Sisu

Ik verlang naar de winter, maar ben er ook huiverig voor. Zodra de sneeuw valt is het gedaan met de nattigheid van de herfst, en is de buitenwereld ook niet meer zo donker. De keerzijde van de winter is dat de hardlooppaden door het bos, die tot tien uur ’s avonds zijn verlicht, aan skiërs en langlaufers worden uitgeleverd zodra de eerste vlokken de aarde raken.

Zo lang het nog kan kies ik dus voor de heuvelachtige route door het bos aan de rand van de stad. Argeloos rijg ik ’s avonds de sliert lantarenpalen als kralen langs het snoer van het pad, als ik plotseling word overvallen door een ijskoude plensbui. In een paar tellen zijn mijn kleren nat, en dringt het onbehagen tot in mijn botten door. De meeste kralen resten nog, de kortste weg naar huis ligt achter me.

Denkend aan Lasse Virén, de laatste Flying Finn, besluit ik dat er maar één weg is, en die ligt voor me. Bij de Olympische Spelen van 1972 leverde Virén de opmerkelijkste sportprestatie aller tijden. Halverwege de wedstrijd over tienduizend meter belandt hij, na een botsing met een andere atleet, op de grond. Snel krabbelt hij op om zijn race te vervolgen en in één ronde maakte hij de achterstand op de kopgroep goed. Voor even houdt hij zich stil, maar in het eind van de wedstrijd vliegt hij dan toch als uit een katapult naar voren en wint op legendarische wijze zijn tweede Olympisch goud.

Sisu, zo heet de wilskracht die nodig is om onverstoorbaar door te gaan als de kansen zich tegen je keren. In geen enkele andere taal bestaat er een woord die de lading van sisu dekt. Maar in Finland weet iedereen wat het is. Men is ermee opgegroeid. Misschien is er ooit, bij veertig graden onder nul, een natuurlijke selectie geweest. Sisu is de karaktertrek die men nodig heeft om de winter te overleven, de rest vriest dood.

Er zit een knoop in het kralensnoer: gedurende twee kilometer is er geen straatlantaarn te bekennen. In het pikdonker laat ik me leiden door de broze weerspiegeling van een onbestemd licht in de waterplassen op het pad. Kou, regen en duisternis – wanneer is eenzaamheid volmaakt? Juist als ik mezelf helemaal alleen waan, steekt een kleine vos het pad over. De kleuren van zijn vacht kan ik niet onderscheiden, maar het silhouet is onmiskenbaar: een spitse kop en een pijlvormige staart. De onverwachte ontmoeting is de hoofdprijs van de avond, sisu betaalt zich uit.


Deze column verscheen in Runner’s World magazine, editie januari 2014

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.