Waar houdt het op?

Het is een vraag die ik me regelmatig stel: waar houdt het op? Een vraag die op van alles betrekking heeft, op de reis van overtrekkende vogels in de lente of in de herfst, op de liefde, het leven, op ruimte en tijd. Maar ook op het hardlopen. Wat gebeurt er met mijn lichaam als ik loop tot ik erbij neerval? Zestig, tachtig, misschien wel honderd kilometer…

Er zijn mensen die dat doen. Om zich te onderscheiden van gewone hardlopers noemen ze zich ultraloper, een term die alleen mag worden gebezigd indien de marathonafstand wordt overtroffen. Alsof de afstand er ook maar iets toe doet: er zijn mensen die in vijf uur een marathon lopen, er zijn er die dan tweemaal zoveel afstand hebben afgelegd. In feite is de geleverde prestatie van die twee mensen hetzelfde. Vijf uur dus.

De vraag is niet eens meer óf, maar wanneer. Dus: waar houdt het op en wanneer ga ik dat onderzoeken? Zoek ik een wedstrijd, zodat de afstand en tijd officieel worden vastgelegd, of trek ik er in mijn eentje op uit? Eigenlijk doet ook dat er weinig toe. Als je vijf uur lang gaat hardlopen heb je niets aan concurrenten. Halverwege zullen ze al uit het zicht verdwenen zijn, en als je langer zij aan zij loopt kun je onmogelijk concurrent blijven, want je gaat van elkander houden. Dat is het verschil met de marathon. Twee, hooguit drie uur kun je met moordlustige gedachten rondlopen. Daarna zijn er nog maar twee mogelijkheden: je gaat over tot de daad en snijdt de concurrent zijn keel door, of je sluit vriendschap. Tenminste, dat stel ik me zo voor. En misschien is het ook wel zo, want de ultraloper heeft in werkelijkheid twee gezichten: hij is even vijandig als vriendelijk. Met name nieuwkomers worden met argwaan bekeken. Er zijn er, die je vóór de start al in het hart steken, om vervolgens bij de finish tevreden te constateren dat je het niet hebt gered. Hadden ze het niet voorspeld? Vriendschap tussen ultralopers is misschien slechts bedoeld om de strikte hiërarchie en de daarbij horende vijandschap te verdoezelen. Ik weet het niet zeker, maar ik vermoed dat je op je hoede moet wezen als je een ultraloper treft.

Ik dagdroom wel eens, over de vraag waar het ophoudt. Ik was eens van plan om de schoenen aan te trekken en lopend naar Damascus te trekken. Ik wilde geen geld meenemen maar uitsluitend vertrouwen op de menselijke gastvrijheid. Een mooie gedachte, maar de werkelijkheid heeft haar ingehaald: Damascus is inmiddels het toneel van een Ilias zonder helden. Mensen die elkaar kapotschieten en met giftige gassen besproeien.

Voor mij zou een ultraloop geen intermenselijke strijd zijn, maar een strijd met het hogere. Het zou een strijd zijn met de aardkloot, met de gehele mensheid en haar goden. Ik zou Jezus’ stoffelijk lichaam voor de voeten van de duivel werpen. Ik zou de strijd aanbinden met ruimte en tijd en alle andere dimensies die ik onderweg tegenkom. Ik zou de filosofen om hun dwaasheden bespotten en de zelfs de zon overschaduwen. Pas als ik de allerlaatste grens ben overgestoken, hou ik het voor gezien. De grens van het  mogelijke. Waar houdt het op, en wanneer?

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.