact. Evolutionaire looser die ik ben.

Unter den Linden. De laatste anderhalve kilometer over de brede laan met aan weerszijden toeschouwers op twintig rijen hoge tribunes. Een lawaai alsof het laatste bombardement van 1945 nog niet is afgelopen. Tranen, werkelijk! Deze ultieme hardloopervaring zal ik nooit vergeten.

In de trein terug delen we de coupé met vier andere Nederlanders. Telkens weer benadrukken atleten dat het voor mij ‘toch wel heel anders moet zijn’, maar dat is niet zo. Zij hebben, een half uurtje later dan wel, over dezelfde straten gelopen, zijn door hetzelfde enthousiaste publiek aangemoedigd en hebben dezelfde zon gevoeld. De één loopt weliswaar wat harder dan de ander, maar daar ligt dan ook het enige verschil. Misschien maak ik bepaalde keuzes wat anders, ligt mijn ambitie iets hoger, maar de passie is hetzelfde.

Drie maanden investeerde ik in deze race, die het qua eindtijd niet eens kon halen bij eerdere marathons waarvoor ik trainde gedurende meer dan volwaardige werkweken op de afdeling in het ziekenhuis. Toch voel ik nu nauwelijks enige teleurstelling. Het weekend in Berlijn was een prachtige bekroning op de drie hardloopmaanden. Ik denk dat mijn vorm beter was dan ooit tevoren, maar niet goed genoeg voor 2u19. Ik heb de gok gewaagd want de magische 2u20 grens is me veel meer waard dan een minuut van mijn persoonlijke record af. Bovendien had ik dit jaar al een mooie tijd gelopen. Intensieve trainingsweken heb ik zonder kleerscheuren overleefd, sterker nog, het was mijn zesde volwaardige marathonvoorbereiding zonder noemenswaardige problemen.

Nu mag ik uitrusten, zoals een ander na de coïtus een sigaret opsteekt en in slaap valt. Het is mooi geweest. Morgen heb ik weer zin maar nu wil ik rusten. Het belangrijkste doel was genieten en van iedere stap heb ik genoten. In Berlijn, maar ook tevoren: de trainingsweken, maanden, jaren. Lopen is mijn lust.

Nawoord

Ik hoop dat de mensen die deze woorden nog lezen ook hebben genoten. Sommigen herkennen misschien de emoties en gedachtenflarden rondom de marathon, anderen wijzen in gedachten naar hun voorhoofd, want, ik moet erkennen, marathonlopers zijn wel een beetje gek. Maar de marathon is ook mooi, het heeft alle ingrediënten die anderen zoeken in de dagelijkse soap op televisie. Misschien is er ergens één persoon die ik over de streep kan trekken, niet de laatste meters voor de finish, maar de startlijn: de marathondroom omzetten in daden.

In Berlijn

Met een stalen gezicht passeer ik de tafel waaraan hij zit te ontbijten. Alsof hij net als ik een gewone hardloper is, een van degenen die vele kilometers hebben afgelegd om hier morgen aan de start te verschijnen. Ik voel het bloed naar mijn gezicht stromen als hij me even aankijkt. Of kijkt hij naar iemand achter me. Ik lijk wel verliefd. Maar Haile is al bezet, getrouwd met de marathon van Berlijn. Met zijn lach kijkt hij van talloze posters, boekjes en vanuit de televisie de wereld in. Welkom in Berlijn, welkom bij Haile. lees verder…

Vanochtend heb ik om elf uur een kort duurloopje gedaan vanuit het hotel. Naderhand droop het zweet van mijn gezicht, zo warm was het al deze ochtend. Morgen zullen mijn laatste kilometers rond hetzelfde tijdstip liggen, en zal het waarschijnlijk nog warmer worden. Dat betekent dat het weer mogelijk een behoorlijke invloed zal hebben op de uitslagen. Maar voor mij zijn er hier ook vele voordelen: de organisatie zorgt prima voor ons en we starten in een groep van zo´n 7 atleten die onder de 2uur20 willen duiken. Het betekent dat er waarschijnlijk goed samengewerkt zal worden. En natuurlijk gaat er een extra inspiratie uit van het bijzondere parcours in een historische stad met meer dan een miljoen toeschouwers die de 40.000 marathonlopers zullen aanmoedigen. Kortom, alle vertrouwen in een goede afloop morgen.

Vanaf de start liep ik in een grote groep atleten die 2u19 als doel voor ogen hadden, waaronder enkele britten die daarmee de limiet voor de Commonwealth Games zouden halen. Bij 15km liet ik na een kilometer van 3’15 een gaatje vallen omdat het me te vroeg leek de strijd onnodig zwaar te maken. Bij 18km zat ik nog op schema voor een tijd van 2u20 maar vanaf dat punt vlogen de kilometertijden omhoog, terwijl ik voor mijn gevoel even hard bleef lopen. Halverwege kwam ik door in 1u10’30, hopend dat ik het tempo op zou kunnen pakken maar al gauw werd ik door atleten ingehaald die me het gevoel gaven stil te staan. Bij 34kilometer wist ik me omgeven door auto’s en motors. Ineens bevond ik me bij de eerste twee dames, ik kon even aanhaken bij hun tempo, maakt me gedienstig door water aan te geven als een echte haas. Bij 36km wist de eerste dame te versnellen, de ander haakte af. De laatste kilometers was ik het tempo weer totaal kwijt. Op Unter den Linden aangekomen, de 1,5km lange aanloop naar de finish bij de Brandenburgertoren, probeerde ik er nog een eindsprint uit te gooien maar ook dat bleef vruchtenloos. Ondanks het wat tegenvallende resultaat heb ik heel erg genoten van deze prachtige wedstrijd. Iedere meter van de route was bezet door publiek met fluitjes, rammelaars. De organistie was perfect. Onmogelijk om niet te genieten en helemaal uit je dak te gaan. De marathon was nog nooit zo mooi als in Berlijn.

Inmiddels zijn er filmpjes te vinden op de website van MySports

Strijd

Tot en met september is marathonloper Thijs Feuth even fulltime topsporter, wat mogelijk wordt gemaakt door het wisselen van baan en door ondersteuning van zijn sponsoren. Omdat de Marathon van Berlijn binnen deze periode valt, heeft hij besloten zich te richten op deze wedstrijd.

Om de progressie die hij de afgelopen jaren heeft geboekt voort te kunnen zetten, zal hij de tijd gebruiken om te trainen en tussen de trainingen door zich mentaal voor te bereiden op de strijd die hij in Berlijn zal moeten leveren.

De leermomenten wil hij graag met u delen. Wij nodigen u dus uit om aan de hand van zijn column ‘Strijd’ u voor te bereiden op uw eigen strijd, of het nu om een wedstrijd gaat, een strijd tegen ziekte of een strijd anderszins.

Vanaf 1 juli verschijnt de column wekelijks op www.losseveter.nl

1: Sabotage Hembrug

2: Moonwalk

3: Excalibur

4: Bergen

5: Rustdag in Bad Durrheim

6: Tijd, ik heb u lief

7: Methode Roseg

8: Alchemist in de bergen

9: Why we run

10: Een onbekroonde strijd

11: Een donker woud

12: Tijd voor daden

13: Twee vrouwen

Variatie door TION-sprinter Jeroen Klein: Arrogantie.

Strijd(12): Tijd Voor Daden

Met een stalen gezicht passeer ik de tafel waaraan hij zit te ontbijten. Alsof hij net als ik een gewone hardloper is, een van degenen die vele kilometers hebben afgelegd om hier morgen aan de start te verschijnen. Ik voel het bloed naar mijn gezicht stromen als hij me even aankijkt. Of kijkt hij naar iemand achter me. Ik lijk wel verliefd. Maar Haile is al bezet, getrouwd met de marathon van Berlijn. Met zijn lach kijkt hij van talloze posters, boekjes en vanuit de televisie de wereld in. Welkom in Berlijn, welkom bij Haile.

Voor de tweede maal schep ik yoghurt met passievrucht en muesli op mijn bord, twee extra croissants en een kop koffie. Nog nooit heb ik zoveel gegeten, nog nooit heb ik zoveel trek gehad. Een teken dat mijn lichaam weet wat het moet doen over 24uur. Net als vogels die in de week voor hun ultralange vlucht naar het zuiden, zonder pitstop, zich vol eten aan bessen, waarbij hun lichaamsgewicht soms verdubbelt.

Bijna 2200km heb ik de afgelopen 12 weken afgelegd, genoeg om vanuit bijna ieder punt in Europa tot Berlijn te komen. Alleen het uiterste zuidwesten van Spanje en Portugal en het noordwesten van IJsland bevinden zich buiten de straal van mijn trainingskilometers. Wat nog rest is een ererondje door de stad, eindigend onder de Brandenburgertoren. Samen met 40.000 mensen start ik daar om 9uur ‘s ochtends, chasing the antilope: Gebreselassi. Aangemoedigd door meer dan een miljoen stemmen. De afgelopen dagen malen die getallen door mijn hoofd, de ervaring van zondag moet overweldigend zijn.

In de trein zat ik gisteren tegenover Bill, een Amerikaan die trots vertelde dat hij het op de marathon goed doet in zijn ‘weight’-klasse van lopers meer dan 120 kilo; deze categorieën zijn een redelijk nieuw verschijnsel in de hardloopnatie van de Verenigde Staten. Testosteron-categorieën kennen ze er overigens nog niet*. Bill is 47 jaar en loopt de marathon rond de 4uur30. Als ik hem vraag blijkt zijn voorbereiding vlak voor de wedstrijd niet veel te verschillen met die van professionele atleten: de laatste twee weken tapering, veel pasta en, opvallend misschien: heel veel water. De laatste dagen drinkt hij zoveel dat hij van water verzadigd raakt -hoeveel hij die dagen plast heb ik hem maar niet gevraagd.  Maar, de belangrijkste voorbereiding zit ‘hier’ zegt Bill terwijl hij naar zijn hoofd wijst, en daarom past hij ook visualisatie toe in de voorbereiding op een marathon.

Ook mijn mentale voorbereiding heeft bijna drie maanden geduurd. Ik ging naar Engeland om te rennen door een inspirerende omgeving. Het lopen moet mooi en inspirerend blijven. Ik geloof dat als de marathonvoorbereiding een sleur wordt, het onmogelijk is om boven jezelf uit te stijgen. In Engeland  heb ik op rotsen gestaan, bovenop een heuvel in de Dartmoors. Toen ik na mijn middelbare school een tijd in Engeland heb gewerkt kwam ik er graag, met de fiets -hardlopen kende ik toen nog niet. Met mijn rug zittend tegen deze rotsen en de zon in het gezicht schreef ik er songteksten, wat toen mijn hobby was. Negen jaar later, gebruik ik dezelfde inspiratie van het landschap maar op een totaal andere manier. Staand op de rots leunde ik tegen de wind in, de armen gespreid, alsof ik zou gaan vliegen.

Werner Sonntags (83 jaar) loopt morgen zijn 336e en laatste marathon. Het doel is om uit te lopen, de ronde door zijn stad is vol emotionele indrukken, want deze stad heeft gedurende zijn leven veel doorgemaakt. Haile Gebreselassi en Duncan Kibet willen het wereldrecord aanvallen. Zo heeft ieder  zijn eigen doel.

Vaak wordt me gevraagd wat mijn doel is. Onder 2uur20 is een droom, een poging daartoe wil ik zeker wagen. Sinds Hugo van den Broek anderhalf jaar geleden opperde dat ik ooit misschien onder 2uur20 zou lopen, terwijl ik ‘slechts’ 2uur28 had staan, is mijn perspectief veranderd. Sindsdien durf ik te dromen, dromen omzetten in goud, mijn grenzen verleggen. Maar bij een marathon moet je flexibel zijn, voor  2uur20 moet alles perfect gaan en het verloop van een marathon is en blijft onvoorspelbaar.  Daarom blijft mijn belangrijkste doel om gewoon te genieten van het lopen want dat is het belangrijkste talent waar je als marathonloper over moeten beschikken. Hoe kun je anders die talloze klappen van het asfalt verdragen, iedere heuvel weer als uitdaging zien, de blaren doorprikken en veters strikken. Ik hoop dat die veertigduizend andere lopers er met dezelfde intentie starten. Genoeg woorden nu, het is tijd voor daden.

*Tijdens het schrijven van deze column heerst er wereldwijde consternatie over Caster Semenya die de wereldtitel veroverde op de 800m in Berlijn, maar naar verluid een voor een vrouw ongewoon hoog testosterongehalte zou hebben.