Na ruim een halfjaar huiskameroverleg is de Commissie Gelijke Behandeling eruit: bij de Utrecht Marathon werd er verboden onderscheid gemaakt tussen buitenlanders en Nederlanders. In een persbericht valt te lezen dat de Nederlandse nummer één 10.100 euro won en de Keniaanse nummer twee met 80 euro naar huis kon gaan terwijl de Nederlandse nummer drie maar liefst 7.500 dukaten in zijn zak kon steken. Dat klinkt niet eerlijk, dus kan Jan met de pet op zijn vingers natellen dat er sprake was van discriminatie.
Maar wie het 8 pagina’s tellende oordeel van de commissie leest kan niet anders dan concluderen dat de commissie niet erg zorgvuldig heeft gewerkt: het document is een orgie van feiten en fouten. De lezer wordt al snel duidelijk dat de commissie niet begrijpt hoe het invitatie- en beloningsbeleid nu precies in elkaar steekt. Was die Keniaanse nummer twee nou wel of niet uitgenodigd? Ook wordt de gehele context van een Keniaanse overheersing van het hedendaagse hardlopen buiten beschouwing gelaten, terwijl die context toch essentieel is voor het beleid van deze marathon.
De grootste verwarring lijkt voort te komen uit een gebrek aan inzicht in het gangbare beloningssysteem in de hardloopwereld. Vrijwel iedere grote wedstrijd keert alleen prijzen uit aan gecontracteerde atleten. Dit systeem heeft ervoor gezorgd dat in de loop van de afgelopen twintig jaar steeds meer Kenianen de weg wisten te vinden naar de lucratieve Nederlandse wedstrijden. Mede hierdoor maakte het Oost-Afrikaanse hardlopen een revolutie door terwijl in het westen het niveau daalde tot een absoluut dieptepunt een kleine 10 jaar geleden.
Reden voor hardlooplievende organisaties om te onderzoeken wat er mis gaat. Gerard Nijboer, in 1980 nog winnaar van zilver op de Olympische Spelen, zou zich tegenwoordig nog maar ternauwernood kunnen kwalificeren voor deelname op het hoogste podium en zou nu ook niet meer dan een bijrol zou spelen op de achtergrond van het Afrikaans loopgeweld, dus ook weinig exposure voor geldschietende sponsoren.
Een andere factor is, hoe raar het ook klinkt, de economische afhankelijkheid van de Nederlanders. Hoewel het inkomen hier vele malen hoger ligt dan in Kenia en niemand van de honger omkomt, zijn de kosten voor basaal leven hoog. Voor minder dan 500 euro kun je nog geen kamer huren om in te wonen, zorgverzekering kost al meer dan 100 euro en ook de andere basale kosten zijn een veelvoud van die in Kenia. Het is voor een Nederlandse hardloper dus bijna ondoenlijk een bestaan op te bouwen als professioneel sporter, en dus besloot de organisatie van de Utrecht Marathon hier een creatieve oplossing op te verzinnen.
Hoewel de hardloopsport het toonbeeld van integratie is besluit de commissie gelijke behandeling de zaak te simplificeren tot het voorbeeld van de nummer 2, die níet gecontracteerd stond en waarschijnlijk afkwam op de alternatieve beloning die door een goedbedoelde actie van een Nederlandse zakenman in het vooruitzicht was gesteld. Helaas voor de goede man verloor hij de wedstrijd.
Om tot een goed begrip van de zaak te komen had de commissie goed gedaan twee zaken los van elkaar te onderzoeken: (1) in hoeverre is een marathonorganisatie verplicht tot het uitnodigen van buitenlandse atleten en (2) mogen gecontracteerde atleten anders worden beloond dan niet-gecontracteerde atleten? Ook had de commissie er goed aan gedaan zich in te lichten via onafhankelijke deskundigen, zoals de Nederlandse atletenmanagers van
Keniaanse hardlopers. Maar in plaats van gedegen onderzoek te doen komt de commissie liever met een stevige conclusie: verboden onderscheid op grond van ras en nationaliteit.
In haar oordeel stelt de commissie dat het doel, het stimuleren van de Nederlandse atletiek, legitiem was, het middel (verschil in beloning) echter buitenproportioneel. Als we dan toch de zaken uit elkaar halen dan kunnen we uit het oordeel lezen dat het niet verboden is slechts Nederlanders uit te nodigen, maar dat de beloning van genodigde lopers niet buitenproportioneel mag verschillen met dat van niet-genodigde lopers. Want, was de nummer twee een niet-genodigde Nederlander geweest in plaats van een Keniaan, dan had hij eveneens kunnen fluiten naar de hogere bonussen. Er kan in dit geval dus nooit sprake zijn van discriminatie op basis van ras of nationaliteit. Het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling kan regelrecht de prullenmand in