Waarom we lopen

De hardlopende mens verschilt van andere dieren daarin, dat hij bij tijd en wijle nadenkt over de vraag waarom hij hardloopt, maar die vraag steekt vooral de kop op wanneer hij even niet hardloopt. Hij zit op zo’n moment thuis op de bank, met een boek op schoot dat hem niet boeit, en staart voor zich uit. Filosofische vraagstukken zijn er immers slechts om lege momenten een schijn van betekenis te verlenen. Filosofen zijn nietsnutten die zich verschonen door te claimen dat ze de kern van de existentie verkennen, zich voorhoudend dat er iets van een ui overblijft als men die van zijn schillen ontdoet.

Ook hardlopen is salonfähig gemaakt. Waarom loopt men hard? Ik heb de filosofie inmiddels afgezworen. In plaats van hem te beantwoorden draai ik de vraag om: waarom loop ik op dit moment niet hard? Ik pak mijn schoenen, die nog nat zijn van de ochtendregen, en trek eropuit. Nog even langs de rivier om de zeemeeuwen te horen, om de koude buitenlucht in mijn gezicht te voelen en te wachten tot een bundel zonnestralen voor even door het wolkendek doordringt en het verkleurende bos in vuur en vlam zet.

Door de vraag om te keren blijft alleen het antwoord over: dit is de reden dat ik hardloop. Ik hol met mijn hardloopmaatjes over de atletiekbaan en we glijden over de heuvels alsof de benen wielen zijn. Welkom in de filosofie van de hardloper! Punt één: het universum reikt niet verder dan mijn benen me willen dragen. Punt twee: tijd is de afstand van boom tot boom gedeeld door de pasfrequentie. Punt drie: ik ben omdat ik loop en andersom. Jaloers kijk ik naar de ekster die over het pad hupt en plotseling weg fladdert. Ik ben vrij en gezond, ik kan lopen, hardlopen, maar op eigen kracht vliegen is me nog nooit gelukt. Ik was een jaar of zes toen ik dat voor het eerst probeerde: ik liep door de storm van school naar huis, leunde voorover tegen de wind om niet te worden weggeblazen en kwam op een idee dat wonderlijk genoeg nog nooit door iemand anders was bedacht: als ik nu spring, zo hoog ik kan, en in het bovenste van mijn sprong nog eens spring, en nog eens, en eindeloos in mijn sprongen verder omhoog spring, dan kan ik vliegen zonder vleugels. Ik heb het geprobeerd maar het is me niet gelukt. Nog niet. Het vereist veel oefening, net als lopen. Dus loop ik hard omdat ik niet vliegen kan.


Deze column verscheen in Runner’s World magazine, editie november 2013

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.