Strijd (2): Moonwalk

Michael Jackson is dood. De woorden meegedragen op de wind, fluisterend roeren de populieren van hof Espelo zich. Nieuws dat geen nieuws is heeft de wereld in haar greep. De zon scheen nog nooit zo fel als deze week. Tot nu toe werden de bomen en struiken steeds groener, als de zomer zo doorzet zal de natuur snel verbleken, het land wordt droger, het gras verdort.

Een week later klinkt de echo van dezelfde woorden tussen het tikken van de regen op de tent en in het geraas van de branding tegen de kliffen van South Devon. Als de zon doorbreekt trek ik mijn schoenen aan, om over het kustpad het land te verkennen. Steile heuvels, gele en paarse bloemen, golfbanen die tot de rand van de afgrond reiken. Terwijl mijn reismaatje zich op een plank laat meevoeren met de golven verken in de grens tussen land en zee.

Door zijn dood lijkt Michael Jackson weer volop in leven. De popster die, anticiperend op zijn vroege dood, al jarenlang met pensioen lijkt te zijn geweest, is er weer en zelfs het huwelijk met de media wordt nieuw leven ingeblazen. We herinneren ons weer hoe hij de wereld veranderde en hoe de wereld hem veranderde.

Of hij slachtoffer of dader was, daar zijn de media het niet over eens. Uit die benamingen kan ik in elk geval wel opmaken dat hij een strijder was, want hoe kan men dader zijn, of slachtoffer, zonder strijd? Hij was een man volop in strijd, de muziek en beelden als wapen, opponent én compagnon. Wereldroem als inzet. Michael Jackson, vernieuwend en baanbrekend. Zijn huidskleur verandert met zijn aanzien, de zwarte jongen, slaaf van zijn vader, werd blanke popster en daarmee dader.

Meer dan vriend of voorbeeld was hij een idool, een ster ver verwijderd van de wereld. Door zijn dood verandert dat niet, sterker nog: hij zal nu meer voldoen aan ons ideaal. Met het overlijden sterft immers de kritiek, we kunnen hem nu polijsten, kneden, vervormen tot onze persoonlijke held, knuffelbeer, vaderfiguur of broer.

Is hij winnaar of een verliezer? Frontstrijder, immense inzet, in zekere zin een wereldrecord. Waar de atleet na zijn hoogtepunt kan zeggen dat zijn lichaam te oud werd, kan de popster zijn dalende populariteit wijten aan de wereld: de wereld verandert, heeft behoefte aan nieuwe helden, de wereld draait door.

Verzuurde bovenbenen dwingen me bovenaan de meer dan honderd meter hoge kliffen even te stoppen om uit te hijgen. Twee mijl ten westen storten grijze wolken zich neer in de baai met surfers. Hier,op het hoogste punt van de omgeving, is het helder maar een krachtige wind dwingt me afstand te houden van de afgrond. Michael Jackson stond als ster aan de top van de wereld. Welke uitzichten had hij vanaf zijn troon? Ik ben bang dat het zwaar tegenvalt, hij zal een krachtigere wind hebben gevoeld richting de afgrond, moest zich daarom terugtrekken, bergaf, in zijn bekende moonwalk-stijl.

Dan besef ik wat ik kan leren van de strijder Michael Jackson: stoppen waar hij doorging, in het oog houden waar de werkelijkheid ophoudt. Wind vang je altijd bovenop een heuvel, maar de windkracht wint bij hogere hoogten. Van Michael Jackson leer ik dat je niet naar hoogten moet begeven die niet voor mensen zijn gemaakt, never go to neverland, in ons alledaags taalgebruik: de lat niet te hoog leggen.

Als we het hier en nu vergelijken met een toneel, dan hebben we als decor de nostalgie. We willenherinneren, herdenken. Bovenaan de kliffen zie ik de link tussen Michael Jackson en atletiek. Om de totaal zinloze dogma ‘loopscholing’, die in mijn ogen enkel berust op bijgeloof, toch enigszins van symboliek en stijl te voorzien mogen we wekelijks starten met de moonwalk voor de tempo’s van de baantraining. Tussen de rekoefeningen door grijpt de trainer naar zijn kruis en slaakt een kreet, draait zijn hoofd naar links en geeft het voorbeeld voor de nieuwe rekoefening.

Strijd (1): Sabotage Hembrug

Als je het allemaal nog precies na wilt lezen, google dan maar eens op sabotage Hembrug, zegt hij ten afscheid en drukt mij zijn visitekaartje in de hand. Min of meer toevallig ben ik met hem aan de praat geraakt, een fitte man van 88 jaar die alleen in het zicht enigszins belemmerd is en daardoor mijn hulp kan gebruiken bij het ontcijferen van de busnummers op het station te Nijmegen. Op zijn borst prijkt een medaille en een kruis van Verdienste.

Terwijl ik nog even op mijn bus 90 wacht, probeer ik het verhaal van deze oude verzetsstrijder een plaats te geven als extra motivatie om vanavond op weg te gaan naar een nieuwe persoonlijk record, daar op de blauwe atletiekbaan op een steenworp

afstand van het huis van mijn broer in Uden. Eén van de lessen pas ik tijdens de wedstrijd al toe door samen te werken met andere atleten als Pascal, Jarno en een andere atleet van wie de naam me ontschoten is, wat voor elk van ons uitloopt op een nieuw persoonlijk record.

Terwijl het zuiden van Nederland wordt bevrijd met de operatie Market Garden, hanteren de

Moffen dezelfde tactiek als de Scythen in de antieke tijd en de Russen wanneer Napoleon oprukt naa

r Moskou: de strategie van de verschroeide aarde. Vele bruggen en belangrijke gebouwen moeten er aan geloven. Ook de Hembrug staat op de lijst om te worden opgeblazen. De middenpijler van de grote Hembrug bevat 1500kg aan dynamiet. Midden in de nacht van 26 op 27 september 1944 begeven twee verzetsstrijders, waaronder Jaap Boll, zich te water. Onder tijdsdruk en met het gevaar te worden

ontdekt door de Duitsers die de brug bewaken weten ze de brug van de springstof te ontdoen.

De Marathon van Berlijn, op 20 september, zal mijn Sabotage Hembrug zijn, met het verschil dat ik niet hoef bang te zijn voor de vele toekijkende Duitsers, een niet onderdrukte kreet van pijn of vermoeidheid zal ik niet met de dood hoeven te bekopen. Zelfs bij de zwaarst mogelijke weersomstandigheden zal ik niet het gevaar lopen te verdrinken en eventuele hagelstenen zijn niet zo dodelijk als geweerschoten die van enkele meters afstand zijn gericht.

Zal ik, als in Berlijn de weersomstandigheden tegenstaan daarover nog durven klagen? Uit het weerarchief van De Bilt blijkt dat 26 en 27 september regenachtige maar niet al te koude dagen zijn geweest. Zouden andere weersomstandigheden Jaap en Remmert de operatie doen uitstellen? Zouden de Duitse soldaten, als ze de strijders hadden ontdekt bij zonsopgang, de helden een nieuwe kans geven: probeer het morgen maar weer, wie weet redden jullie het dan wel voor het licht wordt?

Los van zijn schaduw

Met een flits maken de bewegende beelden plaats voor een stille zwarte leegte. Het leven is uit het toestel geraakt, ook de hoge pieptoon, waarvan zij zich nu pas bewust wordt, is verdwenen. Wat achterblijft is de magische sfeer die de beelden opriepen. Zij sluit haar ogen en laat zich met een plof achterover op het bed vallen. De beelden trekken zich een voor een weer aan haar voorbij. Een bebaarde jonge man, alleen op een kaal landschap, maar niet eenzaam. Verenigd met zijn omgeving volgt de loper de bochtige paden, laat zich leiden door de dorre vlakte achter de duinen. Bewust van de droge begroeiing zonder het te zien. Als hij dichterbij komt ziet zij dat hij gevolgd wordt door een hond.

Pauze – het beeld staat stil. Dat de schaduw het contact met de loper heeft verloren en zich los van haar object uitstrekt over het schelpenpad vormt het bewijs dat hij niet loopt maar zweeft. Lichtgebogen is het rechterbeen vooruit gestrekt en de tenen van de linkervoet wijzen naar de grond waarvan zij zich zojuist hebben losgemaakt. Dunne maar gespierde armen met gebalde vuisten. Zijn dromerige blik is niet te grijpen, lijkt gevestigd op een punt ver achter de kijker.

(12) Marathonpijn

De laatste dagen voor de marathon voelen onwennig: bij de langzame duurloopjes voelen de benen zwaar, maar bij iedere versnelling blijken de kuiten vol kracht, geladen met dynamiet. Om ongelukken te vermijden blijf ik dan ook uit de buurt van rokers in verband met explosiegevaar.

Donderdagavond een laatste baantraining met korte tempo’s en veel rust, waarbij de duizendjes puur op souplesse in 3’10 a 3’04 gingen (gepland 3’15 a 3’10). Zo’n training nabij de piek van de supercompensatie is heerlijk voor het zelfvertrouwen.

Zaterdagmiddag spreek ik met Bram Wassenaar onder het genot van een kop koffie de wedstrijd door. Op papier bekijken we het parcours, rekening houdend met mogelijke wind, en stippelen een plan uit hoe optimaal samen te werken met andere atleten. Het ultieme doel is het PR van Bram: 2h21m52.

Mijn haas heeft in verband met een blessure afgezegd, maar gelukkig heeft vriend Thomas Miedema aangeboden te hazen, ook al is hij nog herstellende van een griepje en is hij in voorbereiding op de 60km van Texel.

Zondagochtend een welkome verrassing: Colin Bekers loopt ook deze marathon en is van plan zich bij ons groepje aan te sluiten. Hoe is het toch mogelijk dat we dat niet van elkaar weten? Haas Thomas blijkt toch nog niet helemaal hersteld en stapt na 10km uit, en enkele kilometers later verlaat ik mijn groepje om het tempo hoog te houden. Zo loop ik  tweederde van de wedstrijd alleen. Het drinken verloopt ook niet helemaal soepel -wat ik mezelf moet aanrekenen – en na 39km moet ik zelfs even stoppen met maagkrampen. Dat ik uiteindelijk toch nog met een nieuw persoonlijk record finish geeft veel vertrouwen voor een snelle najaarsmarathon. De teleurstelling van de laatste kilometers wil ik vergeten. Mag ik trots zijn, net als familie en vrienden?

Week 14: werken maandag t/m donderdag.

Maandag: rustdag

Dinsdag: 30min DI – techniekloopjes op blote voeten– 30minDI – 22min DII a III – 15min DI.

Woensdag: duurloop 60min DI door het hartjesbos.

Donderdag: Baan: 4x1000m 3’10 a 3’04 met 2½ min rust.

Vrijdagochtend: in- en uitlopen naar Brooks-loopclinic op een middelbare school in Enschede.

Vrijdagmiddag: 35min Duurloop DI, Enschede Noord: 21ºC.

Zaterdagochtend: 30min loslopen Enschede Zuid, daarna afreizen naar het Westen.

Zondag: Rotterdam marathon.

Marathonpijn

Laatst stelde iemand dat het begrip ‘marathonpijn’ leidt tot mythevorming van de marathon. Hiermee wordt compleet vergeten dat daarmee de zaken worden omgekeerd. De marathon vindt immers haar oorsprong in een mythe. Marathonpijn is de mythische pijn die verwijst naar het overlijden van Pheidippides nadat hij berichtte over de winst van de Athenen op de Perzen: ‘Nenikékamen’ (1)

Vijf marathons heb ik nu gelopen, waarvan twee pijnloos. In mijn tweede marathon kwam ik om van de pijn, overtuigd van mijn noodlottig einde waarvan ik hoopte dat deze pas na de finish zou worden vastgesteld. Echter, na door de Hades te zijn geweest werd mijn lichaam herboren. Pas na de dood, na de marathonpijn te hebben doorstaan, wordt een marathonloper volwassen.

Epicrise

Na afloop zit ik met Marjolein aan de kade van de Rotte. Via het kabbelende wateroppervlak streelt de lentezon over haar gezicht. Een zuchtje wind speelt met haar blonde haar. Mannetje meerkoet sleept twee blaadjes mee voor het nest, verliest er een, probeert die weer te vangen maar verliest daarbij ook het tweede blaadje. Moedeloos begeeft hij zich naar de vrouw, die hem vervolgens met haar vleugels wegjaagt om nieuwe bouwstenen te vergaren.

Natuur wordt mens wordt natuur. Homo erectus – de mens ging staan, begon te lopen en begon toen pas te denken (Homo sapiens). Op een gegeven moment werd het buskruit uitgevonden, de laatste uitvinding die nodig was om de moderne marathon te organiseren.

Na 42 kilometer zijn we terug op het punt waar we zijn begonnen, de afgelegde afstand is daarmee effectief tot nul terug gebracht. Blijft over de factor ‘tijd’, ook daarbij is het doel om die zoveel mogelijk te beperken. Daarmee is de marathon een vorm van nihilisme, het wereldrecord zal pas definitief gevestigd zijn als die tot 0uur, 0minuten en 0 seconden is teruggebracht en de afgelegde kilometers tot een abstractie zijn verheven.

Na het startschot zal alleen de echo naklinken, het publiek is muisstil om zich volop te kunnen concentreren op hij die startte en finishte in een flits. Wind of zon spelen een bijrol, als voorspel en naspel voor een publiek dat moet worden vermaakt. De Groenen zijn tevreden: het energieverbruik ‘per seconde’ van de ultieme wereldrecordhouder mag dan wel extreem hoog zijn, de factor tijd is verwaarloosbaar en dus komt ook het verbruik in kilocalorieën uit op 0.

(1) We hebben gewonnen!

(11) The Art of Running

Twee dagen na de Venloop volgt een lange duurloop van bijna drie uur bij daglicht, waarvoor ik er stiekem tussenuit knijp op mijn werk. Iets voorbij Lonneker kom ik op de Vegerweg langs de eerste van zo’n zes Mariakapellen en landkruizen in het gebied rondom Oldenzaal en De Lutte. Ongeveer een derde van de Twentse bevolking staat geregistreerd als katholiek, wat dat betreft lijkt het hier wel een beetje op Brabant. Het aardige is dat soms staat aangegeven wie de kapel heeft gebouwd (of eigenlijk: ‘gefinancierd’, want de bouwers zelf zijn zoals altijd anoniem). Ik stel me voor dat het een soort toegangsbewijs is voor de hemel, een geheugensteuntje voor God, mocht Hij even vergeten zijn wie er zo vroom zijn geweest. Geloof is er wel, maar vertrouwen?

Een week met minder kilometers, minder uren, minder calorieën en –helaas- minder slaap. De trainingsomvang neemt nu echt af, het grote werk is verricht. Bloed, zweet en tranen, zeggen ze in Rotterdam. Maar ach, wat is Rotterdam nou nog? Stad aan de sterk vervuilde Maas, net-niet de grootste stad van Nederland, net-niet de grootste havenstad ter wereld en een noodlijdende voetbalclub.  Stad van vergane glorie. Geen bloed dus, geen tranen, maar misschien wel zweet. Want een week voor de wedstrijd vertelt de weerman me dat het lente gaat worden, zomer zelfs, hoogstens een hittegolf, misschien wel de ergste van de eeuw.

Week 13: (gewerkt maandag t/m vrijdag overdag)

Maandag: rustdag (dag na Venloop ½ marathon).

Dinsdag: Lange duurloop 2u45. Enschede – Haagse Bos – Boerskotte – Egheria -Oldenzaal – Lonnekerberg – Enschede. Zonnig maar fris, laatste stuk bij zonsondergang.

Woensdag: tempoduurloop 30min DI – 20min DII – 10minDI – 10min DIII – 10min DI. Bij Glanerbrug de grens over, via Lonneker terug. Regen en koud.

Donderdagochtend: 30min DI.

Donderdagavond: 2x (3×6’30 DIV) ipv geplande baantraining 2x (3x2000m) in 6’30 a 6’20).

Vrijdag: 65min DI (Glanerbrug – Hoge Boekel – Lonneker). Regenachtig. Moe.

Zaterdag: 30min DI – 5x30sec techniekloop – 35min DIIaIII – 10min DI. Regenachtig, hoge hartslag, draaide voor geen meter.

Zondag: Lange duurloop met Rene Stokvis: Enschede – Buurse – richting Alstatte, na Duitse grens door het Witte Veen terug. Goed gevoel, lekker gelopen. Heerlijk weer.

The Art of Running

Mensen slenteren door de kerstraat of wandelen over de winterse heide. Een snelle vent rent naar de tram, joggen is voor logge lijven, nadien wat roggebrood want je jogt je dood.

Zondagmiddag, duurloop met Rene. In een rustig tempo draaien we warm, even moet ik me zelfs inhouden om mijn trainingsmaatje niet voor mietje uit te maken, maar dan heb ik de sfeer voor de middag verpest want vandaag staat ruim twee uur op het programma. Zodra we voorbij het Rutbeek zijn gaat ongemerkt het tempo omhoog. We besluiten dan ook na Buurse de grote weg richting Alstätte te nemen: niet alleen hebben we daar minder last van langzaam verkeer, maar ook heerst er in Duitsland een beter topsportklimaat, alle inspanningen van de Nederlandse atletiekunie ten spijt. Inderdaad, over de grens komen we langs overvolle Biergartens, das Volk kijkt verrast op en juicht, want hebben we daar niet de Nederlands kampioen 1500m die door een marathonloper wordt begeleid? Geroutineerd trekken we ons niets aan van het publiek, we zijn in training en concentreren ons op de weg. Als die weg vervolgens langzaam over gaat in een bochtig en glibberig pad door het Witte Veen let ik even niet op en struikel over een uitstekende tak. Onhandig probeer ik Rene er nog van te overtuigen dat ik van dichtbij de sporen van een zeldzame grazer aan het bestuderen ben, dat ik probeer uit te vinden of het een mannetje of een vrouwtje betreft. Ach, in ieder mens huist een bioloog.

Rene zal niet uitglijden in de modder of struikelen over een tak. Nee, die kiest daar de mooiste wedstrijden voor uit, zoals de Nijmegen Global Athletics, en laat daar zelfs een struikelhaas voor inhuren.

Bij de voorbereiding van een wedstrijd vergeet je wel eens wat er allemaal mis kan gaan: losse veters, weersomstandigheden, opstandig publiek of een eigenwijze automobilist met een aangeboren haat tegen hardlopers. Ik probeer dan ook me niet teveel vast te pinnen op een geplande eindtijd. In Rotterdam wil ik in de beginfase lekker lopen, vertrouwend op onze hazen (Erik Negerman en Edgard Creemers) en op het gezelschap van runningmate Raymon van den Berg.

(10) Haast je langzaam

Donderdagochtend -de geplande baantraining van 3x 5×400 besluit ik om te zetten in 9×1000 omdat ik drie weken voor de marathon toch wel een combinatie van snelheid en duur wil trainen. Bij het eerste baantempo merk ik echter dat de souplesse er even niet is, met moeite loop ik 3’12, dus pas ik alsnog mijn training aan, enkele duizendjes afgewisseld met 400tjes die de souplesse en de snelheid terugbrengen. Uiteindelijk draait het super, in de korte pauzes herstelt mijn hartslag zich snel, wat betekent dat de vorm heel goed is.

Dat de trainingsweken zich gaan uitbetalen voelde ik de afgelopen dagen al, de trainingen gaan me gemakkelijk af. Deze weken wordt de trainingsomvang langzaam wat afgebouwd maar daarvoor in de plaats relatief meer snelheid in duurlopen en wat intensievere training.

Donderdagavond ga ik naar de baantraining van Bram Wassenaar, bij mijn oude trainingsgroep, voor de loopscholing, gezelligheid en het contact met mijn leermeester die weer van partij is na zijn tweede heupvervanging. Na de loopscholing volgt in plaats van een baantraining een kort duurloopje via Diemen, over de Nesciobrug naar IJburg, waar ik het IJmeer opzoek. Even blijf ik daar staan. Onder het geklots van de golven tegen de keien van de Haanstrakade kijk ik uit over de Zuiderzee, die in het donker even goed het eind van de wereld zou kunnen zijn.

Water brengt me rust, een moment van bezinning, daarom loop ik graag langs de zee en langs rivieren. Nog ruim twee weken voor de marathon, wat zal die me brengen? Zou het in de sterren geschreven zijn? Een vlaag, een zucht van Kaikias, ik draai me om. Daar staat Orion aan de hemel, de jager die me eeuwenlang blijft achtervolgen. Gegroet, ik ben er bijna klaar voor!

Week 12 (vrij)

Maandagochtend: duurloop 70min DI tot DII (UT, hartjesbos, lekker weer)

Maandagavond: loslopen 45min, rompstabiliteit

Dinsdagochtend: tempoduurloop 30min DI – 20min DII – 5min DI – 15min DIIaIII – 5min DI – 10min DIII – 5min DI – 5min DIV – 5min DI (naar / door Witte Veen, zonnig)

Dinsdagavond: loslopen 40min + loopscholing / techniekloop

Woensdagochtend: duurloop 2uur7 (Twekkelo – Boekelo – Buurserzand)

Donderdagochtend: baantraining inloopbaan bij Olympisch Stadion: 3x (1000 – 5×400), duizendjes 3’12 – 3’04, 400tjes 76–70sec. Zonnig, nog wat fris, training ging uiteindelijk heel lekker.

Donderdagavond: loopscholing, loslopen 45min naar het IJmeer.

Vrijdagochtend: 80min duurloop, 50min DI – 30min DII (Glanerbrug, Lonneker)

Zaterdagochtend: 45min DI +  5x200m versnellingsloop op sintelbaan bij de universiteit.

Zondagmiddag: Venloop ½ marathon.

Zondagavond: 40min DI

Vorm

Een goede marathonvoorbereiding is een sterk staaltje periodisering, in fases uitbreiden van de training, balanceren op de grens van je belastbaarheid, en vervolgens geleidelijk rust nemen (tapering) om op het juiste moment in topvorm te zijn. Op die ene dag moet het gebeuren. Of het de eerste zomerdag wordt of de laatste winterdag weten we nog niet. De regen kan met bakken uit de hemel vallen en de wind kan roet in het eten gooien, zeker in het Westen van het land weet j niet wat je kunt verwachten.

Maar voor het zover is gebeurt er veel met het lichaam. Het krijg veel verschillende prikkels te verwerken, wordt moe, rust uit en wordt steeds sterker. Omdat wedstrijden ook weer extra rust vragen moet je in slechts een paar wedstrijden aftasten hoe sterk je bent, zeker als je op een bepaald tijdsschema wilt gaan lopen.

De Venloop zou voor mij een belangrijk moment zijn om bevestiging te vinden van de vorm. Toch blijft het nog maar de vraag of de vorm twee weken later vergelijkbaar is, zo liep ik in oktober bijvoorbeeld een slechte 10km maar zou ik twee weken later wel een perfecte marathon lopen. In Venlo gelden vreemde wetten: Spooj dich lanksaam, gebroèk diene kieëbus (1). Niets daarvan vandaag, liever houd ik me bij Slauerhoff: Ik leef voortaan alleen naar daad en krachten, vervloek mijn dromen en wantrouw gedachten(2).

Maar vandaag is alles zoals het nooit geweest is: zonder al te hoge verwachtingen loop ik een persoonlijk record. Nee, niet één maar wel vier! Bij de doorkomst op 10km kan ik het niet nalaten even te juichen, want het eerste record is al binnen. Het blijft een raadsel waarom je op bepaalde momenten boven jezelf kan uitsteigen.

Na de wedstrijd spreekt Carel van Nisselroy me aan, of ik wel een positief stukje wil schrijven over de wedstrijd. Hoe kan ik anders: een gezellige wedstrijd met ongelofelijk veel toeschouwers langs de weg – ik wist niet eens dat er zoveel mensen in Limburg wonen! Daarnaast was er een goed veld van Europese atleten waaraan ik me goed op kon trekken. Zelfs de wind op de Maasbrug kon me niet deren! Hardlopen is een feest in Venlo. Carel, mag ik volgend jaar terugkomen?

(1) Festina lente, cauta fac omnia Mente weergegeven in lokale bewoordingen. In Nederland zou men zeggen: Haast je langzaam, doe alles met verstand.

(2) uit ‘De Mensch’ van Slauerhoff (Herdenken)

(9) Spijlen van Ambitie

Maandagochtend een rustig duurloopje over het strand bij Gandia, Costa Valencia. Een licht briesje brengt wat koeling, verder is het zonnig en warm. Golven spoelen aan, van een branding kan men eigenlijk niet spreken. Als ik op de veranda vers geperste sinaasappelsap drink, gemaakt van vruchten uit de streek die gisteren nog aan de boom hingen, word ik me bewust van een zomers gevoel. Waar dat precies van komt, zo vroeg in maart?

Twee dagen later (terug in Andalusië) volgt een van mijn mooiste lange duurlopen ooit, langzaam klimmend langs de helling van de Sierra Nevada, met passages door amandelboomgaarden, bloesemend in roze en wit, en adembenemende uitzichten over de vallei. Bij Alquife word ik met de auto opgepikt door de trainer van Paquillo. Als we in Guadix weer uitstappen komt een man op de populaire atleet afgerend: “Paquillo, ben jij het?! Je bent mijn held en mijn broer, ik volg je waar je ook loopt!” Lachend schudt de snelwandelaar hem de hand, inmiddels zijn Alex en ik gewend geraakt aan de enorme populariteit van de sportman.

‘s Middags kom ik voor de eerste keer in mijn leven bij de masseur. Aan de muur hangen posters van, jawel, Paquillo. De eerste minuten houd ik het bijna niet uit van de pijn en kan ik me niet voorstellen het komende uur te overleven. Maar de dag erna geen spierpijn hoewel de beul die voorspelling wel had gedaan. Overigens geloof ik dat het nut van massage in blessurepreventie bijna verwaarloosbaar is. Voor mij persoonlijk zeker, heeft een nagenoeg blessurevrije carrière me geleerd.

Die avond nemen we nog afscheid op de atletiekbaan, waar een talentvolle jeugdploeg aan het trainen is… Snelwandelende kinderen van amper 10 jaar, zoiets is in Nederland toch onvoorstelbaar!

Terug in Nederland valt de omslag van het weer me niet zwaar. Hoeveel ik ook in het buitenland kom, van binnen blijf ik toch een Nederlander, koelbloedig en gehard tegen weer en wind. Op zaterdag reis ik tussen de trainingen door op en neer naar Den Haag, onder andere om atleet Michiel Snuverink te coachen die verrast met een prachtig persoonlijk record. Dat Haile die dag niet wint en het beloofde wereldrecord niet eens in gevaar komt bewijst maar weer dat de wereld niet maakbaar is, ook niet voor een commerciële wedstrijdorganisatie.

Dit was qua omvang de zwaarste week van de marathonvoorbereiding, de volgende drie weken zal de nadruk meer en meer komen te liggen op rust en specifieke trainingen.

Week 11 (vakantie in Andalusië en Twente)

Maandagochtend: 60min duurloopje inclusief 10x20sec sprint. Over het strand bij Gandia, Costa Valencia: warm, zonnig, palmbomen, rijpe sinaasappels.

Maandagmiddag: terugreis naar Guadix (450km) waarna wat pijn in rechterbil.

Dinsdagochtend: 70min duurloop DI bij Val del Zalabi richting Charches variërend van 1100 tot 1300m hoogte. Met inmiddels krachtige bovenbeenspieren kwamen we pas bij de afdaling (na 200m klimmen) erachter dat we niet over vlak terrein hadden gelopen!

Dinsdagavond: baantraining in Guadix (980m hoogte): 2 series van 5x1200m 1e serie in 3min54, pauzes 90sec; 2e serie in 3min48, pauzes 90-120sec; seriepauze 3min. Eerste serie samen met Alex. Zonsondergang, de volle maan boven de bergen.

Woensdagochtend: 2uur05 rustige duurloop vanaf Guadix naar Alquife (hoogste punt ca 1300m).

Woensdagmiddag: massage.

Donderdagochtend: terugreis naar Enschede

Donderdagmiddag 35min loslopen (regenachtig maar niet koud)

Donderdagavond: baantraining met Rene Stokvis: 4 series 600m (1min54, pauze 2min) – 500m (1min35) – pauze 90sec – 400m  (72sec maar laatste in 62sec) – seriepauze 3min.

Vrijdagochtend: 70min duurloop 30min DI (15km/uur) – 40min DII (16km/uur).

Vrijdagavond: duurloop 70min inclusief vaartspel: 20min DI – vaartspel 15min – 15min DI – vaartspel 11min – 10min uitlopen1.

Zaterdagochtend: duurloop Enschede-Zuid.

Zaterdagavond: tempoduurloop totaal 1uur10 als volgt 10min DI – 15min DIII – 5min DI – 12’30 DIII – 5min DI – 10min DIII – 15min uitlopen, tot Duitse grens en terug via Lonneker.

Zondagmiddag: Lange duurloop 3uur08 vanaf Deventer door IJsselvallei en Veluwe naar Rheden. Behoudens enkele dwalingen langs het fietsknooppuntennetwerk: 43-14-16-17-     31-32-34-58-59-87-32-68-66-69-85. Daarna soep en pannenkoek in Zutphen.

Zwervend over de Veluwe

Of ik de veerpont naar Gorssel moet hebben, die vaart nu nog niet. ‘Nee hoor, ik ben een vrij man vandaag,’ antwoord ik, ‘ik ben op verkenning’. Een oude man is het die me aansprak, een peuk in zijn rechtermondhoek en een bal in de hand. In regenbestendige jas van de lokale klootschietvereniging gaat hij gekleed, meewarig kijkt hij toe hoe ik de kou en miezerige regen trotseer in korte hardloopkledij. ‘Concentreren!’ roept een ploeggenote die met lede ogen ziet dat haar team langzaam vordert. Schouderophalend draait de man zich van me af en werpt de bal, die met een mooie draai de bocht in de weg volgt, een eind vooruit.

Ik voel me een vrij man. Vanochtend nam ik de trein om de langste duurloop van de marathonvoorbereiding te volbrengen nabij Holten, maar aangezien het gezellig was in de trein tegenover een leuk bejaard stelletje bleef ik zitten tot Deventer. Vandaag voldoet immers het boekenweekgeschenk als treinkaartje door heel Nederland.

Een duurloop van drie uur, dat is zelfverwennerij! Dolend door de IJsselvallei, over de winterdijk langs volgestroomde uiterwaarden. voel ik me bijna volmaakt gelukkig als een vrij mens. Het fietsknooppuntennetwerk biedt hulp bij het vooruitplannen van de route, maar ik neem ook de vrijheid om af en toe af te dwalen. Maar hoe vrij ben ik eigenlijk? Ben ik geen slaaf van mijn eigen trainingsprogramma, anders zou ik toch vaker zulke duurlopen doen? Word ik niet gedreven door ambities, door zelf opgelegde eisen? Niks vrijheid, gevangen ben ik, in een kooi met spijlen van ambitie, hoop en liefde, maar desalniettemin een kooi. Gedrild door de morele plicht een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Was die maatschappij er niet geweest dan was ik nu ook aan het rennen, vluchtend voor een roofdier. Had ik me dan ook zo vrij gevoeld?

*Vaartspel:

15min: eerste 5 minuten harde tempo’s uitbouwend van 10 sec t/m 50 sec met rest van iedere minuut rustig doorlopen, dan 3x5min hard met tussendoor 1min rustig, laatste 5min tempo’s afbouwend van 50sec tot 10sec hard met rest van minuut aangevuld met rustig doorlopen

11min: minuutjes met harde tempo’s van 10 sec uitbreidend tot 60sec en weer terugbouwend tot 10sec, rest van iedere minuut rustig doorlopen.

(8) Nuestro Corazón

Con dolor en nuestro corazón

Drie weken vakantie om me optimaal voor te bereiden op Rotterdam. Op maandag, rustdag, vlieg ik met Alex van der Meer naar Malaga, vanwaar we met een Fiat Panda naar Guadix rijden, een oud stadje gelegen op 980m in een vallei tussen uitlopers van de Sierra Nevada in Andalusië.

Dinsdagochtend regent het, om de eerste training iets uit te stellen sla ik de krant open. Snelwandelaar Paquillo Fernandez, de beste Spaanse atleet van de afgelopen jaren en populairste sportman van Andalusië, heeft het afgelopen weekend zijn eerste 50km volbracht in 3uur41, een tijd die in de media wordt vergeleken met een marathondebuut van 2uur08.

Die middag klopt de atleet uit de krant aan bij de receptie van ons hotel om te kijken hoe we het maken. Een dag later zijn we welkom om mee te gaan naar het badhuis in Graena. Met een open, brede lach komt Paquillo kijken waarom de registratie bij het badhuis zo lang duurt. Boven de spierwitte handdoek die om zijn middel is geknoopt heeft hij een indrukwekkend maar niet overdreven gespierd torso. Mijn vooroordeel over snelwandelaars heeft zich met de waterdampen van het badhuis vermengt en verdwijnt door een van de openingen in het plafond naar de inmiddels strakblauwe hemel. Een man met een stethoscoop om zijn nek vraagt ons of we ook medicijnen gebruiken. ‘Alleen chocolade’ zegt Alex, waaraan ik toevoeg dat het wel om pure chocolade gaat. Lachend vult de arts onze papieren in en we mogen ons lichaam tot rust laten komen in de warme baden.

In de kortste tijd horen we er helemaal bij. Op vrijdagavond vieren we Paquillo’s verjaardag: een surprise party in een oud olijfpersbedrijf in een klein en hecht gezelschap. Om 1 uur ‘s nachts maken we ons los uit het gezelschap, want hoewel de vrouwen en de wijn verleidelijk zijn, we zijn hier gekomen om te trainen en niet om te feesten. Con dolor en nuestro corazón..

Week 10: trainingsstage Andalusië

Maandag: rustdag / reis naar Guadix

Dinsdagochtend: 1uur duurloop met Alex door regen / kou, maar wel prachtige uitzichten!

Dinsdagmiddag: alleen duurloop 30min DI – 5x20sec techniek – 20min DII – 10min DI – 5x10sec heuvelsprint – 15min DIII – uitlopen 15min. Regen, circa 10ºC, over een eenzame geasfalteerde weg naar het zuiden, langs olijfplantages.

Woensdagochtend: Duurloop met Alex 1uur55 deels onverharde paden door bloeiende boomgaarden met amandelbomen, uitzicht over vallei met een dorp van grotwoningen badend in het zonlicht. Droog, deels bewolkt en nog fris.

Woensdagmiddag: met Paquillo naar badhuis. Pijn aan knie, maar verder: herboren!

Donderdagochtend: Duurloopje 55min met Alex door de droge rivierbedding van Rio Guadix.

Donderdagmiddag: in verband met stevige wind de baantraining verplaatst naar de weg. Via Purullena naar Beas de Guadix, totaal 1u30 inclusief 5x 7min in 3’15 tot 3’05/km.

Vrijdagochtend: met auto naar Lugros, aan de rand van het nationale park de Sierra Nevada, vandaar een klimweg bergop tot sneeuw en met redelijk tempo naar beneden: totaal 75min DI a DII.

Vrijdagmiddag: Granada bezocht, langs Alhambra gelopen en ‘s avonds verjaardagsfeest Paquillo.

Zaterdagochtend: tempoduurloop 25min DI – 5x20sec heuvelsprint – 3x 12min DIII met pauzes van 4min dribbelen – 28min uitlopen.

Zaterdagmiddag: 45min loslopen, daarna sauna (uitgeput!)

Zondagochtend: lange duurloop 2uur50, via Paulenca over heuvelrug naar Beas de Guadix, vandaar over de grote weg via Policar (waar Alex omkeert) naar Lugros en via onverharde paden door olijfvelden terug naar Guadix. In totaal zo’n 500m geklommen en gedaald, verbrande schouders.

Zondagavond: met de auto 450km naar Alex’ ouders in Gandia, aan de Costa Blanca.

Our tea is green and hot; drink it. Our pistachios are fresh; eat them.

The beds are of green cedar, fall on them,

following this long siege, lie down on the feathers of

our dreams. The sheets are crisp, perfumes are ready by the door, and there are plenty of mirrors:

enter them so we may exit completely. Soon we will search

in the margins of your history, in distant countries,

for what was once our history. And in the end we will ask ourselves:

Was Andalusia here or there? On the land…or in the poem?

(uit: Eleven stars over Andalusia van Mahmoud Darwish)

Lopen met je hart

Alex is een gevoelsmens, dat maakt de omgang met hem prettig en dat is vast en zeker ook de reden dat we zo snel worden opgenomen in de vriendengroep van Paquillo. Zijn waardering voor anderen laat hij duidelijk merken, maar als hem iets tegenstaat zal dat ook geen geheim blijven.

Op donderdagmiddag werken we een stevige training af op de weg: 5 tempo’s van 7 minuten met ruim in- en uitlopen. Het kopwerk wisselen we per tempo af en de eerste is voor mij. Afgaande op de kilometerbordjes langs de weg lopen we zo’n 3min15 per km, maar het voelt nog wel soepel. De tweede is voor Alex. Na enkele minuten laat ik hem lopen (waar haalt hij ineens die kracht vandaan!) en als ik op het eind probeer hem bij te halen zet hij nog even extra aan. Bij het vierde tempo ligt het tempo weer wat hoger (3min05 per km!) herhaalt zich dit, en op het eind, als ik probeer weer aan te haken, eindigen we sprintend heuvelop. Maar, erger nog, Alex lijkt ineens boos: ik moet er geen wedstrijd van willen maken. Een beetje verongelijkt probeer ik hem te sussen; ik heb er juist plezier in als om elkaar op te jutten tijdens de training. Natuurlijk is het trainingstechnisch niet altijd even handig om zo diep te gaan, maar hardloopplezier is minstens even belangrijk als een geraffineerd trainingsschema. Er zijn al atleten genoeg die berekenend trainen, schema’s op de letter opvolgen, maar vervolgens de passie verliezen waardoor ze op wedstrijden de mentale kracht ontbreken die nodig is om te winnen.

Hoewel we er enkele minuten later om weten te lachen heeft het me wel aan het denken gezet. Probeer ik nu mezelf te overtuigen door te stellen dat ik het niet om de strijd an sich gaat, legt Alex hier een nare karaktertrek van me bloot: wil ik altijd de strijd aangaan ten koste van de ander? Op de basisschool was ik bij gymnastiek inderdaad een slechte verliezer.

(7) In korte broek

Inmiddels ontdaan van wat kleine lichamelijke ongemakjes gaan de trainingen voortreffelijk. Zoals vaker in de marathonvoorbereiding speelden lichte pijntjes een rol in de eerste weken.

Op aanraden van trainer Bram Wassenaar was ik van plan deze week iets rustiger aan te doen dan oorspronkelijk gepland. Maar door de ochtendtraining op zaterdag en de wat uitgelopen duurloop op zondag kwam ik toch nog boven de 190km uit. Gelukkig voel ik me nog erg fit, niet te zeer vermoeid, dus maak ik me niet te druk.

Op dinsdagavond had ik me aangesloten bij Rene Stokvis, die herstellende is van een blessure, en Florian Pehrs. De training ging lekker en Florian en ik sloten af met een extra duizendje in 3min03. Zoals wel vaker voelde het eerste (rustige) baantempo veel zwaarder aan dan de laatste (snelle).

Voor de trainingen in het weekend verlaat ik Enschede: zaterdagochtend loop ik met Thomas Miedema en John & Sam Collingham (laatsgenoemde in een wagentje) een rondje door de Kennemer Duinen, in de middag gevolgd door een progressieve duurloop met Thomas in kilometers van 3’50 tot 3’35 met de laatste kilometer onderlinge wedstrijd eindigend op het bruggetje bij het Blauwe Theehuis in het Vondelpark. ‘s Avonds ga ik naar mijn ouders in het Rijk van Nijmegen.

Week 9 (werken maandag t/m vrijdag)

Maandagochtend: 50min rustige duurloop.

Maandagavond: 50min DI – 10min diagonaaltjes op veld van TION – rompstabiliteit – 15min uitlopen.

Dinsdag: 30min inlopen – baantraining met Rene en Florian: 7x1000m (3’20 – 3’18 – 3’14 – 3’12 – 3’10 – 3’08 – 3’03) pauze 200m dribbelen. Super gevoel. Daarna courgettesoep en lekker gekruide gebakken aardappeltjes.

Woensdagochtend: 40min DI, daarna per ongeluk in slaap gevallen, dus te laat op werk.

Woensdagavond: duurloop 1uur45min via het Rutbeek bij het vallen van de avond, herten! Voor de 3e keer in een halve week atleet Anne Veltman tegengekomen.

Donderdag: rustdag.

Vrijdagochtend: 40min duurloopje via Universiteitsterrein.

Vrijdagavond: 30min DI – 3x10min DIII (marathontempo, p=5min DI) – 15min DI. Veel kracht in de benen en twee vingers in de neus.

Zaterdagochtend: in Amsterdam vanaf de Overtoom naar station Sloterdijk, vanaf station Haarlem naar Haarlem Noord – Kennemer duinen – Duin & Kruidberg – Vlakte van de verschroeide aarde – Beek & Berg – Bloemendaal – Haarlem (totaal 24km) met Thomas Miedema, John Collingham en in het wagentje Sam Collingham.

Zaterdagavond: Amsterdam, 55min progressieve duurloop (DII) met Thomas naar heuvel in Amsterdamse bos en terug (kilometers in 3’50 tot 3’35 gevolgd door eindsprint).

Zondagochtend: Lange duurloop 40km in 2u45 over de dijk langs de Maas. Balgoij -Niftrik – Batenburg (ruïne) – Appeltern – veerpont – Megen – Dieden – Demen – Ravenstein – Neerloon – Keent – Grave – Nederasselt – Balgoij. Oostenwind, appelflap!

Market Garden

Vanuit de open deur van de C-47 ziet John S Thompson, pelotonscommandant van de 82ste Amerikaanse Airborn divisie, dat het nog te vroeg is: ze vliegen nog boven een dorp (Velp). Hoewel de parachutisten uit de ander 10 vliegtuigen al springen besluit hij te wachten tot het open land. Met 16 man landen ze zo dichtbij de brug van Grave, echter compleet afgesneden van de rest van de E-company, die inderdaad bij Velp zijn geland. Met z’n zestienen weten ze toch de zuidkant van de brug te veroveren en die middag kan door de Amerikanen vanuit Nederasselt ook de noordzijde van de brug worden veroverd.

Zondagochtend word ik wakker in mijn ouderlijk huis in Balgoij. Bij het openen van het gordijn zie ik een blauwe lucht, de weides zijn nog verborgen onder een dunne nevel. Dit wordt de eerste training in korte broek!

De sneeuwklokjes bloeien al in de tuin en de grijze ganzen strijken in de uiterwaarden neer voor een pauze tijdens de lange weg naar het Noorden. Voorbij Niftrik stop ik even om het eerste flesje sportdrank uit mijn tas te halen. Het is zo warm dat ik gelijk ook mijn thermosshirt uittrek. Een uur later, als ik inmiddels met de veerpont de Maas heb overgestoken en via het Middeleeuwse Megen (16km) over de zuidelijke maasdijk onderweg ben naar Ravenstein, is het weer totaal omgeslagen. Een dreigend grijs wolkendek is voor de zon geschoven en zo is de mooie lenteochtend geëindigd in een wintermiddag. Misschien was het toch nog iets te vroeg voor mijn eerste training in korte broek en met korte mouwen.

Bij Ravenstein (25km) sta ik voor de keuze door te lopen aan de Brabantse zijde van de Maas tot Grave (wat betekent dat de duurloop te lang dreigt te worden) of de brug te nemen naar Niftrik en met een extra lusje ‘kunstmatig’ de klok te laten stilstaan bij 2uur30. Omdat ik zo had uitgekeken naar dit rondje besluit ik ‘m te voltooien zoals gepland en dus loop ik via de uiterwaarden bij Keent (30km) door naar de brug bij Grave.

Ik was 12 jaar oud toen bij de 50-jarige herdenking van Market Garden ouderwetse tanks en legerjeeps met veteranen de brug opnieuw overstaken. Toen ontlook een historisch besef: hier was gevochten en de Amerikanen waren onze helden. Sinds 2004 is de brug bij Grave vernoemd naar de luitenant onder wiens leiding de brug heldhaftig werd veroverd.

(6) Avocado met Zout en Peper

Een week zonder hartslagmeter omdat de batterij op is. Ik moet zeggen dat ik het ding niet mis, je raakt er totaal geschift van. De informatie die je eruit haalt waar je vervolgens ook echt iets mee doet is overigens meestal te verwaarlozen.

Met zo’n 150km was dit een relatief relaxte week voor me. Even een minder prominente plaats in mijn leven voor het hardlopen, waardoor ik overigens teveel andere dingen plan en alsnog te weinig echte rust krijg. Donderdag kon ik bijvoorbeeld pas om 21uur aan mijn duurloop beginnen: voorbij Glane Beekhoek sloeg ik linksaf de Haweg op, een verlaten landweg zonder straatverlichting. Het was donker en een beetje mistig, enkel de sneeuw zorgde ervoor dat ik weg van berm kon onderscheiden, maar ook die hulp verdween snel toen een miezerbuitje uit de lucht kwam zetten. In hoog tempo liep ik door complete duisternis, af en toe opgeschrikt door geluiden van kraaien of een brekende tak. Op een gegeven moment draaiden in de verte twee lichten de weg op om me vervolgens razendsnel te naderen. Ineens is er dan niets behalve het verblindende witte licht en moet ik min of meer op gevoel naar de berm. Een welgemeende vloek die de onzichtbare bestuurder toch niet kan horen, maar het geeft ook een kick. Waar sommigen de Mount Everest voor moeten beklimmen is het voor mij al voldoende om te rennen door ultieme duisternis waarbij de nevel de maan haar licht ontneemt. Levensgevaarlijk! Maar wat kan mij het schelen?

Zondagochtend, opnieuw vroeger wakker dan gepland, sla ik de dekens opzij en loop naar de keuken voor een vitaminetablet – de eerste in mijn carriere. Die ochtend volgt meteen al het placebo-effect want in de lokale Woolderesloop soleer ik naar een tijd die slechts 4 tellen verwijderd is van mijn persoonlijk record op de 10km. Met een doorkomst halverwege in 16’00 draai ik lekker warm om tussen kilometer 6 en 7 te versnellen en uiteindelijk te finishen in 31min35. Een onverwachte maar zeer welkome opsteker die extra vertrouwen schept voor een nieuwe toptijd in Rotterdam: in anderhalve maand trainen heb ik weer een behoorlijke vorm te pakken.

Week 8 (werken: maandag t/m vrijdag overdag)

Maandagavond: 50min D1 – 2000m wisseltempo1 –rompstabiliteit – 15min uitlopen

Dinsdagochtend: ochtend 50min D1

Dinsdagavond: met Florian, geplande baantraining 5x2000m in 6’40 a 6’30 met 2min rust, echter na het eerste tempo op gladde baan gekozen voor dezelfde tempo’s op de weg, die natuurlijk iets harder gingen (tot 19km/uur).

Woensdag: rust (’s avonds buikspieren)

Donderdagochtend: 40min D1

Donderdagavond laat: duurloop 80min: 30min D1 – 50min D2

Vrijdag: duurloop 90min

Zaterdag: 20min D1 – Sintelbaan UT: 5x (200m hard- 200m dr) – 5x kort tempo tribune op – 60min door Twekkelo. Redelijk vermoeid. ’s Avonds video en wijntjes.

Zondagochtend: 8km inlopen – 10km Woolderesloop in 31min35s – 5km uitlopen (toch maar de trein terug genomen naar Enschede). Nadien appeltaart bij Michiel Snuverink die voor het eerst onder 33min liep – een verbetering van een halve minuut ten opzichte van vorige Woolderesloop enkele weken eerder.

Zondagavond: 35min loslopen.

Avocado met zout en peper

Op zaterdag loop ik vanaf de sintelbaan op het Universiteitsterrein langs de nieuwe ijsbaan via een voetgangersbrug over het Twentekanaal naar Twekkelo: een nog blanco pagina in mijn hardloopatlas, verborgen achter het havengebied. Tussen industrieterreinen, het kanaal, de snelweg en een vuilnisbelt ligt hier een pareltje Twente met heide, bossen, vennen ‘en in die geweldige ruimte verzonken, de boerderijen verspreid door het land’. Op verscheidene plekken staan mysterieuze zwarte torens, beplakt met een blauw bordje dat de lezer duidelijk maakt dat een bezoek ongelegen komt (‘verboden toegang – Mijnenwet artikel…” etcetera). Het blijkt om zouttorens te gaan, want sinds het einde van de 1e wereldoorlog wordt hier zout gewonnen door via lange buizen op enkele honderden meters water in de zoutvoorraden te pompen en vervolgens terug te zuigen als pekel. Even laten drogen en het wordt in witte plastic  potjes bij de supermarkt verkocht als keukenzout. De torens zijn ‘industriële monumenten’, tegenwoordig vindt de zoutwinning plaats in de moderne aluminium zouthuisjes die eerder doen denken aan barakken voor kabouters.

Zondag, van de wedstrijd thuisgekomen, smeer ik stukjes avocado uit over mijn brood en bestrooi het met wat peper en zout – uit Twentse bodem.