Gisteren zag ik een vos. Het was al donker; ik liep over een weg bij de haven, waar de ijzige oostenwind vrij spel had om de poedersuikersneeuw door de straten te jagen. Een fietser kwam me tegemoet. Plotseling wendde hij het gezicht af; iets moet zijn aandacht hebben getrokken. Ik volgde zijn blik en zag ‘m, de vos. In dribbelpas stak hij stak de straat over, niet zo schuchter als je van een vos zou verwachten. Zijn pels was ook niet zo mooi roodbruin en wit als op prenten; de grauwe wintervacht glansde in het flauwe licht van de straatlantaarn. Aan de overkant van de weg verdween hij achter de struiken in het park. Hij liet zwarte sporen na in het flinterdunne laagje sneeuw op straat.
De eerste sneeuw was binnen een week gesmolten, de winter had een waarschuwing gegeven. Nu, een maand later, is de wereld er klaar voor: auto’s en fietsen zijn van winterbanden voorzien, er hangen kerstlichtjes in de winkelstraten en in het oosten van het land zijn de beren aan hun winterslaap begonnen. Ook de pestvogel is nu uit de boom voor ons huis verdwenen; alleen de goudvink en koolmees doen alsof er niets aan de hand is.
Vannacht is de wind tot storm aangezwollen en is er een dik pak sneeuw gevallen. Met een echte lumimyrsky (sneeuwstorm) is de winter nu werkelijk begonnen. De temperatuur daalt de komende dagen tot ruim tien graden onder nul. Zolang het nog geen min twintig is mag ik niet klagen, zeggen de Finnen.
Dankzij de kleine steentjes die overal worden gestrooid zijn de wegen en paden nog goed begaanbaar. Ook voor hardlopers. Alleen mijn favoriete route door het bos is vanaf nu het terrein van langlaufers. Het is het pad dat naar de rand van de Baltische kust leidt, waar ’s werelds grootste archipel je het uitzicht op de open zee ontneemt. In plaats daarvan zal ik me moeten vermaken op de straten door de stad, langs de rivier en de haven. Over een paar weken zijn de meren, rivier en misschien wel de zee bevroren. Dan zijn er ineens een hoop nieuwe hardlooproutes.
De vos had me niet gezien. Wat een vreemde plek voor een vos trouwens, bedacht ik me. Leefde hij niet in het bos, verscholen tussen de varens? Misschien dat de kerstlampjes ook voor hem de kou verzachtten. Hoe dan ook, het was een bijzondere vos: een stadsvos. Of een havenvos misschien.
Deze column verscheen in Runner’s World magazine, editie februari 2017