Een raadsel

Vanochtend werd ik aan de voet van de Pyramide van Austerlitz, bij de entrée van het sportmedisch centrum van de KNVB, staande gehouden door een stem:

Wat gaat in de morgen op drie benen, ‘s middags  op vier en in de avond op twee?

Verwonderd keek ik op naar de vlag, van waar de KNVB-leeuw zijn tong naar me uitstak. Maar vlaggen spreken niet en tot opluchting van mijn nuchtere geest bemerkte ik een luidspreker bij de slagboom. Een vreemde vraag trouwens, die me enigszins bekend voorkomt, maar een antwoord kon ik zo gauw niet bedenken.

De fysio stelde voor om vandaag, na 6 weken één been te hebben ontzien, te starten met belasten van de knie, wat betekent dat ik ondersteund door beide krukken ook mijn rechterbeen mag gebruiken. Het is even wennen aan de beweging die gedurende dertig jaar zo vanzelfsprekend was, maar al gauw gaat het gemakkelijker. Vooralsnog verloopt de revalidatie na de ingreep optimaal: de knie doet geen pijn, is niet dik geweest en de bovenbeenspieren zijn nog redelijk in vorm. Al met al is dit een goede uitgangspositie voor de komende maanden en durf ik voorzichtig positief te zijn. In augustus hoop ik het lopen weer op te kunnen pakken, om dan in de loop van de tijd uit te vinden op welk niveau ik weer kan gaan sporten.

Op weg naar huis kwam de vraag weer naar boven toen ik de slagboom opnieuw passeerde. In gedachten verzonken begaf ik me met deze nieuwe manier van lopen naar de bushalte.

Kou is psychisch…

…maar niet altijd. Zo was er een zomerdag dat ik in de Hoge Venen verdwaalde en door een stortbui werd overvallen. Onder een boom zocht ik beschutting, al knalde de bliksem door de lucht – door een merkwaardig toeval bleef er die middag slechts één beuk gespaard, juist die waaronder ik dekking had gezocht. Toch werkte de regen zich door het bladerdek heen en wist me in korte tijd te doorweken. Omdat het maar bleef gieten besloot ik mijn belabberde schuilplaats te verlaten, op zoek naar warmte. Maar, of het nu door de opgeraakte brandstof was of door de regen die me tot op het bot had verkleumd, mijn lichaam weigerde dienst. Met voeten als ijsklompen bewoog ik mijn lichaam als een mislukte marionet. Pas toen de zon weer wist door te breken begonnen mijn voeten te ontdooien, en op sterven na dood wist ik uiteindelijk Eupen te bereiken.

Nog een voorbeeld. Door de prehistorische ijskou die Fanndis de afgelopen week op Europa afstuurde, overleden honderden mensen. Daklozen, maar ook doodgewone mensen die in een sneeuwstorm verdwaalden en Italianen die in de wijngaard op zoek waren naar de eerste druiven van het nieuwe jaar. De kou dringt door de huid en grijpt met ijzige vingers om het hart, dat niet meer durft te kloppen, en doet het bloed daarbinnen stollen tot één dikke klomp rood ijs. Een psychotherapeut kan daar weinig tegen beginnen.

Maar in al die andere gevallen is kou een kwestie van inbeelding. Mensen slaan de gordijnen open,  bespeuren ijspegels aan de dakgoot of zien de stoep bedekt met een laagje sneeuw.  Nee, mensen houden de gordijnen gesloten en kijken naar het nieuws van zeven uur, zien de nieuwsman met zijn das om naar wolken met witte sterretjes wijzen. Dan maar een dagje ziekmelden, want het is koud. Bar koud.

Vorst. als het kwik daalt mag je jezelf verwennen. We verwennen onszelf door de kamer tot tropische temperaturen te verhitten. We pakken de auto naar de winkel om de hoek en slaan blikken met erwtensoep in. Vroeg in de avond duiken we het bed in, driedubbele dekens slaan we om ons heen. Chocolademelk met slagroom. Voor de hongerige dikkerdjes is de winter een mooi excuus om extra energie op te slaan. Energie die pas wordt verteerd als de dood, in de vorm van hongerige maden die ergens diep in de grond een eikenhouten kist leegeten, hen ontlast van de overtollige kilo’s. Zo voedt de winter het leven onder de grond – staan we ervan te kijken dat de aarde gestaag opwarmt?

Maar over opwarming zouden we het vandaag niet hebben, want het vriest. De echte Nederlander blijft binnen, slechts een handvol stoere mannen trekt naar buiten met ijzers onder de voeten. Want de ultieme hartverwarmende verwennerij voor het koukleumende volk is het gadeslaan van kou die de ander lijdt. De huiveringwekkende stilte waarmee een schaats het afgevroren oor van de ander doorklieft. Zo voelen we het liefst de kou, op de bank, verwarming op maximaal en een deken om je heengeslagen. De kou slaat namelijk van de televisie af. Kou is psychisch.

Het Oordeel

Na ruim een halfjaar huiskameroverleg is de Commissie Gelijke Behandeling eruit: bij de Utrecht Marathon werd er verboden onderscheid gemaakt tussen buitenlanders en Nederlanders. In een persbericht valt te lezen dat de Nederlandse nummer één 10.100 euro won en de Keniaanse nummer twee met 80 euro naar huis kon gaan terwijl de Nederlandse nummer drie maar liefst 7.500 dukaten in zijn zak kon steken. Dat klinkt niet eerlijk, dus kan Jan met de pet op zijn vingers natellen dat er sprake was van discriminatie.

Maar wie het 8 pagina’s tellende oordeel van de commissie leest kan niet anders dan concluderen dat de commissie niet erg zorgvuldig heeft gewerkt: het document is een orgie van feiten en fouten. De lezer wordt al snel duidelijk dat de commissie niet begrijpt hoe het invitatie- en beloningsbeleid nu precies in elkaar steekt. Was die Keniaanse nummer twee nou wel of niet uitgenodigd? Ook wordt de gehele context van een Keniaanse overheersing van het hedendaagse hardlopen buiten beschouwing gelaten, terwijl die context toch essentieel is voor het beleid van deze marathon.

De grootste verwarring lijkt voort te komen uit een gebrek aan inzicht in het gangbare beloningssysteem in de hardloopwereld. Vrijwel iedere grote wedstrijd keert alleen prijzen uit aan gecontracteerde atleten. Dit systeem heeft ervoor gezorgd dat in de loop van de afgelopen twintig jaar steeds meer Kenianen de weg wisten te vinden naar de lucratieve Nederlandse wedstrijden. Mede hierdoor maakte het Oost-Afrikaanse hardlopen een revolutie door terwijl in het westen het niveau daalde tot een absoluut dieptepunt een kleine 10 jaar geleden.

Reden voor hardlooplievende organisaties om te onderzoeken wat er mis gaat. Gerard Nijboer, in 1980 nog winnaar van zilver op de Olympische Spelen, zou zich tegenwoordig nog maar ternauwernood kunnen kwalificeren voor deelname op het hoogste podium en zou nu ook niet meer dan een bijrol zou spelen op de achtergrond van het Afrikaans loopgeweld, dus ook weinig exposure voor geldschietende sponsoren.

Een andere factor is, hoe raar het ook klinkt, de economische afhankelijkheid van de Nederlanders. Hoewel het inkomen hier vele malen hoger ligt dan in Kenia en niemand van de honger omkomt, zijn de kosten voor basaal leven hoog. Voor minder dan 500 euro kun je nog geen kamer huren om in te wonen, zorgverzekering kost al meer dan 100 euro en ook de andere basale kosten zijn een veelvoud van die in Kenia. Het is voor een Nederlandse hardloper dus bijna ondoenlijk een bestaan op te bouwen als professioneel sporter, en dus besloot de organisatie van de Utrecht Marathon hier een creatieve oplossing op te verzinnen.

Hoewel de hardloopsport het toonbeeld van integratie is besluit de commissie gelijke behandeling de zaak te simplificeren tot het voorbeeld van de nummer 2, die níet gecontracteerd stond en waarschijnlijk afkwam op de alternatieve beloning die door een goedbedoelde actie van een Nederlandse zakenman in het vooruitzicht was gesteld. Helaas voor de goede man verloor hij de wedstrijd.

Om tot een goed begrip van de zaak te komen had de commissie goed gedaan twee zaken los van elkaar te onderzoeken: (1) in hoeverre is een marathonorganisatie verplicht tot het uitnodigen van buitenlandse atleten en (2) mogen gecontracteerde atleten anders worden beloond dan niet-gecontracteerde atleten? Ook had de commissie er goed aan gedaan zich in te lichten via onafhankelijke deskundigen, zoals de Nederlandse atletenmanagers van

Keniaanse hardlopers. Maar in plaats van gedegen onderzoek te doen komt de commissie liever met een stevige conclusie: verboden onderscheid op grond van ras en nationaliteit.

In haar oordeel stelt de commissie dat het doel, het stimuleren van de Nederlandse atletiek, legitiem was, het middel (verschil in beloning) echter buitenproportioneel. Als we dan toch de zaken uit elkaar halen dan kunnen we uit het oordeel lezen dat het niet verboden is slechts Nederlanders uit te nodigen, maar dat de beloning van genodigde lopers niet buitenproportioneel mag verschillen met dat van niet-genodigde lopers. Want, was de nummer twee een niet-genodigde Nederlander geweest in plaats van een Keniaan, dan had hij eveneens kunnen fluiten naar de hogere bonussen. Er kan in dit geval dus nooit sprake zijn van discriminatie op basis van ras of nationaliteit. Het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling kan regelrecht de prullenmand in

Occupy Yourself

Zondagochtend. Onder een zeldzaam heldere oktoberhemel ontwaken op het Beursplein in Amsterdam enkele tientallen mensen die er in tentjes hebben overnacht. Uit frustratie misschien, boos omdat de bankdirecteur in een grote villa woont: Occupy Amsterdam.

Op hetzelfde moment dat de wereldverbeteraars zichzelf opwarmen met koffie die door arme drommels in Afrika is geplukt maar voor die plukkers te weinig geld oplevert om een degelijke maaltijd voor het gezin te kunnen betalen, klinkt even verderop, in het Olympisch Stadion, een schot. Op zo’n mooie zonnige ochtend in Oktober zou toch geen crimineel het in zijn hoofd halen te schieten? Nee – het is de burgemeester. Op hetzelfde moment ejaculeert het stadion een eindeloze stroom hardlopers: de marathon is begonnen.

Mensen die voor het eerst een ooit ondenkbare afstand hardlopend afleggen. Mensen die een weddenschap zijn aangegaan en met de moed der wanhoop maandenlang door het Vondelpark hebben gezwoegd. Kenianen die alles op alles zetten om de armoede in te ruilen voor faam en rijkdom.  En hardlopers die er alles aan doen om hun snelste tijd te verbeteren. Kortom, allemaal mensen die voor hun kansen gaan. Dat al die mensen, die elkaar niet eens kennen, eensgezind op weg gaan en hetzelfde doel nastreven, is een indrukwekkend gegeven. Ontroerend zelfs, als je erover nadenkt.

Rond het middaguur finishen de snelste lopers, maar de uren daarna blijven ze binnenstromen. 9630 in totaal, maar liefst een derde meer dan in Rotterdam eerder dit jaar. Tienduizend mensen die samen een groter statement maken dan die paar wereldverbeteraars in de binnenstad, die hun behoeften mogen doen in de Dixi die er speciaal voor hun is neergezet.

In tijden van crisis kun je met beschuldigende vinger naar de machthebbers wijzen. Je kunt boos worden en uit wanhoop op de lelijkste plek van Nederland gaan kamperen en je kunt brieven naar de krant sturen die niet worden geplaatst. Je kunt de ellende ook laten voor wat ze is en het bos opzoeken om te gaan hardlopen. Met hardlopen verbeter je de wereld niet, maar je maak jezelf wel vrij van de dagelijkse ellende. Voel de zon je zweet verdampen, voel de wind in je gezicht en voel je voeten nat worden in de modderige bospaden.

Als de bankdirecteurs geld nodig hebben om gelukkig te zijn, laat ze het geld dan tot zich nemen. Jij laat de wereld voor wat ze is en gaat op zoek naar datgene wat belangrijk is en werkelijk gelukkig maakt. Occupy yourself!

De Derde Bal

Met enige schroom trok ik mijn onderbroek naar beneden. De huisarts zette zijn bril op het puntje van zijn neus en beoordeelde de bron van mijn zorgen. Ondertussen bedacht ik in stilte wie ik wel en niet op mijn begrafenis wilde hebben en welke muziek er zou moeten worden gedraaid. Die zoete gedachten werden ruw onderbroken door de huisarts die me met een bulderende stem meedeelde dat ik een derde bal had.

Een derde bal? Teelbalkanker, zul je bedoelen! Nee, het was een talgkliertje dat door het fietsen op het zadel was dichtgedrukt en dus het talg niet kwijt kon. Een typisch wielrenfenomeen, dat ook wel bekend staat als de Derde Bal. De mystiek van de Derde Bal was kennelijk één van de specialisaties van de arts, want met de passie van een wielrenfanaat vertelde hij me over hoe Joop Zoetemelk in zijn tijd gekweld werd door zijn Derde Bal. Ik bevond me als drieballige man in goed gezelschap en moest mijn Derde Bal koesteren. Als ik er echt veel last van kreeg kon hij nog chirurgisch verwijderd worden, maar alle zorgen kon ik overboord zetten.

Een hardloper met een wielrennerskwaal – hoe leg je dat uit? Toch heb ik mijn eigen begrafenis maar uitgesteld. Het uitvaartcentrum nam er genoegen mee toen ik vertelde dat de datum me erg slecht uitkwam – het zou immers van slechte smaak getuigen afwezig te zijn op je eigen begrafenis. Zoiets wordt je door familie en vrienden niet in dank afgenomen.

De Ronde van Winsum

Kogelstoters, sprinters en marathonlopers. Zet ze op de fiets en kijk wat er gebeurt. Dat waren zo’n beetje de ingrediënten van de Ronde van Winsum die in september werd gehouden. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden werd de koers niet verreden in Winsum maar in Groningen en bleek de ronde een optelsom van maar liefst 51 rondjes om de kerk. Waarbij vermeld dient te worden dat een paar voetbalvelden als kerk dienden. Het was een wedstrijd die georganiseerd was door atleten voor atleten en dus werd een aangewaaide wielrenner die geen atleet bleek doodleuk naar huis gestuurd. Die moest maar met zijn eigen vriendjes spelen.

De dag begon met een proloog bestaand uit een individuele tijdrit over 1 ronde van 1 mijl. Dacht ik even lekker binnen 2 minuten te finishen, kwam er een orkaan uit het Caraïbisch gebied overwaaien die ik de hele ronde tegen had en ik dus (geheel onterecht overigens) ergens in het midden van het veld eindigde. Toen Yennick Wolthuizen dezelfde ronde reed kwam weer een orkaan overwaaien die precies de andere kant uit waaide zodat hij ‘m in de rug had en maar liefst 10 seconden sneller reed dan ik. Daarmee kreeg hij het parcoursrecord in handen.

Er moest dus wat worden rechtgezet in de 80-kilometer tellende etappe. Vijftig rondjes over die kolerebaan waar de wortels van de bomen het wegdek deden rimpelen. Al vroeg in de wedstrijd wist ik te ontsnappen en kreeg ik vier man mee: Dennis Licht (de enige met licht op zijn fiets), Olaf Bos en Robin Pieterman en… Yennick. Aardige jongen hoor, maar ik had ‘m liever een paar honderd meter achter me geweten, in het peleton.

In het eerste uur hadden we 43,2km op de teller, maar nog steeds was het gat met het peleton, waar vooral Wilfred van Holst en Sybren Mulder het snot voor de ogen, het zuur in de benen en hun benen uit het lijf fietsen, niet meer dan een halve minuut. Na zo’n 50 kilometer werden we bijgehaald en daalde het tempo tot iets wat het woord snelheid geen eer aandoet. De renners, eehh atleten, waren moe gestreden.  Ondertussen waren zo’n 20 van de 30 renners, ehh, atleten, afgestapt en werden gereanimeerd, hingen aan het herstelinfuus of slikten een dubbele dosis prozac.

Voor het vrouwelijk schoon op de tribunes wilde ik nog wel even goede wil tonen, dus deed ik af en toe nog een poging te ontsnappen, hetgeen als bijeffect had dat de laatste reserves van de niet-marathonlopers toch nog even moesten worden aangesproken zodat ik in de eindsprint nog een aardige derde plek wist te bemachtigen, achter Olaf Bos en Bas Eefting. Vóór Yennick Wolthuizen welliswaar, maar de paar bonificatieseconden die dat opleverde konden het (geheel onterechte!) verschil van de proloog natuurlijk niet meer goedmaken.

Al met al een geweldige sportervaring en een unieke kans om met atleten van andere disciplines te kunnen clashen. Volgend jaar weer?

Interview in het AD

ZEIST – Wat kan hard fietsen door de bossen zo nu en dan frustrerend zijn. Vindt Thijs Feuth. De verleiding om vol in de remmen te hangen, zijn Look tegen een boom aan te kwakken en vervolgens een stuk te gaan lopen, is soms onweerstaanbaar. Waarom? Heel simpel: de 29-jarige Thijs Feuth, lid van het Utrechts Running Team, wordt het meest gelukkig van rennen in het bos. Daar mag je hem ‘s nachts zelfs voor wakker maken.

lees het interview door Jeroen Kreule verder op de website van het Utrechts Runningteam