- Karhuperäntie
Loneliness
After an early cup of coffee in the Neste Oil filling station, where we were nicely welcomed by nearly a dozen villagers, Eeva left me alone in a rented 32 square meter apartment in the empty middle of Posio and she took off for the twelve hours drive back to South Finland (my publisher once told me that writers often don’t have a driving licence, so, Eeva, here’s my excuse).
I went for a walk as the clouds played with the sun, letting its light through but only rarely showing a glimpse of its weakened body. Although there have been many days with full sun and nights with stars and northern lights, I will always remember Posio as a place where clouds sweep low over the lakes and marshes, as in an attempt to erase everything, or to cover life in eternity. More than once I got the impression that the more north clouds drift, the heavier they become, just like thoughts and dreams and all that.
Last week’s snow had disappeared during the night. The path towards Kirintövaara was now covered by putrefying grasses, burning red like Lemminkäinen’s beard, and the half-light intensified all the colours of the marshes. I breathed an indistinct smell of wetness, scents of an eternal nowhere.
As I strolled through the wilderness, I did not meet any people, I saw no more animals than a couple of ravens that flew over the emptiness and cried for time to pass by. I didn’t really search for it, but I found an intense loneliness today. I think that I had expected it, but not yet on my first day of the months that I will spend here on my own. I did not fear this loneliness, because it was, in a way, the reason to be here. For a writer, loneliness can be the wellspring of creativity.
I climbed the old ski-jump of Kotivaara that looks out to the north. The wooden tower has not been used for many years. Its stairs are nearly rotten, and as I reached its platform, I felt the wooden construction slowly moving by the force of the wind. There I stood, watching out over the desolate land behind God’s back, where Ultima Thule starts.
Soon, the loneliness started to work on me. Thoughts appeared silently but they disappeared before I could grab them. All I had to do was to listen to the wind and focus on the dancing moves of the ski-jump. New ideas arose, some of them merely touched me, but others shook my shoulders and took my breath. Were I to have a pen that could instantly write down the stream of thoughts, a book or two would have been produced today.
I pondered on how many great ideas must have risen in billions of minds, and how many of those have stayed there, in the mind, dead as thoughts are dead as long as they remain just thoughts. For a moment I thought that I understood why these thoughts and ideas remained dead – out of fear – but a minute later I rejected the hypothesis. A new breeze blew and pulled the wooden ski-jump tower and then I thought of other things. To whom do people relate themselves?, I thought. City men find friends among the similar; writers’ friends are writers, doctors spend their time with doctors, runners with other runners and the truck driver parks his truck between other trucks. In a village, the doctor’s neighbour can be an old and cheerless widow and on the other side of the street lives a farmer. In a village, the social sphere of influence includes everyone; villagers relate themselves to all other villagers.
Many more thoughts came up, but I will not reveal them – not yet. Just like a brook, a thought needs time and place to magnify, before it is great enough to debouch into the sea of all these other thoughts, ideas and confessions.
I went down the rotten steps of the ski-jump, down the snowless skiing route where wood chips muted my footstep and I turned to the road that took me home. In the 32 square meters apartment I played Einaudi and I burned a candle and in the midst of it, the loneliness suddenly turned into a grey sadness. There I sat, with melancholic wordless music that I had brought up north. Even the poetry that I had brought with me (Ted Hughes’s The Hawk in the Rain, Shakespeare’s Macbeth, T.S. Eliot’s The Waste Land and a couple of Dutch poets) did not include anything that could cheer me, as I had chosen them thematically: the few things that I had brought with me up North were all to promote loneliness.
De exodus van de moraal
Dit artikel verscheen op opiniewebsite Joop.nl
Afgelopen weekend verscheen in het NRC Handelsblad een artikel over de vluchtelingencrisis van de hand van Paul Scheffer, hoogleraar Europese Studies aan de universiteit van Tilburg. In het apocalyptisch aandoend opiniestuk spreekt Scheffer van een ware exodus en waarschuwt hij voor een alsmaar toename van de aantallen vluchtelingen, die de samenleving handenvol geld gaat kosten. Scheffer ontkracht vier veelgehoorde argumenten die onbeperkte vluchtelingenopvang bepleiten om zo tot de conclusie te komen dat vluchtelingen slechts mondjesmaat moeten worden opgevangen. Daarmee zouden we ons ontslaan van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van vluchtelingen die we buiten de grens houden. Opvang in de regio is het toverwoord, wat toch gezien de huidige stand van zaken natuurlijk weinig nieuws toevoegt.
Is migratie schadelijk?
Zijn hele betoog gaat ervan uit dat een groot aantal vluchtelingen slecht is, maar in plaats van dat aan te tonen verwijst hij losjes naar veertig jaar migratiegeschiedenis. Dit is voor een hoogleraar een vreemde conclusie. Want waaruit blijkt in hemelsnaam dat immigratie slecht is? Ondanks de migratie is het bruto nationaal product in de laatste veertig jaar explosief gestegen. Nederland kent minder armoede, meer vrijheid en de samenleving wordt steeds veiliger. Het gaat dus alleen maar beter in plaats van slechter.
Volgens de statistieken doen migranten en tweede generatie allochtone Nederlanders het inderdaad iets minder goed dan autochtone Nederlanders, maar hoewel er aldus een associatief verband is, is het nooit overtuigend aangetoond dat migratie of slechte integratie hier volledig verantwoordelijk voor is. Uiteraard zadelt migratie het individu op met een maatschappelijke drempel, maar in een land met een degelijke sociale voorzieningen dient sociaaleconomische achterstand binnen een of twee generaties te worden uitgewist. Dat dit vaak niet het geval is, en etnische ongelijkheid over generaties blijft bestaan, is een maat voor falen van de staat op sociaaleconomisch vlak. Een goed voorbeeld is de Verenigde Staten, waar etnische gelijkheid nog steeds ver te zoeken is hoewel de slavernij al honderdvijftig jaar geleden is afgeschaft. Behalve sociaaleconomisch falen van de staat is ook openlijk racisme en onbewuste discriminatie hier waarschijnlijk debet aan.
De opvatting dat migratie schadelijk is, is dus nooit bewezen. Paul Scheffer is er waarschijnlijk in gaan geloven door de aanhoudende nationalistisch-fascistische propaganda van Wilders, waarin Scheffer bevestiging vindt van het beeld dat hij in zijn artikel ‘het multiculturele drama’ begin 2000 schetste – een artikel dat overigens leest als een horoscoop. Sinds 11 september 2001 heeft de moslim, en ‘dus’ de migrant van alles de schuld gekregen, en zo is het multiculturele drama tot stand gekomen, maar men zou evengoed de bankdirecteurs of extreemrechts de schuld van ‘alles’ kunnen geven, wat dat alles ook is.
De moraal
Een belangrijk bezwaar tegen het betoog van Paul Scheffer is dat hij de moraal in de vluchtelingencrisis reduceert tot de vraag of we de vluchtelingenstroom hadden kunnen zien aankomen, en dat laatste restje moraal schuift hij dan ook gemakkelijk terzijde. Met Webers onderscheid tussen overtuigingsethiek en verantwoordelijkheidsethiek houdt Scheffer ons voor dat we moeten waken voor de gevolgen van vluchtelingenopvang en daarbij sluit hij de ogen voor de gevolgen van onze politieke keuzes die buiten de grenzen van Europa, wat mogelijk een beroepsdeformatie is van de hoogleraar Europese Studies.
De morele vraag zou in de eerste plaats moeten zijn in hoeverre wij, Europa, de plicht hebben om onschuldige burgers uit conflictgebieden veiligheid te bieden en wat het mag kosten. Ja, wat kost het eigenlijk, die primaire opvang van vluchtelingen? In hoogtijweken in september beraamde Jeroen Dijsselbloem de kosten op ‘richting de miljard’, wat hoog klinkt maar in werkelijkheid slechts ongeveer 0,1% is van het bruto nationaal product (880 miljard euro in 2014).
Om ons geweten te sussen pleit Paul Scheffer voor vluchtelingenquota, wat erop neerkomt dat hij sommige vluchtelingen welkom heet en anderen terug wil sturen naar landen waar de bommen je om de oren vliegen. Het ene leven veiligstellen verleent volgens hem dus voldoende excuus de ander in nood te laten. Blijkbaar leeft professor Paul Scheffer in zijn academische ivoren toren en heeft hij het laatste jaar geen krant opengeslagen, of hij vindt verdrinkende vluchtelingen gewoon niet zijn of ons probleem.
En dat is het wel, want je moet wel een enorm bord voor je kop hebben om te menen dat het Westen niet mede verantwoordelijk is voor het machtsvacuüm en de oorlogen in het Midden-Oosten. Bovendien is er actieve participatie van Westerse strijders in de Syrische burgeroorlog. Rechts ziet hierin de bevestiging van het gevaar van de Islam, maar het vergt geen overdreven inbeeldingsvermogen om hierin juist het gevaar te zien van anti-islamisering van de westerse maatschappij, waardoor gefrustreerde jongeren door middel van een Heilige oorlog op zoek gaan naar een manier bestaansrecht te verwerven voor hun culturele identiteit.
Het alternatief: moraal en denken in kansen
Als ik een oplossing had voor de conflicten in het Midden-Oosten, was ik niet in de pen geklommen maar had ik aan de lijn gehangen met Washington en Moskou. Wel heb ik een driedelige oplossing voor het multiculturele drama en voor de vluchtelingencrisis. Het eerste onderdeel van de oplossing is allereerst uit te gaan van onze trotse Westerse normen en waarden, en die niet alleen op ons, Europeanen, te betrekken, maar ook op hen die van buiten komen en zelfs op hen die buiten de Europese grenzen blijven. Als we blijven vinden dat het allemaal niets mag kosten, is onze moraal geen knip voor de neus waard.
Een tweede oplossing is om vluchtelingen zo snel mogelijk te laten participeren, bijvoorbeeld door het creëren van gesubsidieerde banen en door verkorte opleidingen die gericht zijn om zo snel mogelijk te kunnen participeren door het elders uitgeoefende beroep hier uit te kunnen oefenen. Stages zijn daarin essentieel, want het bevordert niet alleen de arbeidsspecifieke kennis, maar ook integratie en zelfs het taalvermogen.
Een derde oplossing ligt uiteraard in het bijdragen aan een veilig land van oorsprong. Misschien moeten we ons daartoe over onze meer dan terechte bezwaren tegen leiders als Bashar al-Assad en Vladimir Poetin heen zetten en in plaats daarvan inzetten op een stabiliteit in plaats van democratie.
Boekpresentatie Zwarte ogen
Aside
Brons Bronze Pronssi
Seven years after winning a bronze medal in the Dutch national marathon championships, I did it again. This time not in The Netherlands, but in Finland. It was a special marathon, with only competitive participants, 23 in total. Jaakko Nieminen won the title (2:26), and Mikko Tolonen won surprisingly silver (2:28) – he did not only surprise us, he also surprised himself. My own finishing time was 2:29’35, clocking just below 1:13 halfway. Although I had to take a short break after 30k with stomach pain due to a tactical mistake (speeding up uphill), I consider this race one of my best marathons ever, as the route was very tough, with almost continuously hills and several kilometers on non-tarmac roads. According to the organization, we ascended and descended nearly 300 meters during the race. Along the route, we were provided with spectacular ruska views, personal drinks every 3k (!) and helpful volunteers, making me love this wonderful country even more than I already did.

I have been able to pick up the training very soon after the race and am now preparing for the Amsterdam marathon, which will be on October 18th. There and then I will try to break my personal best, which is 2:23.

Check out Jaakko Nieminen’s blog for his winning perspective of the race (in Finnish).
Twaalf vingers
Eens vroeg ik iemand waarom zij zelf eigenlijk geen boeken schreef, waarop zij antwoordde dat er geen gebrek was aan goede boeken, en het schrijven ervan dus overbodig was. Denkend aan de boeken die ik graag zou lezen maar waar ik de tijd nog niet voor genomen had, nam ik op dat moment genoegen met die uitleg en kabbelde het gesprek voort in de richting van de zee.
Pas later, toen ik thuiskwam, realiseerde ik me dat haar antwoord allerminst voldeed, niet alleen omdat zij bij een uitgeverij werkte, en op die manier meehielp aan de productie van boeken alsof het broodjes waren, maar vooral omdat gebrek helemaal niet bestaat – als wij over gebrek spreken, is er hoogstens is er sprake van onevenredige verdeling of van een kunstmatige afhankelijkheid.
Laten we maar eens een blik werpen op de wereld voorafgaand aan de evolutie, dus in de tijd dat er nog geen leven bestond. Het was een vredige tijd, zonder honger, zonder verlangen, zonder boeken, zonder god en zonder oorlogen en vooral een tijd zonder gebreken. Er was alleen het heelal, dat ook toen al onwaarschijnlijk uitpuilde tot in alle hoeken van het onbesef en de aarde was een bord met soep, oersoep, waaruit het leven zou ontstaan. Leven dat ontstond zonder gemeenschap, zonder liefde. Dat was de abiogenese, de enige onbevlekte ontvangenis die de evolutie nodig had.
Vanaf dat moment is er alleen maar meer bijgekomen; na de introductie van het leven volgden liefde, het wiel, het dynamiet en ten slotte de iPhone. Oorlogen kwamen er ook, zij aan zij met de liefde, want er is geen oorlog die niet uit liefde wordt gevoerd.
U ziet wat ik bedoel: in den beginne was er geen gebrek. De wereld bestaat bij de gratie van een equilibrium, en iedere verstoring daarvan wordt opgevangen door tegenwerkende krachten en de netto opbrengst ervan is vooruitgang, complexiteit. Leven is daaruit voortgekomen.
Dat was allemaal zo totdat de ethiek werd uitgevonden. Opeens was er niet meer een simpel mechanisme van overleven en sterven om het equilibrium in stand te houden, maar moest men gaan nadenken over de vraag of het allemaal wel juist was, wat er gebeurde.
Ook de ethiek was een product van het equilibrium en zijn verstoringen en tegenwerkende krachten. In feite is ethiek de benaming van een complex regulerend mechanisme dat door de hersenkwabben worden aangestuurd en dat primair gericht is op het welzijn van hersenkwabbezitters en zo de soort een evolutionair voordeel verleent, geheel naar de evolutiewetten van Darwin, of beter gezegd, precies volgens de regel van Hamilton, die beschrijft bij welke voorwaarden altruïsme evolutionair voordeel oplevert.
Maar ik dwaal af, we hadden het over gebrek, nietwaar? Ik zeg dat er voor het ontstaan van leven geen gebrek was en dat daaruit wel complexiteit, maar gebrek nooit kan voortkomen. Al het gebrek is ingebeeld of staat in verhouding tot overvloed. Toch hebt u uw bedenkingen.
Komt een pianist met vier vingers heeft aan iedere hand geen vingers tekort? Domme vraag, want iemand met vier vingers aan iedere hand zal hoogstwaarschijnlijk niet voor het pianovak kiezen, en als hij dat wel doet, zal hij stukken spelen waarbij de vijfde vinger niet wordt gemist. Mag ik u trouwens vragen wat u ervan denkt als een componist op het idee komt om een stuk te schrijven voor driehandige pianisten met vier vingers per hand? Kent de tienvingerige pianist dan een gebrek, of is er misschien sprake van een gebrek aan twaalfvingerige pianisten?
En honger dan? In het geval van honger is er duidelijk sprake van een verstoring in het equilibrium en dientengevolge van een kunstmatig gebrek: wellicht is er een overvloed aan mensen? Als de mens zich maar genoeg blijft vermenigvuldigen, zal er op den duur sprake zijn van een gebrek aan alles – of een teveel aan de mens. Anderen menen zelfs dat honger een kwestie van verdeling is; er zou genoeg voedsel zijn maar het komt niet op de juiste plaats. Armoede? Heeft de een te weinig of de ander teveel? Aardolie? Het typische product van overbodigheid; ontstaan uit biologische resten die zich in de diepte aan de kringloop des levens onttrokken.
Voor het geval u nu denkt dat bovenstaande woorden u excuus verschaffen om uw schouders op te halen voor andermans ellende omdat u bewezen acht dat er geen gebreken bestaan, zie ik mij genoodzaakt af te sluiten met een korte stichtelijke boodschap: ethiek mag dan wel een kunstmatig instrument zijn, het is wel het instrument dat ons tot mens maakt.
Maar dat heeft allemaal bijzonder weinig te maken met het nut van boeken schrijven.
Doping en de boodschapper
Slechts nieuws voor Dafne Schippers: statistisch gezien* is de kans dat ze doping gebruikt levensgroot. Ten eerste heeft de geschiedenis bewezen dat de 100m sprint een van de vuilste sporten is, met als bekende dieptepunt de Olympische finale van 1988, waar 6 van de 8 finalisten bewezen doping heeft gebruikt. Volgens een enquête van antidopingbureau WADA zou 29% van de deelnemers aan WK atletiek van 2011 naar eigen zeggen doping hebben gebruikt in 2010, het jaar voorafgaand aan de kampioenschappen. De lijst van geschorste atleten is dan ook niet te overzien. Voorts is iedere uitzonderlijke prestatie per definitie verdacht en een blonde meerkampster in de sprintfinale is nu eenmaal vrij uitzonderlijk. Recent kwam er nog een statistisch feitje bij: de helft van de atleten die Nederland dit jaar naar de WK atletiek zal sturen, heeft verdachte afwijkingen in bloedtests. Ten slotte heeft de Atletiekunie een dubieuze houding ten aanzien van dopingbestrijding: in het recente verleden werden dopingaffaires in de doofpot gestopt en werden dopingzondaars doodgeknuffeld. Laatste wapenfeit van de Atletiekunie is van nog geen twee weken geleden, toen de Jamaicaanse dopingzondaar Yohan Blake als special guest de Nederlandse kampioenschappen werd binnengehaald.
Met in het achterhoofd de verse herinneringen aan de dopingaffaires in het wielrennen, is het dus geen verassing dat men de nieuwste onthullingen, de verdachte afwijkingen in bloedtests, met argusogen bekijkt. In Duitsland zijn atleten de lakse houding van de IAAF zat, maar in Nederland niet. Nederlandse atleten beklagen zich niet over de IAAF, maar over de kritiek van buitenaf. ‘Ik train er zo hard voor,’ zei Dafne Schippers. Dat zij geen doping gebruikt wil ik graag geloven, maar ook dopinggebruikers trainen natuurlijk hard. Van een atlete die meedraait met de wereldtop had ik eerlijk gezegd een professionelere reactie verwacht, het zal toch niet de eerste keer zijn dat ze het woord ‘doping’ hoort. Ook collega arts en hardloper Tom Wiggers toonde zich ontstemd: juist die voorbarige conclusies zijn schokkend, volgens hem
Het zijn bizarre, wereldvreemde reacties en… voorbarig. We hebben zoveel gezien, zoveel gehoord. De Noordzee is nog steeds zout van de tranen van de wielrenners, en dan zulke reacties vanuit de atletiek, waar doping nog altijd een taboe is. Verdenkingen mag je hebben, maar niet publiekelijk uiten. In Engeland is het zo mogelijk nog erger. IAAF, bij monde van toekomstig voorzitter Sebastian Coe, noemde de onthullingen een oorlogsverklaring.
Het vreemde is dat er helemaal geen mensen direct zijn beschuldigd. De onthullingen zeggen vooral iets over de manier waarop er met verdachte afwijkingen wordt omgegaan: in sommige gevallen wordt er nog eens gecheckt, maar in bijna geen geval leidt het tot een schorsing. Het is een systeem waar ontzettend veel geld in omgaat, maar dat hele systeem lijkt te falen. Sebastian Coe, een man met een vermogen in de (vele) miljoenen, voor 100% verdiend aan de sport, beklaagde zich ook nog eens: atletiek is geen rijke sport. Ook dat is grote onzin. Het probleem is dat dopingbestrijding in het gunstigste geval als kostenpost wordt gezien, in plaats van een absoluut vereiste voor topsport.
Daar gaan de recente onthullingen over: er wordt nauwelijks getest, en als een test een verdachte afwijking oplevert, wordt er niet adequaat mee omgegaan. Duitse atleten voelen zich door de IAAF belazerd, in Nederland is de boodschapper de boosdoener. Al met al is er weinig nieuws onder de zon.
* Statistisch gezien (…): dit moet niet gelezen worden als een suggestie dat Schippers doping gebruikt, maar als een argument dat een kritische houding terecht is.
Europa?
Is Europa een continent dat we moeten verdedigen tegen gelukszoekers en gewelddadige gelovigen, of is Europa een ideologie? Antwoord je mij het eerste, dan steek ik je een dolk tussen de ribben, want mijn antwoord is het tweede: Europa is een ideologie, en ik zal die ideologie verdedigen met alles waarover ik beschik. Europa is een ideologie, jij bent degene die dat Europa bedreigt en het woord is mijn dolk.
Europa, de ideologie, bloeit op een vruchtbare bodem van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Wat stel jij daar tegenover? Angst. Niets dan angst. Je bent bang je vermogen te zien slinken en met die angst vergiftig je de grond, de vruchtbare grond die zoveel voorspoed bracht.
Europa, de ideologie, kan geen mensen gebruiken die hun centen tellen en niets liever doen dan dat. Zoek dan een klein eilandje in de stille oceaan, waar het goud blinkt onder de tropische zon en waar niemand je zal zoeken. Maar blijf met je tengels van Europa af, van mijn Europa, de ideologie.
Europa, de ideologie, biedt de gelukzoeker geluk. Europa, de ideologie, biedt de vredezoeker vrede. Ze biedt de vrijheidszoeker vrijheid, de gelijkheidszoeker gelijkheid en de broederzoeker broederschap. In Europa, de ideologie, mag je iedere kerk bezoeken, iedere god vereren, of hem doodverklaren. Je mag je kleden zoals je wil, je mag liefhebben wie je wil. Dat is Europa, de ideologie.
Europa, de ideologie, is geen omheind weitje voor angsthazen.
Europa, de ideologie, is ook geen vruchtbaar eilandje omringd door een muur van water, door een bloedrode zee.
Europa is een idee.









