Rotterdam 2010

Daar lig ik dan, starend naar het plafond en met mijn benen voor me uitgestrekt. Door mijn knieen te buigen schuift mijn bovenlichaam naar mijn voeten. Is dit het nou? Een krampachtige pijn in beide hamstrings lijkt het te bevestigen. Toch kijk ik nogmaals naar de plaatjes van de artikelen die dokter Moen me doorstuurde: de suspine bent knee bridge walk-out. Het ene artikel is een vergelijkend onderzoek van Sherry en Best uit Madison die topsporters met hamstringblessures op twee verschillende wijzen behandelden. Het bleek dat de PATS-groep (progressive agility and trunk exercises and icing) het veel beter deed dan de STST-groep (static stretching, isolated progressive hamstring resistance exercise and icing). Het andere artikel, geschreven door Heiderscheit, eveneens uit Madison, geeft een breder overzicht van de huidige inzichten in hamstring-revalidatie. Daarom doe ik nu dus ook de stupide oefeningen waar ik me altijd aan heb proberen te onttrekken, want voor de marathon train je door te lopen. Dacht ik. Tot vorige week die verdomde Cybex-test uitwees dat ik er echt mee aan de slag moet: in de eccentrische fase kan mijn linkerhamstring 21% minder kracht leveren dan rechts. Daar ligt dus het probleem…

Sinds de halve van Egmond, die dit jaar helaas werd afgelast, train ik onder begeleiding van een nieuwe trainer: Martin Breedijk. Niet dat mijn vorige trainer (Bram Wassenaar) niet goed genoeg was, maar meer omdat ik denk dat het bij je ontwikkeling als atleet geen kwaad kan verder te kijken of de bewandelde weg wel de weg is die het beste bij je past. Het zou immers zonde zijn er op het eind van je carriere pas achter te komen dat je op andere trainingen zoveel beter reageert en dat je spijt hebt nooit verder te hebben gekeken dan je neus lang is. Voor mezelf heb ik het idee dat omvang en trainingen rondom marathontempo mij echt sterk maken, en dat lijkt goed aan te sluiten bij de visie van Martin.

De eerste weken moest ik wennen aan de sleuteltrainingen die erg marathonspecifiek waren. Die duurlopen van zo’n 35km met daarin 10x2km marathontempo uitbouwend tot 5x5km marathontempo hakten er behoorlijk in. Ondertussen bleef ik last houden van mijn linker hamstring, die met name met hoge tempo’s en gladheid klachten gaf. En laat het nou de halve winter glad zijn geweest… Om een lang verhaal kort te maken zijn die hamstringklachten, waar ik achteraf al sinds de zomer van vorig jaar last van heb, langzaam verergerd en zijn ze de oorzaak geweest van een matig optreden bij de 30km van Schoorl en later voor het uitstappen bij de Venloop. In de tussentijd liep ik in Piacenza een zware halve marathon (1u11) waarbij de eindtijd weinig leek te zeggen.

Al met al heb ik de afgelopen maanden geen wedstrijden gelopen waar ik vertrouwen uit kan putten. Maar de trainingen daarentegen gaan erg goed. Zo goed zelfs dat ik er vrijwel zeker van ben dat ik mijn persoonlijk record (2u23) flink ga aanscherpen. Als tenminste… Nee, het h-woord ga ik niet noemen, want het is frustrerend dat je hele lichaam schreeuwt om de marathon, terwijl je h…

Deze week heb ik mijn 2500e kilometer van 2010 rennend afgelegd, maar vandaag heb ik eindelijk mijn 3e ‘echte’ rustdag (= een hele dag niet hardlopen) van het jaar. Vorige week was mijn 2e en die heb ik gebruikt om met mijn vriendin Rotterdam te verkennen met de watertaxi, wat bovenstaande foto opleverde. Taperen noemen ze dat: de laatste twee weken minder kilometers, terwijl de intensiteit van de trainingen ongeveer gelijk blijft. Twee weken geleden liep ik nog zo’n 220km in een week, vorige week 146km en deze week een magere 106km (dus zo’n 60km in de 6 dagen voor de marathon). Peanuts! Nee, geen peanuts, daar zit teveel vet in. De laatste dagen probeer ik op koolhydraten te leven, dus laat ik de pinda’s staan.

Zondagochtend loop ik dus die marathon, samen met Raymon van den Berg in de luwte achter de jongens die voor de limiet van de europese kampioenschappen gaan. Want de limiet van 2h17 lijkt me te hoog gegrepen. Eerst maar eens onder de 2h20 voor we over zulke tijden mogen gaan denken. Het lijkt erop dat de weersomstandigheden aardig zijn voor een goede tijd: niet teveel wind, geen regen en met 10 tot 14 graden tijdens de wedstrijd niet te warm.

De supine single-limb chair-bridge sla ik nog maar even over. Die lijkt me zo vlak voor de marathon te belastend. Ik hou mezelf nog even bezig met trunk stability, side bridge en mijn favoriete oefening single-leg stand with eyes closed. Die laatste oefening is vooral aan te raden met een lekker muziekje op de achtergrond.

(Foto: Marjolein Stegeman)

Via del Paradiso

Grinnikend kijken de oude boertjes me na als ik de tractor passeer waarmee ze de takken van gesnoeide druivenbomen wegvoeren. Zij weten natuurlijk waar ik nog achter zal komen: de Via del Paradiso loopt dood bij een boerderij waar drie hellehonden me blaffend staan op te wachten. Een brandende stapel druiventakken drijft dikke rookgolven over de weg. De gedachte aan Dante is niet te onderdrukken, hier in het dal bij Assisi, als bij de poorten van de hel:

Bedenk: wat Epicurus heeft geleerd,

Verdoemt ook wie hem volgden hier ter helle:

De leer dat na de dood geen ziel resteert

De dreigende honden en de stinkende rook kunnen me niet deren. Laat ze maar blaffen, laat de duivel zelf maar komen! Omdat ik er lol in heb blijf ik nog even staan voor wat rek-oefeningen. De meeste mensen zien na verloop van tijd hun eigen belachelijkheid wel in – en worden vervolgens meestal aggressief. Honden niet, die blijven maar blaffen, net als een enkele blonde fascistische politicus, omdat er een vreemdeling aan de rand van het erf staat. Mettertijd neemt langzaam het volume wat af en komt er een hese bijklank. Boventonen.

Alle lol verveelt, dus keer ik me om en passeer na enkele kilometers opnieuw de boertjes. Zonder op of om te kijken, want ik heb ook zo mijn trots. De zon is inmiddels doorgebroken, na een koude eerste week in Italie, waarin zelfs hagelbuien de boel probeerden te verpesten. Bijna was de trainingsstage net zo zwart geworden als de wereld die Céline schets in Voyage au bout de la nuit.

Notre vie est un voyage

Dans l’hiver et dans la Nuit

Nous cherchons notre passage

Dans le Ciel ou rien ne luit.

Het boek kreeg ik kado van mijn sponsor, omdat het bij zou dragen aan mijn ontwikkeling als marathonloper: als je dit boek leest, zei hij, zul je niet meer genieten van het leven. Je wilt jezelf opsluiten in een hol in een donker bos en alleen de buitenlucht opzoeken voor zware trainingen. Contact met mensen zul je vermijden. Verstoken van empathie zul je geen medelijden meer hebben met je tegenstanders op de marathon. Zo zal dit boek bijdragen aan de zege.

Terug over de Via del Paradiso dus, richting hotel Moderno nabij Assisi. Het klooster van de stad staat als een bunker halverwege de heuvel. Het is gebouwd op de plek waar de heilige Franciscus van Assisi is begraven: op de Colle del Inferno (heuvel van de hel), die zo genoemd was omdat het de plek was waar misdadigers werden opgehangen. Net als Christus wilde hij rusten tussen de verdoemden. De heuvel is na zijn dood overigens omgedoopt tot Colle del Paradiso, en is nu een bedevaartsplek voor monniken uit heel de wereld.

Foto’s: Marjolein Stegeman

Canto Ostinato

Nog even gloeit de lont van de kaars op mijn nachtkastje na. Het licht dat de kern van een vlam vormde is nu in zichzelf gekeerd, als een man op zijn sterfbed, bezeten door lijden. Het gloeiende stukje krimpt ineen en laat, naast de duisternis van de avond, alleen een dode walm achter. Buiten loeit de storm langs de wand van de flat, een kabaal dat stilte heet. Als ik mijn ogen sluit hoor ik weer de melodie die vanmiddag bezit van me heeft genomen: Canto Ostinato.

Toen ik mijn vriendin ‘s avonds probeerde te overtuigen van de grootsheid van de compositie greep ik naar het hoogste van het hoogste: olympisch goud. ‘Het is grootser dan de gouden medaille bij de Olympische Spelen,’ zei ik, ‘want die wordt iedere vier jaar opnieuw vergeven, maar Canto Ostinato is eenmalig.’ Een eenmalige gift van de Nederlandse componist Simeon ten Holt, die de wereld veranderde.

Het Canto is ‘moderne klassiek’, een afschrikwekkende beschrijving, want klassiek is stoffig en modern klassiek is in het begrip van de meeste mensen een muzikaal gedicht zonder rijm: alleen voor kenners. Maar Canto Ostinato is anders. Het lied grijpt je en laat je niet meer los. Hypnotiserende repetitie en een subtiel wijzigend thema. Als je op bed ligt na de kennismaking weerklinken de heldere tonen van de piano in de stilte, alsof je verliefd op ze bent geworden.

Ik ben marathonloper geworden en geen musicoloog en ga me dus ook niet wagen aan een beschrijving van de Canto. Maar wel over de associatie met het hardlopen, die niet ver gezocht is. De marathon: een ritmisch repeterende beweging, die op het eerste gezicht monotoon lijkt. Maar de weg kronkelt, er wordt iemand ingehaald, de zon stijgt naar haar hoogste punt en de loper wordt dorstig. Een pijn in de leverstreek komt opzetten en kan alleen worden onderdrukt bij de gedachte aan ijs. De finish nadert terwijl de loper op zijn plek blijft, onder de hete zon. Het hart bonst in de borst en dreigt te ontploffen. Maar de pasfrequentie moet hetzelfde blijven, wat er ook gebeurt.

Zoiets is Canto Ostinato, het veelkoppige lied, waar ik nu weer naar ga luisteren en waarbij ik me verbeeld hoe de kilometerbordjes voorbij trekken. Nieuw in 2010: auditieve training.

De winter van 2010

Weet je nog, die winter van 2010?

De zon liet zich nauwelijks zien, de nachten waren nog nooit zo lang geweest. Tijdens die lange nachten joeg de gure wind over de uitgestrekte heides, over daken van boerderijen en dorpen en sneed zich een weg door de toppen van de naaldbossen op de heuvel. De kraaien kropen opeen en hielden zich stil, hopend dat de winter zich uitgestreden zou terugtrekken. ‘s Nachts kon je door het gehuil van de wind horen dat de wereld klaagde: ‘oef’ en ‘aah’, ze was het niet meer gewend.

Weet je nog, die winter van 2010?

Een Engelsman nam deel aan een hardloopwedstrijd. Stoer als Britten zijn, kleedde hij zich zoals gewoonlijk in korte broek. Maar toen hij eenmaal de wedstrijd liep, in het binnenland, leken zijn oren, zijn vingers en tenen bijna te bevriezen. Maar, dat was nog niet het ergste! Tijdens het rennen joeg de ijzige wind langs zijn benen, omhoog, tot zijn mannelijke trots. Daar kromp iets ineen alsof het een plaats zocht om te schuilen. Dat lichaamsdeel begon af te koelen en steeds meer pijn te doen, tot het opeens ophield. In paniek rende die vriend de kleedkamer in, en passant de wedstrijd winnend. Daar, in de kleedkamer begaf hij zich naar de douches. Onder het stromende warme water begon zij huid te tintelen, over zijn hele lichaam behalve… Angstig keek hij naar beneden, om vervolgens vast te kunnen stellen dat alles er nog hing. Terwijl de bezemwagen nog bezig was afgevroren lichaamsdelen op de weg te verzamelen realiseerde die vriend zich dat hij een gelukkig man was, hoewel bijna geen man meer.

Egmond op komst

Aankomende zondag staat de halve marathon van Egmond aan Zee op de kalender, de grootste klassieker van het Nederlandse lange-afstandslopen. Het is een van de wedstrijden die je eigenlijk helemaal live op televisie zou willen kunnen volgen. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat de NOS in al die jaren de charme van Egmond aan Zee nog niet heeft omarmt. Zie die hardlopers in schaarse kledij tegen de Zuiwesterwind vechten, een kopgroep waarin telkens weer de Nederlanders een hoofdrol voor zich weten op te eisen, hoewel de deelnemende Afrikaanse lopers ook niet de minsten zijn. Het zand is voor iedereen even zacht, de zuidwesterwind even sterk, de afstand even lang. Daar, op het strand, wordt samengewerkt en tegengewerkt.

Egmond aan Zee, iedereen heeft het er over. Rond kerst schepten de topatleten op Twitter al op over hun vorm. Deelnemers volgen nauwgelet de grillen van het weer met een webcam die in de straten van Egmond hangt. Dit jaar zal het water hoog staan, als de westenwind sterk is zal het strand te smal zijn om de duizenden deelnemers door te laten. In dat geval kan op het allerlaatste moment worden geswitcht naar een alternatief parcours door de duinen ten zuiden van Egmond. De wedstrijd zal dan compleet anders zijn, zal betere omstandigheden kennen, maar geen atleet die daarop hoopt. Want de elementen wind en zand zijn datgene waar de lange afstands-atleet naar hunkert in het begin van het nieuwe jaar.

Hoewel Greg van Hest niet in topvorm verkeert zal hij in Egmond lopen, om afscheid te nemen van de wedstrijd waarin hij ooit zegevierde. Andere nationale helden die in Egmond wisten te winnen zijn onder andere Marti ten Kate (drie maal), Kamiel Maase (tweemaal), Luc Krotwaar, Gerard Terbroke en Gerard Mentink, en bij de dames onder andere Carla Beurskens, Marja Wokke en Hilda Kibet. Hugo van den Broek en Michel Butter zijn twee atleten uit de regio die wel eens kunnen gaan verassen in Egmond.

Zelf zal ik er ook lopen, nadat op zaterdagavond de uitreiking van de hardloopverhalenwedstrijd zal hebben plaats gevonden. De uitreiking zelf zal worden verricht door schrijver/hardloper/schrijver Bram Bakker. Zelf heb ik geen verhaal ingestuurd, maar ik vorm samen met Bram Bakker en Barbara Kerkhof de jury.

UPDATE 8 januari

In verband met door gladheid onbegaanbare duinwegen wordt gekozen voor een alternatieve route: heen en terug over het strand. Er wordt een snijdende wind verwacht vanuit het noordoosten, waarbij de gevoelstemperatuur rond -11 graden komt te liggen.

Mensen en dieren

Daar staan ze, een tiental meters van het pad af in het bos. De strepen avondrood die de zon heeft achtergelaten geven nog voldoende licht om ze te kunnen onderscheiden. De stokstijve silhouetten tekenen zich af tegen de felwitte sneeuw, half verborgen tussen de kale bomen. Zojuist stak een ree het pad over, bleef vlak voor me staan en keek me indringend aan, alsof ze me iets wilde zeggen. Net zo plotseling verdween ze het bos in, gevolgd door twee iets kleinere maatjes.

Dat is hardlopen. Als een wild dier ren je door het bos, niet anders dan een ree. Nu ik al een maand lang dagelijks bij schemering door het bos ren, naar mijn werk of naar huis, maar nog geen reeën gezien had, leefde ik in de veronderstelling dat ze zich niet in dit bos ophouden. Begrijpelijk, want als ik een ree was zou ik de Veluwe opzoeken, of de Holterberg.

Maar ik ben geen ree, ik ben een mens. Een mens zoals alle anderen. Vorige week werd een meisje van 23 jaar in brand gestoken en kwam te overlijden. In brand gestoken door een mens. Dat zijn mensen, die steken elkaar blijkbaar in de fik. Misschien heb ik het korte berichtje in het nieuws alleen maar onthouden omdat ze bij mij in de straat woonde. In Zeist, misschien wel één van de rijkste gemeentes van Nederland.

Een paar jaar geleden organiseerde ik in de zomervakantie activiteiten voor kinderen van een asielzoekerscentrum. Dat zijn van die kinderen die met een hele familie hutjemutje op één kamer wonen, onwijs gezellig. Ouders altijd thuis, want die mogen niet werken. Op een ochtend kwamen we ongelegen want er had zich een incident voorgedaan: een man had zichzelf in de fik gezet nadat hij te horen had gekregen dat het asiel werd afgekeurd. Uit pure wanhoop, of misschien in de hoop dat hij hiermee zijn vrouw en kinderen alsnog een kans kon geven, greep hij een jerrycan met benzine en een lucifer. De man overleed en de rest van de familie is ‘gewoon’ terug gestuurd, door het Volk der Nederlanden. Heerlijke mensen.

Omdat ik niet zo goed tegen onrecht kan trek ik me die dingen soms aan. Moet je niet doen, want je kunt er niets aan veranderen. Ja, flyeren voor Groenlinks op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Gezellig! Maar dan bedacht ik me dat ik politiek stond te verkopen alsof ik de eerste de beste marktman was. Hoe harder men schreeuwt hoe meer men verkoopt. In de politiek is men steeds harder gaan schreeuwen, omdat men niets te zeggen heeft. Die marktlui besturen ons land. Flyeren doe ik niet meer, laat die Hollanders zelf maar bedenken waar ze op stemmen.

De krant staat vol berichten om wanhopig van te worden, daarom heb ik geen krant. Dan strik ik mijn veters maar en sla de deur achter me dicht. Een tikkeltje te hard. Wat zal de buurvrouw denken? Binnen is de krant, de radio, internet, actualiteit en politiek. Buiten, op straat, is de wereld onveranderd. Ieder voorjaar komt de wereld tot bloei alsof het feest is. Maar nu ligt er sneeuw en is het steenkoud. Een paar krullen breken af als ik door mijn haar strijk. En bij iedere ademhaling vormt zich een dampwolk alsof ik een fabriek ben.

Ik bedenk me en keer om. Als ik ze zie zal ik ze achtervolgen. Van het pad af, het bos in. Over afgebroken takken springend, kuilen ontwijkend. Gelijke rechten voor mens en dier! De langzaamste zal mijn prooi zijn, met blote handen gevangen. Met mijn vingers druk ik de slagaders dicht tot ze verslapt. Dan sleep ik haar naar mijn hol, scheur de stugge huid los van het vlees dat nog rood en warm is. In de stilte van de nacht zal ik mijn honger stillen met het rauwe vlees van het dier, mijn dorst zal ik lessen met het bloed uit de slagader. Tot de morgen aanbreekt zal ik wachten in de kou. Bij een heldere sterrenhemel val ik in slaap.

Maar nee, ze zijn nergens meer te zien. Omdat het inmiddels zo goed als donker is snel ik terug naar de bewoonde wereld. Pasta en groente in een verwarmde kamer. Een boek van Fitzgerald en een strijkkwartet van Janáček.

A serious runner

Toen ik jaren later terugkwam op de plek waar ik volwassen was geworden zocht ik naar woorden om samen te vatten welke verandering in mij had plaatsgevonden: ‘I have become a serious runner’. In minder dan een jaar tijd was ik een hardloper geworden. Hoewel ik vroeger het pianospel aardig beheerste en graag en veel speelde, had ik me nooit pianist gevoeld als ik niet op het krukje zat en de fantasieën van componisten vertolkte. Zo gauw ik het pianoboek dichtsloeg en het lampje uitknipte was het over. De klep hoefde ik er niet eens voor te sluiten.

Met hardlopen is dat anders. ’s Ochtends gaat de wekker voor de training: vanaf het moment dat ik ontwaak ben ik hardloper. Als ik na de training onder de douche sta was ik de sporen van de training van mijn lijf. Het zweet verdwijnt vermengd met zeep in het riool, wat overblijft ben ik en de hardloper in mij. Of ik nu werk, eet, lees of praat, nog steeds ben ik hardloper. Zelfs als ik op volle kracht tegen de wind in naar huis fiets ben ik hardloper: hardloper op de fiets.

Ik had ook kunnen zeggen ‘I started running’ of ‘I’m just a runner’, maar ik zei ‘I have become a serious runner’. Alsof het me overkomen was, zonder dat ik daar zelf een keuze in had. Alsof ik een Verwandlung had ondergaan: zoals Gregor Samsa op een slechte ochtend wakker werd in reusachtig insektenlichaam, ontdekte ik op morgen dat ik mijn overtollig vet was kwijtgeraakt. In de spiegel keek ik in de ogen van een uitgemergeld gezicht boven een slank lichaam gestoken in strakke tight en snelle schoenen aan de voeten. Dan dringt de vraag zich al snel op of je hardloper bent omdat je hardloopt of dat je maar bent gaan hardlopen omdat je toevallig hardloper bent.

A serious runner. Waarom de toevoeging ‘serieus’? Ik kan me herinneren dat mijn gesprekspartner een spottende opmerking plaatste waarin hij de toevoeging ‘serieus’ nog eens benadrukte. Wat wilde ik ermee zeggen? Als kind nam ik het leven al serieuzer dan anderen. Ik las serieuze boeken en luisterde naar serieuze muziek. Als ik hardloper zou worden, was het niet meer dan logisch dat ik een serieuze hardloper werd. Of betekende het meer, had ik toen al de bedoeling om ooit mee te strijden om de nationale medailles en deelname aan internationale toernooien?

Hoe dan ook, die korte zin is in mijn geheugen blijven hangen, alsof het een bezegeling was van mijn lot. Nu moest ik ook tonen dat het serious business was, dat hardlopen van mij. Hoewel het hardlopen in de loop der jaren inderdaad steeds serieuzer is geworden probeer ik het zelf nu meer en meer te benaderen als een uit-de-hand gelopen passie: run happy.

De Kalfjeslaan

Straatlantaarns, weerspiegeld in de regenplassen op het fietspad, rijgen zich als een kralensnoer aaneen. Langzaam laat ik ze door mijn vingers glijden, zonder ze te tellen, want waar zou ik moeten beginnen? Doordat de maan zich heeft verscholen achter een dik wolkendek lijkt de berm te eindigen in een donkere afgrond. De wereld heeft zich gereduceerd tot één enkele dimensie. Nu is hier, straks is een paar kralen verder. Voor denken is het te vroeg, voor spreken te laat. De woorden zouden in de stilte blijven hangen en bevriezen in de kou. Door de oktoberwind zouden ze worden weggedragen over de polder, te water raken en al dooiend vervloeien met het zwarte slootwater.

De Kalfjeslaan is een oude, rechte weg van het bos naar de rivier. Ouder dan het bos maar jonger dan de rivier. De kaarsrechte weg is genoemd naar de herberg ‘t Kleine Kalf, gelegen aan de rivier, dat in de zeventiende eeuw werd geopend door Jan Claesz Kalf. Nadat het in de tweede helft van de vorige eeuw is gesloopt bleef er alleen een tolhuis over, dat inmiddels is omgebouwd tot een mooi maar onnodig duur restaurant. Het restaurant is zo belicht dat je het van twee meanders stroomopwaarts al kunt zien liggen.

Strijd (13): Twee Vrouwen

Ontwakend uit de trance van mijn loopritme weet ik me plotseling omgeven door motors en een auto. Zou dit de bezemwagen zijn? Red ik het niet meer om binnen sluitingstijd de finish te bereiken? Als mij even later door een Afrikaanse man de pas wordt afgesneden en ik het zachte, regelmatige gehijg van een vrouw hoor kan ik de situatie realistischer inschatten.

Niet één maar twee! Door twee hijgende vrouwen tegelijk word ik verkracht. Het geeft me nieuwe moed, ik voel het ritme aan en beweeg mee. Duizenden jaren evolutie sleuren me uit de trance, ik moet over deze vrouwen waken. Zo gebeurt het dat ik bij de volgende waterpost beide vrouwen een beker water aanbiedt.

Natuurlijk komt er een moment dat je moet kiezen voor de een of de ander. De haas waakt over de eerste vrouw. De tweede moet afhaken. Even blijf ik bij haar, probeer haar op te peppen maar zonder resultaat. Een Darwinistische levensles: kies nooit de vermoeide vrouw maar de fitste. Ik kon niet kiezen, liep vertwijfeld tussen hen in verloor met beiden het contact. Evolutionaire looser die ik ben.

Unter den Linden. De laatste anderhalve kilometer over de brede laan met aan weerszijden toeschouwers op twintig rijen hoge tribunes. Een lawaai alsof het laatste bombardement van 1945 nog niet is afgelopen. Tranen, werkelijk! Deze ultieme hardloopervaring zal ik nooit vergeten.

In de trein terug delen we de coupé met vier andere Nederlanders. Telkens weer benadrukken atleten dat het voor mij ‘toch wel heel anders moet zijn’, maar dat is niet zo. Zij hebben, een half uurtje later dan wel, over dezelfde straten gelopen, zijn door hetzelfde enthousiaste publiek aangemoedigd en hebben dezelfde zon gevoeld. De één loopt weliswaar wat harder dan de ander, maar daar ligt dan ook het enige verschil. Misschien maak ik bepaalde keuzes wat anders, ligt mijn ambitie iets hoger, maar de passie is hetzelfde.

Drie maanden investeerde ik in deze race, die het qua eindtijd niet eens kon halen bij eerdere marathons waarvoor ik trainde gedurende meer dan volwaardige werkweken op de afdeling in het ziekenhuis. Toch voel ik nu nauwelijks enige teleurstelling. Het weekend in Berlijn was een prachtige bekroning op de drie hardloopmaanden. Ik denk dat mijn vorm beter was dan ooit tevoren, maar niet goed genoeg voor 2u19. Ik heb de gok gewaagd want de magische 2u20 grens is me veel meer waard dan een minuut van mijn persoonlijke record af. Bovendien had ik dit jaar al een mooie tijd gelopen. Intensieve trainingsweken heb ik zonder kleerscheuren overleefd, sterker nog, het was mijn zesde volwaardige marathonvoorbereiding zonder noemenswaardige problemen.

Nu mag ik uitrusten, zoals een ander na de coïtus een sigaret opsteekt en in slaap valt. Het is mooi geweest. Morgen heb ik weer zin maar nu wil ik rusten. Het belangrijkste doel was genieten en van iedere stap heb ik genoten. In Berlijn, maar ook tevoren: de trainingsweken, maanden, jaren. Lopen is mijn lust.

Nawoord

Ik hoop dat de mensen die deze woorden nog lezen ook hebben genoten. Sommigen herkennen misschien de emoties en gedachtenflarden rondom de marathon, anderen wijzen in gedachten naar hun voorhoofd, want, ik moet erkennen, marathonlopers zijn wel een beetje gek. Maar de marathon is ook mooi, het heeft alle ingrediënten die anderen zoeken in de dagelijkse soap op televisie. Misschien is er ergens één persoon die ik over de streep kan trekken, niet de laatste meters voor de finish, maar de startlijn: de marathondroom omzetten in daden.

In Berlijn

Met een stalen gezicht passeer ik de tafel waaraan hij zit te ontbijten. Alsof hij net als ik een gewone hardloper is, een van degenen die vele kilometers hebben afgelegd om hier morgen aan de start te verschijnen. Ik voel het bloed naar mijn gezicht stromen als hij me even aankijkt. Of kijkt hij naar iemand achter me. Ik lijk wel verliefd. Maar Haile is al bezet, getrouwd met de marathon van Berlijn. Met zijn lach kijkt hij van talloze posters, boekjes en vanuit de televisie de wereld in. Welkom in Berlijn, welkom bij Haile. lees verder…

Vanochtend heb ik om elf uur een kort duurloopje gedaan vanuit het hotel. Naderhand droop het zweet van mijn gezicht, zo warm was het al deze ochtend. Morgen zullen mijn laatste kilometers rond hetzelfde tijdstip liggen, en zal het waarschijnlijk nog warmer worden. Dat betekent dat het weer mogelijk een behoorlijke invloed zal hebben op de uitslagen. Maar voor mij zijn er hier ook vele voordelen: de organisatie zorgt prima voor ons en we starten in een groep van zo´n 7 atleten die onder de 2uur20 willen duiken. Het betekent dat er waarschijnlijk goed samengewerkt zal worden. En natuurlijk gaat er een extra inspiratie uit van het bijzondere parcours in een historische stad met meer dan een miljoen toeschouwers die de 40.000 marathonlopers zullen aanmoedigen. Kortom, alle vertrouwen in een goede afloop morgen.

Vanaf de start liep ik in een grote groep atleten die 2u19 als doel voor ogen hadden, waaronder enkele britten die daarmee de limiet voor de Commonwealth Games zouden halen. Bij 15km liet ik na een kilometer van 3’15 een gaatje vallen omdat het me te vroeg leek de strijd onnodig zwaar te maken. Bij 18km zat ik nog op schema voor een tijd van 2u20 maar vanaf dat punt vlogen de kilometertijden omhoog, terwijl ik voor mijn gevoel even hard bleef lopen. Halverwege kwam ik door in 1u10’30, hopend dat ik het tempo op zou kunnen pakken maar al gauw werd ik door atleten ingehaald die me het gevoel gaven stil te staan. Bij 34kilometer wist ik me omgeven door auto’s en motors. Ineens bevond ik me bij de eerste twee dames, ik kon even aanhaken bij hun tempo, maakt me gedienstig door water aan te geven als een echte haas. Bij 36km wist de eerste dame te versnellen, de ander haakte af. De laatste kilometers was ik het tempo weer totaal kwijt. Op Unter den Linden aangekomen, de 1,5km lange aanloop naar de finish bij de Brandenburgertoren, probeerde ik er nog een eindsprint uit te gooien maar ook dat bleef vruchtenloos. Ondanks het wat tegenvallende resultaat heb ik heel erg genoten van deze prachtige wedstrijd. Iedere meter van de route was bezet door publiek met fluitjes, rammelaars. De organistie was perfect. Onmogelijk om niet te genieten en helemaal uit je dak te gaan. De marathon was nog nooit zo mooi als in Berlijn.

Inmiddels zijn er filmpjes te vinden op de website van MySports